In Griekenland is ondernemen nog altijd overleven

Griekenland

Griekse ondernemers zijn aan hun achtste crisisjaar bezig. Ze staan nog altijd in de overlevingsstand. „Niets beweegt.”

Ioannis Zafeiropoulos in zijn winkel. Foto Nikos Pilos

Ioannis Zafeiropoulos (39) heeft zijn bureau midden in de winkel geplaatst. Het grote beeldscherm staat tussen de rekken met kanten doopjurkjes en nette jongenskleding. Vader Christos staat een klant te woord. Moeder Angeliki maakt de winkel aan kant en pakt een bestelling in. Schoonzus Anastasia verwerkt onlinebestellingen. Op de vloer ligt een stapel pakketjes klaar voor verzending.

Kinderkledinghandel AZShop, met twee winkels in Athene, staat na zeven jaar economische crisis in Griekenland nog overeind. „Nog net”, zegt Zafeiropoulos. De webshop die hij in 2010 begon, heeft het familiebedrijf er voorlopig doorheen getrokken. Onlineverkopen maken nu 90 procent uit van de omzet. Maar het einde van de crisis is nog niet in zicht. „De markt krimpt nog steeds.”

Burgers en bedrijven zuchten onder de hoge belastingen, investeerders blijven weg. Het belangrijkste economische nieuws van de laatste maanden waren de zelfmoord van de bekende ondernemer Kyriakos Mamidakis (84) van Jetoil en het faillissement van supermarktketen Marinopoulos.

Lees ook het interview met George Papaconstantinou, voormalig minister van Financiën: ‘Het is alsof we in een parallel universum leven’

De staatsschuld is nog altijd een astronomische 309,2 miljard euro, ofwel 176,9 procent van het bruto binnenlands product. Zzp’ers sluiten een voor een hun zaken, omdat ze de verplichte afdracht voor pensioen- en zorgverzekering niet kunnen opbrengen. De selecte groep ondernemers die stug doorploetert is somber over de toekomst.

Zafeiropoulos oriënteert zich op een verhuizing van het bedrijf naar Bulgarije of Cyprus. Veel bedrijven gingen hem voor. Soms alleen op papier.

„De belastingdruk is verstikkend. Onze verkopen gaan goed, want we zitten in het goedkopere segment. Maar we werken in wezen voor de overheid en houden zelf alleen de restjes over.”

Hij citeert een grapje dat het goed doet op Facebook in Griekenland: „Onze premier heeft de economie geholpen. Die van Bulgarije.” In het buurland zijn zowel de belastingen als de lonen lager. En Bulgarije zit ook in EU, dus het mag. Een ander terugkerend wrang Grieks grapje: „Het zal niet lang meer duren voor de lonen hier op Bulgaars niveau zijn.”

De staatsschuld is nog altijd een astronomische 309,2 miljard euro, ofwel 176,9 procent van het bruto binnenlands product.

Eind 2014 leek Griekenland uit de crisis te geraken. De vraag trok aan. De staat zou weer op de financiële markten gaan lenen. De conservatieve regering sprak al triomfantelijk over het uitzwaaien van de gehate trojka van kredietverschaffers en toezichthouders, het Internationaal Monetair Fonds, de Europese Centrale Bank en de Europese Commissie.

De hoop duurde een paar maanden

Dat was de enige hoopvolle periode voor ondernemers van de afgelopen jaren, zegt Zafeiropoulos. De overheidsbegroting kwam in evenwicht. Hervormingen wierpen vruchten af. Hij zag de verkopen rap aantrekken. „Maar een paar maanden positieve economische ontwikkeling is te kort om bijvoorbeeld werklozen aan banen te helpen. En toen kwamen er al weer verkiezingen.”

Onder de Syriza-regering van premier Alexis Tsipras, die begin vorig jaar aan de macht kwam, keerde de trend. De regering koos voor een keiharde koers tegen de internationale kredieten en het toezicht. De economie kwam tot stilstand. Banktegoeden werden bevroren.

Het resulteerde in een derde steunpakket (86 miljard euro), verleend onder zware voorwaarden. De trojka is tegenwoordig de quadriga (kwartet). Er kwam een internationale speler bij: het tijdens de crisis opgerichte noodfonds ESM (Europees Stabiliteitsmechanisme).

2015 was een rampjaar voor ondernemers. Het geldverkeer werd aan banden gelegd. Burgers mochten nog maar 60 euro per dag pinnen en werden gedwongen hun geld in Griekenland te houden. Bestedingen vielen stil. Het land is inmiddels bekomen van de ergste schrik, zegt Zafeiropoulos. „We zijn niet meer bang dat we aan het einde van de week failliet gaan.” Volgens de laatste cijfers komt de krimp dit jaar in de buurt van de 0 procent.

Net als onder vorige regeringen zijn de belastingen verder verhoogd. Dat geldt ook voor de omstreden onroerendgoedbelasting voor alle huizenbezitters, ook die zonder inkomen. Syriza had beloofd die te schrappen, maar het omgekeerde gebeurt. De betalingen gaan in vier termijnen. Zafeiropoulos ziet zijn omzet dalen als het weer bijna tijd is om deze zogenoemde Enfia te voldoen.

AZshop bedient de Griekse markt. Dat nekt de winkel, want Grieken hebben geen geld. Ruim eenderde van de bevolking leeft rond of onder de armoedegrens van 4.512 euro per jaar. Het bedrijf profiteert ervan dat veel kleine firma’s geen zaken meer konden doen met het buitenland door de beperkingen op het geldverkeer. De business-to-business-tak groeit.

