Ouderdom is geen ziekte – noem het ook niet zo

Opinie Wat de dokter ‘ziek’ noemt, ervaren ouderen vaak niet zo. Veerkracht en aanpassingsvermogen tellen ook, schrijft Malou van Hintum.

Internist Andrea Maier heeft niet alleen een nodeloos deprimerende boodschap, ze zet bovendien de geneeskunde decennia terug in de tijd. Want het zijn niet dokters of onderzoekers naar celveroudering zoals zijzelf die bepalen of je ziek bent. Dat doe je zelf.

Andrea Maier zat als zomergast bij Thomas Erdbrink aan tafel, en een week later zagen we haar in de laatste aflevering van de serie ‘Het Zomeravondgesprek’ van NRC. In het fascinerende gesprek met de vitale vastgoedinvesteerder Cor van Zadelhoff (78 jaar), zei ze, nadat hij vrolijk vertelde dat hij zich springlevend voelt en alles kan doen wat hij wil: „U bent ziek. En patiënt.”

Van Zadelhoff vertelde dat hij medicijnen zoals bloedverdunners en cholesterolverlagers slikt „om te voorkomen dat er een prop naar mijn hersenen schiet”. Maiers collega’s, dertigers en veertigers, werken op jaarbasis de inhoud van een forse medicijnkast naar binnen, verklapte ze: bloedverdunners, cholesterolverlagers, bloeddrukverlagers, antisuikerpillen en diclofenac. Waarom? Waarschijnlijk om te voorkomen dat er een prop naar hun hersenen schiet. Arme angsthazen.

Wie is hier nou eigenlijk ziek bezig? Maiers collega’s die, kennelijk, met een hoop levensangst rondlopen? Of Van Zadelhoff, die vrolijk zijn sigaar rookt? En wat is ziek? Maier weet het wel: „Iedereen hier aan tafel is volgens medische maatstaven ziek.” Volgens háár medische maatstaven dan.

Er zijn geen objectieve criteria voor ziekte en gezondheid. Wat we ziek en gezond noemen, is gebaseerd op steeds weer veranderende afspraken. Afspraken waarbij burgers/patiënten, wijzelf dus, niet of nauwelijks worden betrokken. Terwijl het toch om onze gezondheid gaat.

Dat laatste begint nu in het medische circuit ook door te dringen, mede dankzij arts en onderzoeker Machteld Huber. Zij heeft een definitie voor gezondheid bedacht die recht doet aan veel meer aspecten die met gezondheid samenhangen dan alleen verouderende cellen en haperende organen. Gezondheid, zegt Huber, is het vermogen je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen die het leven je stelt. Huber staat daarmee vierkant tegenover Maier. Maier slaat dreigende en deprimerende taal uit over ziekten die ons, onzichtbaar, nu al ondermijnen. Huber vertelt dat we dankzij onze veerkracht en ons aanpassingsvermogen heel lang een goed leven kunnen leiden.

Wat de dokter ‘ziek’ noemt, ervaren de (oudere) mensen/patiënten vaak niet zo. Zij kijken naar hun welzijn, hun kwaliteit van leven – Cor van Zadelhoff is er een prachtig voorbeeld van. Maiers leermeester aan de Leidse universiteit, Rudi Westendorp, zegt hierover in zijn boek Oud worden zonder het te zijn: „Dat welbevinden is gebonden aan de kwaliteit van hun sociale relaties en de omgeving waarin zij leven. Medische problemen spelen hierin geen hoofdrol.”

Het is treurig dat Andrea Maier zijn bevindingen niet verder uitwerkt, maar mensen reduceert tot een verzameling cellen, vaten en organen. Tot een verzameling medische problemen, dus. Zo zijn we weer terug bij af.

Malou van Hintum is wetenschapsjournalist en schrijft onder meer over gezondheid.