De laatste trein naar Lourdes

Bedevaartstrein

Reizen naar het katholieke bedevaartsoord Lourdes zullen nog wel even blijven bestaan. Maar de bedevaart per spoor is voorgoed verleden tijd. Uit Maastricht vertrok zondag na 95 jaar de laatste trein.

©

Het wachten op de trein naar Lourdes is voor Joop (72) en Doortje Geesink (71) uit Landgraaf al een feestje. Daar is zuster Bianca (29), die al sinds haar opleiding verpleging als vrijwilligster meegaat. Ze wordt begroet met drie dikke kussen.

Dat reüniegevoel hangt deze zondagmiddag op het hele perron 4 van het Maastrichtse station. Veel van de aan blauwe sjaals herkenbare Lourdesgangers gaan al jaren en kennen elkaar daarvan. Verpleegkundige Sanne Hoogzaad en haar man Pascal (beiden ook 29), die door zijn echtgenote brancardier is geworden, zijn helemaal uit het Brabantse Veghel gekomen om de laatste trein naar Lourdes uit te zwaaien. Zelf kunnen ze niet mee. De zwangere Sanne is komende vrijdag uitgerekend. Joop en Doortje Geesink wisten daar al van. Na een hartelijke begroeting drukken ze Sanne een feestelijk ingepakte knuffel met ingebouwd slaapmuziekje in handen. Voor in de wieg.

Zoon Jo Geesink ziet het lachend aan. Hij bracht zijn ouders al vaker naar het station. Elke keer was het uitzwaaien met plezier. Hun klachten blijven waarschijnlijk ook na de negende bedevaart dezelfde, maar toch maken de reizen het verschil. „Ze leven er al weken naartoe. Ze komen ook met meer energie thuis.” Moeder Doortje bevestigt dat: „De saamhorigheid is prachtig. Je vergeet even alle pijn.” Vader Joop geeft hoog op over het reizen per trein: „In de coupé heb je volop contact. Je kunt ook door de trein heen lopen. Soms hebben mensen hun verdriet. Vaak is het lachen, gieren, brullen.”

Foto’s Ans Brys

Zondag vertrok uit Maastricht de laatste bedevaartstrein naar Lourdes. Non Anne Veugelers roemt „de saamhorigheid, het oog hebben voor elkaar”. Foto Ans Brys

Geen ruimte in Frankrijk

Over deze bedevaart hangt voor de Geesinks een grauwsluier. Het is de laatste Lourdesreis vanuit Nederland per trein. Het materieel is zo goed als op. Het Franse spoor heeft weinig ruimte voor de pelgrimtreinen. „Het afscheid over een week gaat heel emotioneel worden”, voorspelt Doortje.

Joop vindt het eigenlijk „een schande” dat de trein straks niet meer rijdt. Hij heeft een ICD, een ingebouwde defibrillator, en mag daarom niet vliegen. Zijn vrouw heeft een versleten rug en een hardnekkige hernia. In de trein kan ze af en toe gaan liggen. In een vliegtuig of bus is dat uitgesloten. De kans dat ze na deze week nog een keer naar het Zuid-Franse bedevaartsoord kunnen gaan, is klein.

Voor Anne Veugelers, non, is het nu al een middag met een lach en een traan. Van een paar uurtjes op het perron wordt de geestelijke al blij. Dolgraag was ze meegegaan op deze allerlaatste treinreis, net als haar nicht en haar zus, die zwaar diabetespatiënt is. Het zou haar vijfentwintigste bedevaart worden. Maar ze kan niet langdurig weg. Bij de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid heeft de 74-jarige Veugelers de zorg over een zieke medegeestelijke.

De non roemt „de saamhorigheid, het oog hebben voor elkaar”. Wonderbaarlijke genezingen heeft ze nooit van nabij meegemaakt. „Wel andere heel mooie dingen.” Onvergetelijk vond ze bijvoorbeeld de twee echtparen die elkaar op een bedevaart leerden kennen. „Kort daarna overleed bij de een de vrouw en bij de andere de man. Later zag ik de weduwnaar en de weduwe terug op een nieuwe reis, als paar.”

©

Foto Ans Brys

Zo wemelt het van de verhalen. Een vrijwilligster vertelt over een andere vrijwilligster die de hoop op een eigen kindje al jaren had opgegeven; negen maanden na Lourdes viel een onverwacht geboortekaartje in de bus. Een andere pelgrim moest aan de dokter uitleggen hoe ze opeens zonder die zestien uur zuurstof per dag kon.

