Alles klopt

Illustratie Olivia Ettema

Op de middelbare school had Pieter een vriendinnetje, maar toen dat uit ging, duurde het tot zijn 36ste voor hij weer aan de vrouw was. Nu is het dan echt aan met Monica en hij doet zijn stinkende best voor haar.

Als Monica gevraagd wordt wat ze zo leuk aan hem vindt, zegt ze dat alles klopt, tot aan hun matchende kledingstijl toe. En dat ze allebei echte foodies zijn. Pieter is het daar helemaal mee eens.

Ze is nieuw op zijn afdeling. Ze komt van een zusterbedrijf uit het noorden van het land, en ze heeft nog niet zoveel aansluiting hier. Ze heeft al een paar keer laten vallen dat ze graag eens Pieters vrienden wil ontmoeten.

Pieter is daar een beetje huiverig voor, want zijn vrienden kennen hem als de eeuwige vrijgezel, die superaanhankelijk wordt na een paar biertjes en dan een move doet richting de toiletjuffouw. Altijd als ze met de groep op stap gaan, hebben ze de grootste lol met Pieter.

Misschien kan Monica eerst maar eens kennis maken met Carolien, denkt Pieter. Carolien is zijn twee jaar jongere nichtje. Zij heeft hem altijd wel hoog zitten.

Carolien komt aan met een plastic zak vol pakken pennywafels en stort die leeg op zijn keukentafel. „Zijn lievelings”, zegt ze tegen Monica. „Maar dat wist je natuurlijk allang. Je ziet er goed uit, Pierre! Op weg hier naartoe moest ik trouwens nog denken aan je wasmachine. Heeft-ie nog problemen gehad, sinds je dat fietsslot hebt mee gewassen?”

„Dat fietsslot? Dat was nog in de jaren nul”, zegt Pieter. Het valt hem ineens op hoe hard zijn nicht praat. „Die wasmachine heb ik al heel lang niet meer.”

„Hij had een lichtblauw hemd aan op oma’s verjaardag”, gaat Carolien gewoon door. „Helemaal onder de zwarte smeer van dat slot, en vreselijk verkreukeld, want ja, strijken is iets voor homo’s.”

„Vorig jaar logeerde ik hier.” Carolien wijst naar de zithoek. „Samen met Loekie, een vriendin. Zo gezellig was dat! Het is altijd lachen met Pierre. Loekie heeft het er nóg over dat je ontbijt met chocoladevla en dat je op maandag macaroni met ham en kaas maakt voor de hele week.”

Monica knikt geïnteresseerd. „O ja? Chocoladevla? Macaroni? Elleboogjes bedoel je? We hebben samen ook een keer een pastagerecht gemaakt. Was goed gelukt.”

Voor Pieter is het alsof Carolien het over iemand anders heeft. „Hè”, zegt hij verbaasd. „Dat van die macaroni en zo, dat is echt superlang geleden.”

Hoe kan het dat zijn nicht niet weet dat dat echt heel lang geleden is?