Het is moeilijk in het buitenland meer af te gaan zetten, zegt Zafeiropoulos. De vraag is er wel, maar de transportkosten vanuit Griekenland zijn te hoog in vergelijking met andere Europese landen. Een hardnekkig probleem waar pogingen om de markt te liberaliseren geen einde aan hebben gemaakt.

Zafeiropoulos roept naar zijn moeder. „Wat betaal je maandelijks aan pensioenpremie en zorgverzekering?” 450 euro, antwoordt zij. „Dat is tegenwoordig een maandsalaris.” De linkse regering lost elk financieel probleem volgens hem op met belastingverhogingen. „Het lijkt misschien logisch voor een land met een hoge schuld om ook hoge belastingen te hebben, maar zo werkt het dus niet in de economie.”

AZshop bedient de Griekse markt. Dat nekt de winkel, want Grieken hebben geen geld.

Antonis Chachlakis is directeur van Nireus, een groot bedrijf dat verse baars en brasem kweekt en, al dan niet gefileerd,naar 35 landen exporteert. Jaarlijks verwerkt het tweehonderd miljoen vissen. De omzet is 185 miljoen euro. Op de begane grond staan vrouwen tussen bakken vis en ijs in razend tempo de vangst te fileren. De koppen gaan als voer naar pelsdieren.

Hij is een „fan van Griekenland”, beklemtoont de directeur. „De dag na mijn afstuderen in de Verenigde Staten zat ik in het vliegtuig terug.

„We moeten de problemen hier onder ogen zien en het land aantrekkelijk maken voor investeerders.”

Doordat Nireus vrijwel alle productie exporteert, staat het bedrijf nog overeind. Maar het was en blijft een strijd. De export kromp in de eerste helft van dit jaar met 8,1 procent naar 11,8 miljard euro volgens de Griekse exportassociatie PEA. Landbouw, waar visserij onder valt, is een van de weinige sectoren die het relatief goed doen.

Een zure verkoop

In 2015 zag Nireus zich gedwongen de Turkse onderdelen van het bedrijf te verkopen. „Van banken kon je geen cent krijgen en we hadden geld nodig.” De verkoop was zuur. Turkse viskwekers zijn de voornaamste concurrenten en kregen tot voor kort staatssteun, iets waar Europese viskwekers steen en been over klaagden bij de Europese Commissie, volgens Chachlakis „een zeer traag werkend mechanisme”. Inmiddels heeft Turkije Griekenland ingehaald als wereldmarktleider in kweekvis. „Ons verlies was hun winst.”

De verkoop leverde de benodigde contanten op om de zomer van 2015 te overleven, toen banktegoeden werden geblokkeerd. Voor elke buitenlandse betaling moest eerst toestemming komen van een commissie. Een procedure die in het begin meer dan een maand duurde. „We konden nog geen 5 euro naar het buitenland overmaken.”

Lees ook deze analyse over de huidige stand van de financiële crisis: De verborgen eurocrisis

Na ongeveer vijf maanden konden betalingen aan buitenlandse leveranciers weer zonder grote vertragingen worden gedaan. Maar Grieken kunnen nog altijd niet onbeperkt over hun tegoeden beschikken. Veel particulieren verkiezen een kluis thuis boven de bank. Ondernemers likken hun wonden. „Markten die je kwijt bent worden door een ander ingepikt. Die win je niet gemakkelijk terug.”

Foto Nikos Pilos

Dee visfabriek van Nireus. Foto Nikos Pilos

Nireus is inmiddels voor 70 procent in handen van Griekse banken. Die hebben aandelen gekregen in ruil voor de uitstaande kredieten.

Chachlakis kan, zelfs als werkgever, niets positiefs zeggen over de crisis. Die is onder meer bestreden door ‘interne devaluatie’, want produceren in Griekenland moest goedkoper worden. Als gevolg van die aanpak zijn de lonen gedaald. Tegelijk zijn echter de belastingen en verplichte werkgevers- en werknemerspremies voor pensioenen en verzekeringen gestegen. „Als ik een werknemer een bonus van 500 euro wil geven kost me dat 2.000 euro.”

„Griekenland moet het niet zoeken in loonsverlagingen”, zegt Chachlakis. Dat tast volgens hem de bestedingen aan en heeft negatieve economische gevolgen. Een loonsverlaging van 700 naar 400 euro netto zou enorme impact hebben op het leven in de dorpen waar Nireus vis kweekt. Het bedrijf zelf wordt er volgens hem niet veel gezonder door. „Wij zijn ook gebaat bij gemotiveerde werknemers.”

Inmiddels heeft Turkije Griekenland ingehaald als wereldmarktleider in kweekvis. „Ons verlies was hun winst.”

De economische crisis duurt inmiddels acht jaar. Nireus en AZshop behoren tot nu toe tot de overlevers. Maar ook voor hen is het einde nog niet in zicht.

Het recept dat Chachlakis oplepelt om eruit te komen klinkt hol. De woorden zijn in de loop der jaren al zo vaak uitgesproken. Er zijn hervormingen nodig, zegt hij. En investeerders moeten vertrouwen krijgen. Maar „niets beweegt”. En dat kan letterlijk genomen worden.

„Wie een klacht heeft, blokkeert de weg. Tien kinderen leggen een universiteit plat, in plaats van dat ze er een opstel over schrijven.”

Het voornaamste probleem, vindt de directeur, is politiek van aard. „We hebben een teveel aan democratie.”