In Orlando heerst vooral optimisme

Aanslag op homobar

Drie maanden na de aanslag op homoclub Pulse blijft de locatie van de bloedigste aanval in de VS sinds 9/11 een gedenkplaats.

Een gedenkkrans met de foto’s van de 49 slachtoffers die omkwamen bij de aanslag op de nachtclub Pulse in Orlando. Foto Joe Burbank/Orlando Sentinel/AP

Een vader positioneert zijn twee jonge tienerzonen voor de zee aan verregende bloemen, foto’s en kaarsen bij nachtclub Pulse in Orlando. De jongens, met donkere, borstelige haren, grijnzen naar de camera van zijn iPhone. „Moet je kijken”, zegt Joseph Aintabi, terwijl de drie in hun SUV stappen en wegrijden. „Dat had je tien jaar geleden toch niet kunnen denken: dat een latino-vader met zijn zonen een homomonument bezoekt en foto’s maakt.”

Het is drie maanden geleden dat Omar Mateen in deze nachtclub 49 bezoekers doodschoot en 53 verwondde, voordat hij zelf door de politie werd gedood. Het was de grootste schietpartij en de dodelijkste aanslag in de VS sinds de terreuraanval van 11 september 2001, deze week 15 jaar geleden.

De motieven en de geestelijke gezondheid van de dader blijven voer voor speculatie. De FBI heeft geen bewijs gevonden dat hij in contact stond met Islamitische Staat, uit wiens naam hij zei te handelen. Noch dat hij zelf homoseksueel was, zoals in de gayscene in Orlando het gerucht was.

Lees ook Driftig, radicaal en homofoob - een profiel van Omar Mateen

Joseph Aintabi (32) kwam „ontelbaar” vaak in Pulse, maar op die noodlottige avond was hij op zijn werk. „Ik ben die avond tientallen vrienden kwijtgeraakt. Ik weet niet precies hoe ze zijn doodgegaan; ik wil het ook niet weten”, zegt Aintabi. Deze dag is de eerste keer sinds de schietpartij dat hij hier durft te komen, gewapend met een ijskoffie van Starbucks. „Ik rij hier bijna elke dag langs, maar ik wilde niet stilstaan. Nu sta ik hier te trillen op mijn benen.”

Victor Guanchez (24) is één van de 53 gewonden. Hij werkte als barkeeper bij Pulse en werd door Mateen in zijn heup en zijn rechtervoet geschoten. „Ik heb het alleen overleefd omdat ik me achter een ijsmachine kon verschuilen.” Voor Guanchez, die drie jaar geleden uit Venezuela naar de VS kwam, was Pulse „de veiligste plek op aarde om homo te zijn”. Hij wordt ’s nachts wakker met het geluid van de schoten en het beeld van de man die naast hem doodbloedde. „Ik voel me nog steeds veilig in de VS, maar ik ben wel bang dat het opnieuw kan gebeuren.”

Lees ook ‘Hij komt eraan. Ik ga dood’ - een reconstructie van de aanslag

De aanslag heeft tot veel onrust geleid in de grote LHBT-gemeenschap van Orlando, een stad die bekendstaat als homovriendelijk. Afgelopen week nog werd een man gearresteerd die op sociale media dreigde met een aanslag waarbij vergeleken die met Pulse zou verbleken. Het plaatselijke centrum dat al bijna veertig jaar opkomt voor homorechten, ontving drie „serieuze” bedreigingen.

Optimisme

Toch heerst in Orlando naast verdriet vooral optimisme. „Het klinkt misschien gek”, zegt David Bain (55), de oprichter van het plaatselijke LHBT-museum, „maar deze aanslag laat juist ook zien hoe ver we zijn gekomen”. Bain is „overweldigd” door de steun die na de aanslag is gekomen van niet-homoseksuelen. Overal in de stad hangen regenboogvlaggen met de slogans #orlandostrong en #orlandounited.

„Deze aanslag was dramatisch, maar er zijn in de geschiedenis meer mensen vermoord omdat ze homoseksueel zijn”, zegt Bain. „Maar bij Pulse zie je dat niet alleen de gemeenschap, maar de hele stad en het hele land meeleeft. Deze schietpartij wordt niet gezien als een aanval op homo’s – wat het natuurlijk ook is – maar op ons allemaal.”

Voor Bain en medestanders is de aanslag juist reden om weer extra te strijden voor gelijke rechten. „We hebben de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt: we mogen in alle staten trouwen en hoeven in het leger onze geaardheid niet meer te verbergen. Maar het is in Florida nog steeds toegestaan om mensen te ontslaan omdat ze homo zijn. We moeten zorgen dat de mensen die ons nu zeggen te steunen ook helpen om daar een eind aan te maken. Dan doen we pas echt het tegenovergestelde van wat de dader hier wilde bereiken.”