Tegen de honderd doden bij bombardementen Noord-Syrië

De bommen vielen kort nadat de Verenigde Staten en Rusland bekend maakten een akkoord te hebben bereikt.

Bewoners van de Syrische stad Idlib inspecteren de schade na de bombardementen. Foto Reuters

Het dodental bij luchtaanvallen in het noorden van Syrië is opgelopen tot tegen de honderd. De bombardementen in de steden Aleppo en Idlib vonden plaats daags voor het ingaan van een staakt-het-vuren dat tussen de Verenigde Staten en Rusland is overeengekomen.

In Idlib, dat door rebellen in handen is, was een druk marktplein het doelwit van luchtaanvallen. Daar kwamen volgens Reuters ten minste 58 mensen om het leven. Meer dan negentig mensen raakten gewond, onder wie vrouwen en kinderen. In Aleppo kwamen volgens waarnemers 42 mensen door bombardementen om het leven.

De stad Idlib. Tekst gaat verder onder kaart.

Idlib ligt in het noordwesten van Syrië en is de hoofdstad van de gelijknamige provincie. De afgelopen maanden vielen er in de provincie veel bommen van Russische gevechtsvliegtuigen, zo melden internationale hulporganisaties. De Lokale Coördinatiecomités zeggen dat ook in dit geval Russische vliegtuigen de bombardementen uitvoerden. Die vliegen doorgaans hoog en strak in formatie, waar luchtaanvallen van de Syrische luchtmacht veelal worden uitgevoerd door lager vliegende helikopters. In Aleppo voerde het Syrische leger aanvallen uit op delen van de stad die in handen zijn van de rebellen.

Staakt-het-vuren

Het bombardement komt enkele uren nadat bekend werd dat de Verenigde Staten en Rusland – na onderhandelingen van dertien uur – een akkoord hebben bereikt over een staakt-het-vuren in Syrië. Die wapenstilstand gaat maandag na zonsondergang in en duurt een week. De Syrische regering en het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken hebben zich al positief uitgelaten over het akkoord.

Als het staakt-het-vuren een succes te noemen is, willen de landen een front beginnen om Islamitische Staat en andere moslim extremisten samen te bestrijden. Het stoppen van de bombardementen zou er onder andere voor moeten zorgen dat humanitaire organisaties hulp kunnen verlenen in belegerde gebieden.