In ‘Fractus V’ schetst Cherkaoui ideaal van eenheid

Fractus V Foto Filip van Roe

We piekeren teveel, zegt Sidi Larbi Cherkaoui in Fractus V. En dat is slecht voor ons. Daarom gaan we nog meer piekeren, over ons eigen gepieker. En dat is stom van ons. Dus uiteindelijk piekeren we omdat we piekeren omdat we piekeren. De remedie: ophouden met denken. Breken, loslaten. Dat schept ruimte en vrijheid om jezelf te worden.

Het is één van de gedachten in de choreografie voor vijf dansers en vier musici. Negen mannen, negen nationaliteiten. Als altijd heeft de Vlaams-Marokkaanse Cherkaoui zijn medewerkers uit alle windhoeken verzameld: Japan, Korea, Congo, India, Verenigde Staten, Spanje, Frankrijk. Net als eerder is de boodschap dat die puzzel van nationaliteiten, identiteiten en culturen één geheel is.

Die puzzel komt in de vormgeving terug. Na een meerstemmig gezongen Sanctus leggen de dansers grote driehoekige panelen in verschillende vormen op de vloer, als tangram- en dominostukken. Cherkaoui’s hybride choreografie, met moderne dans, hiphop, flamenco en acrobatiek, weerspiegelt eveneens het ideaal van eenheid in verscheidenheid.

Een ideaal, geen werkelijkheid. In sommige delen van Fractus V zijn de dansers weliswaar continu met elkaar verbonden in inventieve arm- en handchoreografieën, op andere momenten staan ze elkaar ijskoud naar het leven, slaand en schietend. De media overspoelen ons dagelijks met die werkelijkheid. Geen ontkomen aan – Cherkaoui probeert de beelden tevergeefs weg te zappen.

Hoewel het er wat dik bovenop ligt, vliegt Fractus V niet uit de bocht. Cherkaoui’s tekenaarsoog heeft daarvoor te veel esthetische plaatjes gecreëerd. De choreografie is soms zo hybride dat hij nondescript dreigt te worden, maar het wonderlijk organische samengaan van etnische muziekstijlen houdt het stuk boeiend.