Het eeuwige leven

Flessenpost uit de VS

Schrijfster Pia de Jong woont met haar gezin in Princeton, in de VS. Ze schrijft wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Onze achterbuurvrouw, Louise Morse, werd deze zomer 105. Ze is nog helemaal bij. Zij was de enige die de zeer Hollandse voornamen van onze zonen direct wist uit te spreken. Een prachtige vrouw met mooi verzorgd witgrijs haar. Ze is niet meer goed ter been, maar maakt elke dag een ritje door de buurt in haar rolstoel.

Als het kil is ligt over haar benen een geruit wollen dekentje, de rest van het jaar een kleedje van katoen. Ze woont samen met haar jongste dochter. Die loopt tegen de tachtig. Overdag is er hulp met aankleden en verzorgen. Alleen is ze niet vaak. Regelmatig komen kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen op bezoek.

Mevrouw Morse verhuisde eind jaren dertig naar Princeton. Haar echtgenoot, de wiskundige Marston Morse, ontmoette ze midden op zee tijdens een bal. Hij was een directe collega van Albert Einstein. Ze vertelt met smaak hoe ze als jonge vrouw naast de grote geleerde zat en het gesprek niet echt vlotte. Achteraf hoorde ze dat Einstein even geïntimideerd was als zijzelf.

Al bijna veertig jaar is ze weduwe. Graag laat ze haar fotoboeken zien. Haar handen glijden over zeven decennia aan dinertjes. Vele generaties beroemde wiskundigen kijken vrolijk de camera in. Al die jaren kookte ze hetzelfde menu.

Haar hele leven gaat mevrouw Morse al de barricades op tegen onrecht. In de jaren dertig protesteerde ze tegen de slechte zorg die armen kregen in het universiteitsziekenhuis waar ze hoofdverpleegkundige was. En in de jaren zestig streed ze actief mee in de burgerrechtenbeweging en ging ze de straat op tegen kernwapens en de oorlog in Vietnam. Toen ze aan huis gekluisterd was, schreef ze brieven voor Amnesty International.

A tough cookie, noemt haar buurman, de natuurkundige Freeman Dyson, haar. Hij vertelt over de opschudding toen iemand de werkkamer van haar man binnenstormde met het nieuws dat zijn vrouw in een protestmars door Princeton liep. Hij kan er nog om grinniken. Als 92-jarige is hij een van de weinigen die nog gezamenlijke herinneringen met haar kan ophalen. Ook hij kijkt met verbazing naar zijn eigen gezonde ouderdom.

Ze is blij als ik een praatje kom maken en ik kom altijd blij bij haar vandaan. Ze is zo aardig en wijs. De extra jaren voegen voor haar niet veel meer toe, maar aangezien ze er nog is, maakt ze er het beste van. Laatst was ik bij haar op bezoek met mijn 86-jarige moeder. „My child”, zei ze tegen haar. En, inderdaad, het had gekund.

Op haar piano staat een foto van haar overleden zoon. Hij had ouderdomsdementie. De inwonende dochter begint nu te kwakkelen met haar gezondheid. Moeizaam scharrelt ze met haar stok door het huis. Ook is ze vergeetachtig aan het worden. Maar haar moeder blijft kraakhelder en gezond.

„Weet je”, zei ze laatst. „Als je jong bent en de dominee preekt over de belofte van het eeuwige leven, lijkt dat een mooie gedachte. Maar ik zie daar nu al tegenop.”

„Eeuwig”, zegt ze met een zucht. „Mijn man noemde dat oneindig. Daar komt dus nooit een eind aan. Het lijkt een droom om gezond oud te worden, maar wees voorzichtig met wat je wenst.”

De namen van onze jongens zijn inmiddels definitief verbasterd. Behalve voor mevrouw Morse. Op de verjaardagskaart heeft zij de naam van onze zoon correct gespeld. Daaronder staat in haar bibberige handschrift: ‘Nog vele jaren.’

Reacties via pdejong@ias.edu