Extra kleuteren, zonde of zinvol?

Onderwijs Een op de tien kleuters doet groep 2 over. Te veel, vindt staatssecretaris Dekker. Maar volgens de sector werkt zo’n extra jaar goed.

Kleuters op een school in Culemborg die maandag bezoek kreeg van staatssecretaris Dekker (Onderwijs, VVD). Foto Arie Kievit / ANP

Een jaartje extra kleuteren. Denk niet dat het nóg een jaar lekker spelen is, zeggen juffen en meesters. Ze maken ontwikkelingsplannen voor kinderen die groep 2 nog eens doen, en vragen meer van ze dan een jaar eerder. „Juist een kleuter met een extra jaar moet je blijven uitdagen”, zegt juf Ellen Groot.

Vorig jaar deden 18.000 kleuters een extra jaar groep 2 – één op de tien. Dat is te veel, maakte staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) maandag bekend. Hij is bezorgd omdat onderzoek laat zien dat kinderen niet profiteren van een derde jaar op de kleuterschool, en verwacht dat scholen maatregelen nemen.

Groep 2 is op veel scholen heel speels en groep 3 heel schools, stelt Dekker. Dat kan veranderen met het flexibeler indelen van het onderwijs. „Kleuters ontwikkelen zich in sprongen”, zegt Dekker. „Soms zijn ze in december wel plots klaar om naar groep 3 te gaan. Dan is het zonde om ze een jaar over te laten doen.

Dekkers uitspraken zijn tegen het zere been van velen in het onderwijs. Op social media spreken leraren van het ‘economiseren van vijfjarigen’ en schrijven ze dat kleuters zo ‘onnodig druk’ krijgen opgelegd. Ook vinden leraren dat zij in het reguliere onderwijs geen mogelijkheden hebben voor een tussentijdse overgang naar groep 3.

De Algemene Onderwijsbond (AOb) noemt het verhaal van Dekker ergerlijk. „Iedereen die wel eens een kleuterklas is binnengelopen, weet dat het bij kinderen van een jaar of vijf niet alleen de vraag is of ze snel kunnen schrijven en rekenen, maar juist of ze in hun totale ontwikkeling klaar zijn voor groep 3”, zo schreef AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen. „Daarom praat je bij kinderen die nog niet zo ver zijn over ‘doorkleuteren’ en niet over zittenblijven.”

Verantwoordelijke burgers

De visie van Dekker is dat leerlingen zo snel mogelijk, liefst op een zo hoog mogelijk niveau door het onderwijs moeten, zegt onderwijsonderzoeker Hartger Wassink. Hij is werkzaam bij het Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken (NIVOZ). „De snelle doorstroom is misschien financieel interessant, maar niet per se goed voor het jonge kind.”

Wassink is niet voor of tegen een extra kleuterjaar. Hij is voor een zo breed mogelijke ontwikkeling van een kind. Daarbij tellen niet alleen taal en rekenen, maar ook dat kinderen moeten uitgroeien tot verantwoordelijke burgers. „Vanuit die visie moet je als team bepalen of een kind klaar is voor groep 3 of niet.”

Dat uitgroeien tot verantwoordelijke burgers gaat niet via een lineaire ontwikkeling, zegt hij. Zeker niet bij kleuters, die zo veel van elkaar verschillen. En dat terwijl het onderwijs steeds meer uitgaat van maakbare kinderen die in dezelfde klas dezelfde ontwikkeling doormaken. Wassink: „Dat is natuurlijk onzin.”

De AOb stelt dat bij kinderen van vijf jaar de meetbare gegevens nog vager zijn dan op oudere leeftijd. „Een kind van die leeftijd is zich nog meer aan het ontwikkelen als sociaal wezen. Een kleuterjuf ziet de persoonlijke ontwikkeling en de groepsdynamiek”, zegt een AOb-woordvoerder. „Leerlingen uit groep 8 leg je langs een meetlat. Kleuters niet, dat is meer maatwerk.”

Snelle doorstroom is financieel interessant, maar niet per se goed voor het kind

Hartger Wassink, onderzoeker

Foto Arie Kievit / ANP

Foto Arie Kievit / ANP

Harde overgang naar groep 3

Een probleem is de ‘harde’ overgang tussen kleuterschool en groep 3, zegt Wassink. Dertig jaar geleden is de kleuterschool toegevoegd aan de basisschool. Het echte onderwijzen is steeds meer op de kleuterschool te vinden, terwijl kleuters juist leren door te spelen. „Het is niet gelukt de overgang soepeler te maken. Een kind dat na groep 2 nog graag wil spelen heeft in dit systeem een probleem.”

De woorden zijn herkenbaar voor leerkrachten, zo ook voor Ellen Groot van de Lubertischool in De Koog (Texel). „Met het samenvoegen van de [opleiding tot kleuterleidster] KLOS en de pabo kwamen ook de werkbladen en de tafeltjes bij de kleuters. Nu merk ik een voorzichtige kentering: een kleuter mag weer kleuteren.” Dat betekent vooral spelenderwijs leren. Groot: „Dan kun je interventies doen. Een kind dat ergens moeite mee heeft of onzeker is, kun je in een spelsituatie helpen. In de poppenhoek of bouwhoek kun je voorbeelden geven of vragen stellen.”

Kleuterjuf Nicole Boot van De Fontein in Ypenburg (Den Haag) probeert de kinderen gedurende het hele schooljaar voor te bereiden op groep 3.

„Een voorbeeld: zo kijken we eerst buiten naar onze schaduw en neem ik later in de klas, in kleine groepjes, werkbladen door met de kinderen. Daar staan dan de schaduwen van Jip en Janneke. Zodat de kinderen van een papier kunnen leren leren.”

Als kinderen groep 2 over doen is daar lang en goed over nagedacht, zegt Boot. „We maken ook een doublureplan, waarin we doelen stellen. We zeggen niet: ga maar lekker een jaar spelen. Nee, je wilt een kind echt vooruithelpen.”

Volgens Boot is de boodschap van Dekker dubbel. „Hij wil goede prestaties, maar dat kan alleen als een kind op de juiste plek zit. En dat is soms dus groep 2.”

Overigens heeft juf Groot nog een ander belangrijk argument om jonge kinderen een jaartje op de kleuterschool te houden. „Het gevaar van een kleuter die te vroeg naar groep 3 gaat is faalangst. Aan jezelf twijfelen is niet iets wat je de rest van je schooljaren wilt meenemen.”