We maken van Israël het grootste Joodse getto ter wereld

Nir Baram

De Israëlische schrijver Nir Baram maakte een reis door de bezette gebieden en vroeg iedereen naar hun oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict. „De Palestijnen zijn moe van Joden, onderhandelingen en beloften.”

Nir Baram: „In 1948 zijn Palestijnse families versplinterd als door een granaat. Dát is de tragedie, en die bestaat nog steeds.” Foto Dirk-Jan Visser ©

Voor Nir Baram (40) is de militaire Israëlische bezetting van Palestijns gebied al zijn hele leven een gegeven – over negen maanden is die bezetting een halve eeuw oud. En het paradoxale is: hoe langer de bezetting duurt, hoe minder de Joodse inwoners van Israël iets over hun buurland weten. Laat staan dat ze er zelf komen.

Die onwetendheid draagt niet bij aan een mogelijke oplossing, dacht de Israëlische schrijver. Hij besloot daarom eens kriskras door de Westelijke Jordaanoever te reizen, wat uitmondde in zijn deze week verschenen non-fictieboek Een land zonder grenzen.

Baram geldt als de meeste getalenteerde Israelische schrijver van zijn generatie, en wordt wel gezien als de ‘opvolger’ van schrijvers als Amos Oz (1939) en David Grossman (1954), die zich eveneens politiek uitspreken. Met zijn romans Goede Mensen (2013) en Wereldschaduw (2015) had hij internationaal veel succes.

Op zijn reis sprak Baram de meest uiteenlopende types die in bezet gebied rondlopen, van extremistische Joodse kolonisten tot Hamas-aanhangers, en stelde iedereen één vraag: wat is uw oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict?

In zijn woonkamer in Tel Aviv, waar het nodige kinderspeelgoed rondslingert, vertelt Baram – kettinkje, zwart shirt – eerst maar eens over de „grootste schok” die hij heeft ervaren: de wijken van Jeruzalem die ‘achter de muur’ zijn komen te liggen.

Hier is een korte uitleg op z’n plaats: de hele Westelijke Jordaanoever is bezet gebied, maar een deel ervan, Oost-Jeruzalem, werd in 1980 eenzijdig door Israël geannexeerd. Ook al erkent de internationale gemeenschap deze stap niet, Israël beschouwt de gehele stad als Israëlisch grondgebied. Maar in de laatste tien jaar is er een muur gebouwd, officieel om Palestijnse aanslagen tegen te gaan. Deze muur loopt niet op de gemeentegrens van Jeruzalem, maar er net binnen – met als gevolg dat sommige Jeruzalemse wijken achter de muur zijn beland.

Er zijn meer dan een half miljoen kolonisten, die ga je hun huizen niet uit krijgen.

Een van deze wijken, Ras Khamis, ligt op vier kilometer van de Israëlische nederzetting French Hill, waar Baram als kind muziekles volgde. „Nu pas kwam ik daar voor het eerst, en ik was compleet geschokt. Deze buurten, bewoond door Palestijnen, bevinden zich in een verschrikkelijke situatie, erger dan de Palestijnse vluchtelingenkampen. Niemand regeert er, het vuilnis wordt er niet opgehaald, er gaan wapens rond.”

Deze wijken, zegt Baram, hebben hem nog maar eens duidelijk gemaakt hoe „fijnmazig” de Israëlische bezetting is. „Palestijnse inwoners van Jeruzalem krijgen zelden een bouwvergunning. In de wijken achter de muur zijn de huizen goedkoop en is het toezicht op de bouw beperkt, maar vanuit daar moeten ze wel tergende procedures bij een checkpoint doorstaan om de rest van hun eigen stad in te mogen. Dit is de facto een economisch mechanisme om zo veel mogelijk Palestijnen achter de muur te krijgen en te houden.”

