Ouwe rot Toradze steelt show op festival

Vorig jaar stuntte het Gergiev Festival met alle pianoconcerten van Rachmaninov op één dag. Die stunt kreeg dit jaar een vervolg met de vijf voltooide pianoconcerten van Prokofjev, aan wie de 21e editie gewijd was.

Valery Gergiev zaterdag tijdens het Gergiev Festival Foto Andreas Terlaak

Vorig jaar stuntte het Gergiev Festival met alle pianoconcerten van Rachmaninov op één dag. Die stunt kreeg dit jaar een vervolg met de vijf voltooide pianoconcerten van Prokofjev, aan wie de 21e editie gewijd was. Prokofjev is stekeliger, minder aaibaar dan Rachmaninov. Maar de energie die vrijkomt uit zijn werk laat niemand onberoerd en met Gergiev als specialist en publiekstrekker was het festival opnieuw een succes.

Onverwacht hoogtepunt

Het onverwachte hoogtepunt van de zaterdagse pianopentatlon was nummer 2, dat te boek staat als een van de technisch meest uitdagende stukken in het repertoire. Daarvoor was de ouwe rot Aleksander Toradze ingevlogen, die de bühne opschuifelde alsof hij hulp zocht bij het oversteken. Het leek niet vanzelf te gaan, steunend op de vleugel, herhaaldelijk vingers losschuddend, maar Toradzes uitvoering was sensationeel: buitenaardse schoonheid in de bezonken opening, halsbrekende sprongen en stemmingswisselingen.

In de angstaanjagende cadens van het eerste deel klonken oorverdovende brute beukakkoorden op akoestisch onnavolgbare wijze tegelijktijdig met subtiele lyriek en elfengetrippel.

Trouw aan de traditie werd er door het die dag ingevlogen Mariinski Theater nog vlak voor het concert gerepeteerd

De jonge George Li racete met gave techniek door de achtbaan van het Eerste pianoconcert. Aleksander Gavrylyuk heeft de licht-waanzinnige flair die goed bij Prokofjev past en excelleerde in nummers 4 (voor de linkerhand) en 5. Maar het was toch Daniil Trifonov die uiteindelijk de show stal. Trifonov (1991) maakte drie jaar geleden zijn Nederlandse debuut in het Gergiev Festival met Prokofjevs Eerste, en mocht nu schitteren in diens meest populaire Derde pianoconcert. Vanaf maat 1 klopte alles aan Trifonovs spel: gloed en gamma van zijn klank, interactie met het orkest, retorisch vernuft. Een pluim bovendien voor het Rotterdams Philharmonisch.

Trouw aan traditie

Traditiegetrouw neemt Gergiev het Orkest van het Mariinski Theater mee naar Rotterdam. Vrijdagavond speelde het een vol programma met Prokofjevs Tweede en Vijfde symfonieën, én het Tweede vioolconcert. En trouw aan de traditie kwamen de troepen uit St. Petersburg op de dag zelf ingevlogen en werd er nog vlak voor het concert gerepeteerd.

Het was een concert met een wisselvalligheid die óók typisch Gergieviaans is: er waren slordigheidjes (vooral in het Vioolconcert, waarbij de musici met ogen in hun partijen gedrukt de indruk wekten dat er weinig voorbereidingstijd aan vooraf was gegaan) en soms liet de projectie te wensen over; in de Tweede symfonie bliezen de blazers een klankwolk die maar niet boven het podium vandaan wilde komen. Daar stonden diep indrukwekkende momenten tegenover. De bassisten lieten hun instrumenten grommen als een berenfamilie en Gergiev produceerde een legato van appelstroop: een donkere klankstroom met een zuurtje.

In het Tweede vioolconcert maakte een violist zijn opwachting van pas vijftien jaar. Daniel Lozakovitsj heeft al een contract in de wacht gesleept bij Deutsche Grammophon, en het is te horen waarom. Het lijkt alsof hij zich vooral door violisten van vroeger laat inspireren: Oistrach, Menuhin; dat verwacht je niet bij zo’n jonge jongen. Maar écht overtuigend was het nog niet – zijn toon is nog te tenger en het kostte hem veel moeite zich verstaanbaar te maken, zijn zinnen vormden geen verhaal. Nerveus veegde hij tussen de delen het zweet van zijn viool.