Achter de koude uitstraling smeult een diep gevoelsleven

Ze is tegelijk vriendin, therapeut, klusjesvrouw, klankbord en uitlaatklep. Wine Dierickx raakt je in het hart in Helpdesk.

Foto Fred Debrock

Het eerste wat opvalt aan Wine Dierickx in Helpdesk zijn haar handen. Slanke handen, waarvan de duim en wijsvinger onrustig over elkaar heen wrijven of de vingers ongedurig in de handpalm drukken. Het is een tic die agitatie verraadt.

Fántástísch

In deze prachtige, geestige en betekenisvolle solo van theatercollectief Wunderbaum speelt de Vlaamse Dierickx (1978) een telefonische hulpverlener, een vrouw die tegelijk klusjesvrouw, therapeute, vriendin, klankbord en uitlaatklep is. Ze leeft mee met haar bellers. Ze spiegelt zich aan hen. Ze is wat zij willen. Als er enthousiasme gevraagd wordt, roept ze dat het ‘fántástísch’ is. Dierickx kan op elke lettergreep met liefde een klemtoon leggen. Ze is ook een komisch talent.

Heel haar lichaam praat mee aan de telefoon. Ze loopt, headset op het hoofd, buigt steeds naar de grond op het ritme van het gesprek en haar handen schilderen mee in de lucht als ze haar bellers oplossingen biedt. Mooi is hoe ze haar blik naar binnen slaat als ze denkt of luistert.

Ze is alleen, in een kale, lege ruimte die haar afzondering benadrukt, en toch is het alsof haar bewegingen de bellers moeten helpen overtuigen. Helpdesk speelt zich af op locatie: op verlaten verdiepingen van kantoorkolossen, waar grote raampartijen uitzicht bieden over de stad. Soms staart ze naar buiten. Daar is het leven.

“Ze leeft mee met haar bellers. Ze spiegelt zich aan hen. Ze is wat zij willen.”

Servicemens

Zolang er iemand aan de lijn is, lijkt Dierickx op te gaan in het gesprek. Maar als ze ophangt, met een simpele schuifbeweging van haar hand, is er even niets en zakken de mondhoeken. In dat zichtbaar wegvloeien van de energie komt alles samen wat deze voorstelling wil zeggen over de robotisering van de wereld, het uitbesteden van vriendschap en intimiteit en over de mens achter de servicemens.

Dierickx maakt voelbaar dat deze vrouw weet hoe dienstbaar ze zich moet opstellen en hoeveel ze zich moet laten welgevallen. Want de bellers zijn bazig en kortaf. Ze vragen hulp bij het kiezen van een jurk, het inrichten van een kinderfeestje, het bestellen van vrouwen. Alles draait om hen.

Gaandeweg komen er barsten in haar masker van professionaliteit. Een onuitgesproken melancholie uit ze door zich te vlijen op een stapel bontvellen, het enige object in de ruimte. Met twee vreemde bellers – een man zonder humor, een vrouw zonder vrienden – kent ze geen genade. Openlijk laat ze haar weerzin blijken. Krijgt haar identiteitscrisis de overhand of is de waarheid zeggen haar manier om de ander te helpen? De knappe tekst en het spel van Dierickx laten het raadsel intact.

“Na alle prijzen die Wunderbaum al heeft gekregen, is het mooi dat er nu een afzonderlijk lid wordt gelauwerd.”

Theo d’Or

Toch hebben haar aarzelen, haar veranderde toon en haar getroffen blik het idee over deze vrouw verandert. Ze is geen robot. Er borrelt van alles, ook al gaat ze dapper door met haar werk. Dat is ook de essentie van de aantrekkelijkheid van Dierickx als actrice. Die kun je vergelijken met wat iemand als Ariane Schluter zo goed maakt: een op het oog harde, bijna koude uitstraling, waar op onverwachte momenten glimpen van een diep, smeulend gevoelsleven doorheen steken. Dan kan je als toeschouwer in je hart geraakt worden.

Dat alles maakt de toekenning van de Theo d’Or een verdiende onderscheiding voor een schitterende rol. Na alle prijzen die Wunderbaum al heeft gekregen, is het mooi dat er nu een afzonderlijk lid wordt gelauwerd. Voor Dierickx is het al haar tweede prijs, na de Colombina in 2009 voor haar bijrol in Tien Geboden van NT Gent. Toch is ze in Nederland minder bekend dan in België. Dat mag nu veranderen.