Grote woorden

Zodra verkiezingen naderen raken politici opgewonden, of doen alsof. Dan is de tijd aangebroken voor de grote woorden. We zagen er dezer dagen een aantal treffende voorbeelden van.

Premier Rutte noemt in zijn wekelijkse persconferentie overlastgevende Turks-Nederlandse jongeren in Zaandam tot driemaal toe „tuig van de richel”. Hij voegt er verbeten aan toe dat iedereen die deze overlast tracht te relativeren met een verwijzing naar de coup in Turkije zich aan „totaal gelul” schuldig maakt. Eerder had de premier over heftig demonstrerende Turkse Nederlanders in Zomergasten gezegd: „Lazer zelf op. Ga zelf terug naar Turkije. Pleur op.”

Krachtige taal (hoewel ik ‘pleurt op’ nog sterker had gevonden) die je eerder van Geert Wilders dan van „de premier van alle Nederlanders” zou verwachten. Of is dat juist de reden waarom de premier dergelijk taalgebruik van zijn opponent overneemt? Wil hij de indruk vestigen dat hij bij de bejegening van lastige allochtonen even stevig in zijn schoenen staat?

Ik durf de overlast in Zaandam nu natuurlijk niet meer te relativeren, maar ik heb er wel enkele vragen over. Was die overlast ernstig genoeg om als premier zó te keer te gaan? Was Zaandam volstrekt ontregeld door rellen, waren woningen en auto’s in brand gestoken, was er op grote schaal grof geweld gepleegd tegen onschuldige burgers? Of hebben we eerder te maken met vervelend, intimiderend gedrag in een Zaanse buurt van een beperkt aantal onnozele treiterkoppen, die te weinig weerwerk krijgen van de plaatselijke politie?De vraag is ook of Rutte dezelfde terminologie zou hebben gebruikt als het in Zaandam geen Turkse Nederlanders maar Nederlandse Nederlanders waren geweest.

Grote woorden, maar van andere aard stonden ook in de H.J. Schoo-lezing van minister Edith Schippers. Het goede van haar rede was dat zij links noch rechts spaarde. Opmerkelijk was haar constatering dat integratie alleen mogelijk is als je de ander niet buitensluit. Die notie was ik tot dusver bij de VVD nog maar weinig tegengekomen.

Maar ik vond haar soms ook te somber, te apocalyptisch. Ze ziet Nederland als een samenleving waarvan ‘sluipenderwijs’ de kernwaarden worden aangetast, een ontwikkeling waartegen met name ‘vaak hoogopgeleide mensen’ zich te weinig keren. Dat zal die Nederlandse elite zijn waar Rutte zich eerder ook al boos over maakte en waar Wilders alleen nog maar diepe minachting voor heeft. Schippers doet alsof deze elite geen oog heeft voor de positie van de onderdrukte moslima, een kwestie die terecht hoog op haar agenda staat.

Daarmee onderschat ze die elite. Ik vermoed dat ze er bij de verdediging van die zogeheten kernwaarden meer medestanders zal aantreffen dan ze beseft, met name in de wetenschap, de politiek, de media en de kunst.

Met grote woorden moet je als politicus oppassen. Hillary Clinton is er ongewild een goed voorbeeld van. Zij noemde de helft van de Trump-aanhang een stelletje sneue types (‘deplorables’) – racistisch, seksistisch, homofoob, xenofoob, islamofoob – maar moest die uitspraak een dag later alweer inslikken: ze betreurde het dat ze te generaliserend was geweest en het woord ‘helft’ had gebruikt.

Misschien moet je van grote woorden vaststellen dat ze doorgaans maar voor de helft waar zijn. Of is dat ook weer te generaliserend?