Dezelfde rijtuigen als in 1981

Proviand, rolstoelen, rollators, reizigers en vrijwilligers gaan stilaan aan boord.

Ze reizen naar Lourdes in vijftien niet al te moderne rijtuigen van de Belgische spoorwegen. Het zijn nog dezelfde als in 1981, toen Maastrichtenaar John Huyts voor de eerste keer als vrijwilliger meeging. Toch is er veel veranderd, constateert hij, 65 bedevaarten later. „We hoeven veel minder mee te slepen. Vroeger moest alles in Nederland worden ingeladen: melk, brood, tot infusen toe.”

De zieken en ouderen van nu zijn ook bereisder dan die van toen. „Destijds waren velen nog zelden buiten hun dorp of stad geweest. Maar ook nu mensen veel meer gezien hebben, blijft de treinreis bijzonder. Bijvoorbeeld met slecht weer uit Maastricht vertrekken en ’s ochtends in een heel andere landstreek met een stralende zon wakker worden.”

Bond voor jonge boerinnen

Cor Rens (74) uit het Brabantse Sprundel, klaar voor vertrek met drie dorpsgenotes van 80-plus, allemaal ervaren Lourdesgangers, maakte haar eerste pelgrimage 55 jaar geleden. „Met de bond voor jonge boerinnen. Er waren toen nog gescheiden rijtuigen voor mannen en voor vrouwen. Bij het heiligdom moest je als vrouw gesluierd zijn. Tegenwoordig is het veel soepeler.”

Anton van Diessen, diaken in Waalwijk en Waspik, vindt dat het vooral „om de helende kracht van het samenzijn” gaat. Dit wordt voor de 62-jarige zijn twintigste keer Lourdes. Voor de elfde keer gaat hij mee met de treinbedevaart. „Die hebben extra sfeer. Op de heenweg gaan de verhalen nog over pijntjes en klachten. Op de terugweg is iedereen broertje en zusje van elkaar.”

Als geestelijk begeleider heeft Van Diessen de leiding over een groep pelgrims en vrijwilligers die allemaal in hetzelfde hotel zitten. „Ik draag ook zorg voor een zo afwisselend mogelijk programma. Niet alleen de eucharistievieringen, maar ook een stadswandeling en op zijn tijd een cappuccino of wat geestrijk vocht. Daar moet je ook niet in spugen. De vreugde van Lourdes laadt de accu van de mens op. Ook die van mij. Afgelopen week heb ik vijf uitvaarten begeleid. Geloof me, dan ben je aardig leeggetrokken.”

©

Foto Ans Brys

Geestelijken, artsen, verpleging, andere vrijwilligers offeren stuk voor stuk hun vrije dagen op om mee te gaan. Hilde van Dijk, normaal restauranthouder in Vroomshoop, spreekt van het „Lourdesvirus”. „Dat pakt je of dat pakt je niet.” In 1992 ging de nu 57-jarige Twentse voor het eerst mee als vrijwilliger, op aandringen van haar vader. „Ik voorzag hele dagen van bidden en knielen. Daar had ik geen zin in. Maar mijn vader was bijna 65, de leeftijd waarop een vrijwilliger moet stoppen. Hij bleef daarom aandringen: ‘Ga nou mee. Dan kunnen we nog een keer samen gaan.’”

Na die eerste keer was ze besmet. Het is een week „heel hard werken”, maar ze vindt het een dankbare klus. „En het relativeert je eigen problemen. Je denkt: zo slecht heb ik het nog niet.”

Couchette met wildvreemden

Het wonder van Lourdes was voor Van Dijk ook altijd de treinreis heen en terug. „Mensen komen met wildvreemden in een couchette. Dan moet je dan wel iets van jezelf blootgeven. Veel chronisch zieken zien weinig mensen. En die paar bekenden die ze nog wel zien, kennen hun verhaal. Ze zijn blij dat ze het weer eens kunnen vertellen. In de coupés ontstaat daardoor al snel eenheid. Het is het vertrouwen, dat we in de echte maatschappij, waar iedereen nogal op zichzelf is, zijn kwijtgeraakt. Bij thuiskomst moet ik daarvan echt afkicken.”

Het fluitje klinkt. Het is kwart over vier. De trein zet zich in beweging. De achterblijvers op het station in Maastricht zwaaien en zien weer een restje van het ‘Rijke Roomsche Leven’ voorgoed verdwijnen.