Kleuters blijven relatief vaak zitten

Staatssecretaris Dekker roept basisscholen op om in actie te komen omdat het nut minimaal is.

Foto: ANP / Lex van Lieshout

Kleuters blijven relatief vaak zitten op de basisschool, terwijl steeds minder leerlingen in het basisonderwijs vertragingen oplopen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) die maandag zijn gepubliceerd.

Gemiddeld blijven steeds minder kinderen zitten op de basisschool. Het percentage leerlingen dat per leerjaar vertraging opliep is teruggelopen van 2,2 procent in 2013 naar 1,9 procent dit jaar.

Kleuters blijven relatief vaak zitten

Deze daling geldt niet voor kleuters. Jaarlijks blijft ongeveer een op de tien kleuters zitten in groep 2 en dit percentage is nauwelijks afgenomen. Het ging afgelopen jaar om ongeveer 18.000 leerlingen. Leerlingen in groep 2 zijn vijf en zes jaar oud.

Staatssecretaris Sander Dekker en de PO-raad, de sectororganisatie voor basisonderwijs, maken zich hier zorgen over. Het nut van een jaar langer kleuteren is namelijk minimaal, zo blijkt uit een rapport van de PO-raad. In groep drie kunnen de zittenblijvers meestal goed meekomen maar hierna bouwen ze opnieuw een achterstand op en lijkt er geen verschil te zijn met leerlingen met een gelijke problematiek die niet zijn blijven zitten.

Actie

Dekker roept basisscholen op om in actie te komen. Zo is hij er voorstander van om kinderen vaker in het jaar door te laten stromen dan alleen in de zomer. Volgens het ANP zegt hij:

“Kleuters ontwikkelen zich in sprongen. Soms zijn ze in december bijvoorbeeld wel plots klaar om naar groep 3 te gaan. Dan is het zonde om ze een jaar over te laten doen en ze niet direct de uitdaging te bieden die ze nodig hebben.”

Samen met de PO-raad heeft Dekker een handreiking voor basisscholen opgesteld om kleuters zo goed mogelijk naar groep 3 te laten doorstromen.