Een kwetsbare, grote, sterke man

Louis d’Or

Moordenaar en moederskindje: Hans Kesting is een fenomenaal booswicht in zijn rol van Richard III in Kings of War. Meedogenloos maar complex.

Foto Jan Versweyveld

Hij draagt hem trots om zijn pink, de Albert van Dalsumring: goud met maansteen en diamantjes. Vorig jaar kreeg Hans Kesting de ring, een belangrijke onderscheiding die van de ene acteur aan de volgende wordt doorgegeven, van Gijs Scholten van Aschat. Eerbetoon van een vakbroeder voor een collega op de toppen van zijn kunnen. Directe aanleiding voor Van Aschat om de ring over te dragen, was Kestings vertolking van Richard III in Kings of War (regie: Ivo van Hove). Na het zien van die prestatie, in een rol waarvoor hij zelf ook bekroond werd, achtte Scholten van Aschat ‘de tijd rijp’ om de ring door te geven. En nu ontvangt Kesting voor dezelfde rol de Louis d’Or: de belangrijkste Nederlandse toneelprijs.

Lees ook Overdonderende marathon over macht, over Kings of War

Fenomenaal booswicht

Het personage Richard III: vrouwenhater, moederskindje, meedogenloze moordenaar, biedt een magistraal platform voor een veelzijdig acteur, en Kesting bespeelt dat meesterlijk. Een fenomenaal booswicht is hij, compleet met wijnvlek en x-benen. Hij slijmt, vleit, en fleemt onovertroffen. Hij vloekt, scheldt en vernedert superieur. Maar hij brengt bij de kwaadaardige koning ook een diepere laag aan. In zijn vertolking paart hij een krankzinnig lachje aan een roerende, vragende blik: mama, kijk dan! Vaak wordt Richard III voluit als schurk gespeeld, maar Kesting maakt hem complexer en menselijker.

Met regisseur Ivo van Hove vond Kesting een vernuftige vorm voor de monoloog waarin Richard III zijn snode plannen deelt met het publiek – een vorm die een klassieke slechterik van hem maakt. In plaats van tot het publiek praat Kesting in de spiegel tegen zichzelf, trots en walgend tegelijk. Dat maakt hem treurig en eenzaam; een gekwelde narcist in plaats van enkel de berekenende snoodaard. En als hij die beroemde slotzin uitspreekt – ‘Een paard, een paard, mijn koninkrijk voor een paard! – galoppeert hij langdurig rondjes over toneel. Een uitzinnige combinatie van kinderspel en bevrijding; van hysterische vreugde die ontspoort in waanzin. Het is een scène die door toneelconventies breekt, en gek en ongemakkelijk is op het pijnlijke af. De toneeljury schrijft: ‘Hij lapt niet alleen de heersende moraal van het Engelse hof aan zijn laars, maar ook alle regels van de voorstelling.’ Zij prijst overigens ook zijn optreden, ditzelfde seizoen, als SS’er Max Aue in De Welwillenden.

Memorabele rollen

Hans Kesting (1960) is sinds 1987 verbonden aan Toneelgroep Amsterdam. Hij maakte een serieuze maar mislukte uitstap naar televisie en koos toen met volle overtuiging voor het toneel. Kesting speelde memorabele rollen in onder meer Het temmen van de feeks, Othello, Antonioni Project, Romeinse Tragedies en De Russen. In 2008 ontving hij zijn eerste Louis d’Or voor de rol van snoeiharde, nietsontziende, aan aids stervende advocaat Roy Cohn in Angels in America.

De laatste jaren is er zachtheid in zijn spel geslopen. De kracht komt vanzelf mee met zijn verschijning: hij is groot, lang en breed, met een donker, bronzen timbre. Maar hij zoekt, zo zegt hij zelf, „bij die grote sterke man nu ook de kwetsbaarheid.” Dat loont. Imposant was het altijd al, maar nu is zijn spel voller en rijker. Interessanter.

Keer op keer gaat hij op zoek naar dat talent in hem dat een rol anders maakt dan alle voorgaande rollen, zei Scholten van Aschat bij de overdracht van de Albert van Dalsumring. Kesting is volgens hem: „collegiaal, geestig, schaamteloos, oprecht in zijn onderzoek, heeft een enorme aanwezigheid en speelt altijd in dienst van het stuk en niet ter meerdere eer en glorie van zichzelf.”

De toneeljury, tot slot: ‘Wat hij toevoegt aan energie is onvoorstelbaar. Hans Kesting is iemand voor wie je naar een voorstelling gaat.’