‘Kunstgras verhoogt risico blessures niet’

Dat zei voorzitter Adriaan Visser van PEC Zwolle vorige week op de site van de club.

Foto Istock

De aanleiding

In twee jaar tijd liepen vier voetballers een kruisbandblessure op in het IJsseldeltastadion van PEC Zwolle. Het laatste slachtoffer was de Zwolse middenvelder Rick Dekker. Volgens sommigen zouden die blessures te maken hebben met het kunstgras waar de Overijsselse club al vier jaar op voetbalt. Onzin, zei clubvoorzitter Adriaan Visser vorige week op de site van de club: „Spelen op kwalitatief goed kunstgras (…) brengt geen verhoogd risico op blessures met zich mee.” Is dat zo?

Waar is het op gebaseerd?

De voorzitter voelt zich gesterkt door een onderzoek van Frank Backx, hoogleraar sportgeneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Die concludeerde vorig jaar op basis van andere onderzoeken dat er geen verschil is tussen het aantal blessures op kunstgras en natuurgras. Bovendien, zegt de clubvoorzitter, wordt de ondergrond jaarlijks gekeurd op basis van procedures van wereldvoetbalbond FIFA. En, voegt Visser daar nog aan toe, andere Nederlandse clubs met een kunstgrasmat, zoals Heracles Almelo en FC Volendam, hebben geen problemen.

Klopt het?

Professor Backx zag inderdaad geen verschil in het totale aantal blessures dat wordt opgelopen op kunstgras in vergelijking met natuurgras.

En hij is niet de enige die zich hier mee bezighield. Experts buigen zich al jaren over de relatie tussen kunstgras, dat ondertussen toe is aan zijn derde generatie, en blessures in topsport. Een van hen is Jan Ekstrand, sportarts, voormalig teamdokter van het Zweedse nationale team, en momenteel vice-voorzitter van de medische commissie van de Europese voetbalbond (UEFA). Hij bestudeerde enkele jaren geleden de impact van de ondergrond van het speelveld op blessures. De Zweed onderzocht 767 professionele voetballers van twintig teams, waaronder eredivisieclub Heracles, die zijn thuiswedstrijden speelt op kunstgras. Hij concludeerde dat het risico op blessures hetzelfde is op kunstgras als op natuurlijk gras.

Ekstrand: „Het aantal blessures blijft gelijk. De aard van het letsel verschilt wél licht: op kunstgras heb je minder spierblessures en iets meer enkelblessures. De artificiële ondergrond heeft een slechte naam bij trainers en spelers, maar dat is gebaseerd op de ervaring met de eerste generatie velden. Met de tijd zal de weerstand verminderen.”

Uit onderzoek in Noorwegen, waar 60 procent van de voetbalclubs uit de eerste divisie op kunstgras speelt, blijkt eenzelfde beeld. En ook in andere sporten, zoals American football, werd na onderzoek geconcludeerd: er is geen toename van blessures door spelen op kunstgras. Wel stelt ook Backx dat er een verschil is in het type kwetsuren dat spelers oplopen op kunstgras. Zij krijgen relatief meer te maken met enkelblessures, en minder met bovenbeenblessures. Het aantal opgelopen knieblessures blijft dan weer gelijk op beide ondergronden. Significante verschillen werden niet vastgesteld.

Conclusie

Sommige studies, zoals die van Ekstrand, laten zien dat het blessurepatroon op kunstgras iets verschilt van dat op gewoon gras: meer kwetsuren aan de enkelbanden, minder spierblessures. Op kunstgras zouden sporters ook minder te maken krijgen met bovenbeenblessures. Het is dus niet zo dat de omstandigheden op kunst- en natuurgras identiek zijn. Alleen is er geen aantoonbaar bewijs dat kunstgras méér blessures met zich meebrengt. Spelen op kunstgras is dus niet extra riskant, in vergelijking met natuurgras. De uitspraak van Zwolle-voorzitter beoordelen we daarom als waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt