Oostenrijk is in de ban van ‘Uhu-gate’

Wegens slechte lijm op de enveloppen van stembiljetten zijn de Oostenrijkse presidentsverkiezingen opnieuw uitgesteld. Grappen alom – maar de democratie is de dupe.

De Oostenrijkse minister van Binnenlandse Zaken, Wolfgang Sobotka, demonstreert de 'fraudegevoelige' stembiljetten. Foto Leonhard Foeger/Reuters

In Oostenrijk zijn T-shirts te koop met opschrift: ‘Ik was erbij: presidentsverkiezingen 2016-2019’. Op Twitter circuleren Oostenrijkse vlaggen met bananen erop en de tekst ‘bananenrepubliek’. Een verre nazaat van de keizerlijke Habsburgfamilie grapte dat de farce met de niet-klevende stemenveloppen het land bespaard was gebleven als het een monarchie was gebleven.

Maar bij velen verstomde het gelach toen minister van Binnenlandse Zaken Wolfgang Sobotka maandag bekendmaakte dat de tweede ronde van de presidentsverkiezingen, op 2 oktober, voor de tweede keer wordt uitgesteld, nu naar 4 december. Door ‘Uhu-gate’ - stemenveloppen waarvan de lijm zo slecht bleek dat ze weer open gingen – wordt er wederom twijfel gezaaid over werking van de democratie. Die is opeens niet vanzelfsprekend meer.

Op sociale media plaatsen Oostenrijkers foto’s van treurende knalgele tubes Uhu, van het bekende lijmmerk. Maar de vrolijkheid heeft een bittere ondertoon. Velen vrezen dat de verkiezingsfarce wanorde, gevoelens van onmacht en onbehagen creëert waarvan vooral één partij profiteert: de extreemrechtse FPÖ.

Uhu-gate is de zoveelste episode van een presidentsverkiezing die maar niet tot een goed eind wil komen. Ze komt op gang en strandt dan. Alles moet steeds over: posters, strategie, campagnefinanciering, spreekbeurten. Steeds wordt het vertrouwen van de Oostenrijkers in hun democratie, dat al tanend was, verder aan het wankelen gebracht. „Wat is dit voor land, dat niet eens een president kan kiezen?”, aldus schrijfster en regisseur Marlene Streeruwitz, die online een Verkiezingsroman 2016 schrijft. Haar conclusie:

„De ramp is al geschied.”

Procedurefouten

Vroeger stelden presidentsverkiezingen in Oostenrijk niets voor. Socialisten en conservatieven, die het land al sinds de oorlog regeren, schoven kandidaten naar voren. De winnaar was jarenlang president; de verliezer kreeg ook iets moois. Hoewel de president veel politieke macht heeft, gebruikte hij die nooit. Maar dit Konkordat van twee partijen verbrokkelt: ze zijn het nergens meer over eens. Kiezers zoeken alternatieven.

De FPÖ, die zich als anti-establishmentspartij profileert, profiteert het meest. Deze presidentsverkiezing lijkt – onverwacht - een keerpunt. Bij de eerste ronde, in april, eindigde FPÖ-kandidaat Norbert Hofer als eerste. De tweede ronde, eind mei, ging tussen hem en Alexander van der Bellen, een economieprofessor die leider van de Groenen is geweest. Van der Bellen won met 30.000 stemmen verschil, vooral afkomstig van briefstemmers. Er zijn, net als in andere Europese landen, steeds meer briefstemmers in Oostenrijk: 900.000.

De FPÖ diende echter in juni een klacht in wegens procedurefouten in stembureaus. Wekenlange hoorzittingen volgden. Het was een zooitje, zo bleek: in veel districten waren briefstemmen te vroeg geopend, kwamen waarnemers niet opdagen, en gingen andere dingen mis. Een blamage voor een georganiseerd land. Van politieke manipulatie was echter geen bewijs. Toch besloot ’s lands hoogste rechtbank dat de tweede ronde over moest. Er had immers kunnen worden gemanipuleerd.

Sindsdien hangt er bitterheid in de lucht. FPÖ-aanhangers, die hun eigen tv-kanaal, sites en Facebookpagina’s hebben, blijven geloven dat de ‘corrupte elite’ met stemmen gesjoemeld heeft om Van der Bellen president te maken. Van der Bellen-supporters zeggen dat de zege hen is afgepakt omdat rechters ‘bezweken’ onder druk van de FPÖ. FPÖ’ers schilderen Van der Bellen af als ‘communist’ en voeden geruchten dat hij kanker heeft. Van der Bellen trommelde al een dokter op die het ontkende. Maar de geruchtenmachine draait nonstop.

Electorale slapstick

Hofer wordt juist gecast als een ‘fascist’ die de macht zal misbruiken. Hij zou ten onrechte een uitkering hebben aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid (hij is moeilijk ter been, na een ongeluk). Dit is al weken het niveau van de campagne. Inhoudelijke, politieke twisten zijn in april en mei al gevoerd. De kandidaten hebben hun kruit verschoten. En nu 2 oktober eindelijk in zicht komt, plakken de enveloppen niet.

Nu moet het parlement de kieswet wijzigen. Die stelt dat verkiezingen alleen over kunnen als er een gegronde klacht is of een kandidaat sterft. Ook moet het kiesregister worden ververst, uit angst voor meer klachten: sinds mei zijn er kiezers gestorven en hebben duizenden kinderen de kiesgerechtigde leeftijd (16) bereikt. Tweederde van de stemmen is nodig. De FPÖ stemt toe als het briefstemmen wordt beperkt of afgeschaft.

Lees ook de column van onze correspondent Caroline de Gruyter over de politieke situatie in Oostenrijk: Alles dient de stad

Bij elke nieuwe acte van deze electorale slapstick polariseert Oostenrijk al schimpend en muggeziftend verder. Komt er ooit een echte winnaar, die ook door de andere helft van het land wordt geaccepteerd? Het is onzeker. Wel komt al een duidelijke verliezer in beeld: de democratie zelf.