De onbekende tijdbom van de monetaire unie

Een oase van rust, die indruk maakt de eurozone na een extreem woelige periode waarin het bestaan van de euro soms op het spel stond. De jaren zijn voorbij dat een acute crisis de economie van Spanje, Ierland en Portugal ten onder dreigde te doen gaan. En het is nog maar ruim een jaar geleden dat de Griekse crisis had kunnen leiden tot een afscheid van de euro in dat land.

Dat lot is de Europese munt tot nu toe bespaard gebleven. De Europese Centrale Bank heeft in de tussentijd alles uit de kast gehaald om de rust terug te brengen. De bezwering van topman Draghi om „alles te doen wat nodig is”, heeft effect gehad. Zo ook de Europese noodfondsen die inmiddels zijn opgericht om nieuwe calamiteiten tegen te gaan.

Dat betekent niet dat de euro nu uit de gevarenzone is. De Europese economie wordt op dit moment gesteund door een revolutionair monetair beleid, waarbij grote hoeveelheden liquiditeiten (geld) voornamelijk via het banksysteem in de economie worden gepompt. De rente is daarbij, en daardoor, extreem laag. Zulk beleid werkt wellicht helend, maar ook verhullend. Veel banken, vooral in het zuidelijk deel van de eurozone, zijn nog niet gezond. De overheidsfinanciën verbeteren ogenschijnlijk door de lage rentevoeten op de staatsschuld. Maar de lage economische groei en lage inflatie frustreren een werkelijk herstel.

Intussen bouwt de onbalans in de eurozone zich bijna ongemerkt weer op. De monetaire hulp die naar het zuiden vloeit in de vorm van liquiditeiten, lekt voor een flink deel terug naar het noorden. De oude praktijk waarin banken elkaar door de gehele eurozone vonden op de interbancaire geldmarkt, is nog steeds niet volledig hersteld. Het verkeer loopt nog steeds hoofdzakelijk via de centrale banken.

Dat is te zien aan het bij het publiek grotendeels onbekende systeem van vereffening tussen de centrale banken die samen onder leiding van de ECB het stelsel van centrale banken vormen. In dit ‘Target2’-systeem bouwen zich, net als op het hoogtepunt van de eurocrisis, grote tekorten op van zuidelijke landen, en forse vorderingen van de noordelijke. Daarbij gaat het om honderden miljarden euro’s – de Nederlandse vordering is nu 82 miljard.

Dit is een boekhoudkundige werkelijkheid, zolang de euro in zijn huidige vorm en samenstelling blijft bestaan. Maar het is óók een tijdbom. De schade bij een nieuwe crisis, wanneer de muntunie zou opbreken, zou onoverzienbaar zijn. Deze situatie mag niet blijven bestaan. Een onbalans in Target2 is soms onoverkomelijk. Maar een onevenwichtigheid van deze proporties is ontoelaatbaar.