Wijken als Ras Khamis, zegt de auteur, zijn „niet meer te repareren”. En geen Joodse Israëliër die dit weet, ook al wonen ze net aan de andere kant van de muur. Wat er achter de muur is, bestaat niet. „Ik wilde dat mensen ervan af zouden weten. Als Israël vindt dat deze wijken tot zijn grondgebied behoren, laat de president er dan een keer naartoe gaan!”

Droom

Het voorbeeld van de benadeelde wijken in Jeruzalem maakt volgens Baram duidelijk dat we op een andere manier naar de bezetting moeten kijken. Volgens de Israëliër is er een dominante stroming die nog altijd gelooft dat er twee staten komen: Israël en Palestina, netjes gescheiden door de Groene Lijn tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever. In dit scenario wordt het merendeel van de illegale Joodse nederzettingen ontruimd. „Ik zal ze maar meteen uit de droom helpen: dit gaat niet gebeuren. Er zijn meer dan een half miljoen kolonisten, die ga je hun huizen niet uit krijgen.”

Deze boodschap gaat er overigens maar moeilijk in bij Europese beleidsmakers. Baram: „Word ik gebeld door een hoge politicus van de Duitse SPD, die mijn boek heeft gelezen. Interessant, zegt hij dan, maar hij voegt er meteen aan toe dat hij voor een tweestatenoplossing blijft strijden. Dan denk ik: dus jij gaat mij eventjes vanuit Berlijn uitleggen wat de situatie is? Dan leef je echt in la-la-land.” De Groene Lijn, zegt hij, wordt vooral „in Amsterdam, in Berlijn, in de Frankfurter Allgemeine” zeer gerespecteerd. „Maar ze bestaat niet.”

De meeste aanslagen worden gepleegd door mensen die achter de muur wonen, omdat ze gefrustreerd zijn over hun leefomstandigheden.

Die Palestijnen achter de muur zijn helemaal niet bezig met de vraag waar de Groene Lijn precies loopt, merkte Baram. „Ze willen maar één ding: herenigd worden met de stad waar ze hun inkopen doen, waar hun familieleden wonen, waar ze bidden in de Al-Aqsa-moskee. Hun verhalen hebben mij gesterkt in de opvatting dat de muur in Jeruzalem moet worden afgebroken. Overigens vind ik mij wat dit punt betreft in gezelschap van mijn rechtse landgenoten, die Jeruzalem zien als de ongedeelde hoofdstad van Israël. Terwijl de meeste linkse mensen, zoals oppositieleider Isaac Herzog, de Joden juist van de Arabieren willen scheiden.”

Met het argument dat die muur juist om veiligheidsredenen is gebouwd, moet je bij Baram niet aankomen. „De meeste aanslagen worden nu juist gepleegd door mensen die achter de muur wonen, omdat ze gefrustreerd zijn over hun leefomstandigheden.” En er is nog een ander nadeel van de trend om heel Israël te ommuren, aldus de schrijver: hiermee wordt „het grootste Joodse getto ter wereld” gecreëerd.

Terugverhuizen

Tijdens zijn zoektocht droegen mensen de meest uiteenlopende oplossingen aan voor het conflict. Een voormalige Hamas-strijder leek het het beste als alle Joden gewoon zouden terugverhuizen naar hun land van oorsprong, zoals Polen of Marokko; een kolonist vond op zijn beurt dat alle Palestijnen uitstekend naar Jordanië kunnen verhuizen.

Zijn deze extremen hoogst onrealistisch te noemen, binnen de bandbreedte van het mogelijke stuitte Baram wel degelijk op interessante visies. „Een eyeopener was voor mij de mate waarin de Palestijnen nog steeds bezig zijn met 1948”, zegt hij bijvoorbeeld.

Oplossingen voor het conflict gaan meestal uit van ‘1967’, het jaar waarin de bezetting van Palestijns gebied begon. Over 1948 wordt nauwelijks anders gesproken dan als voldongen feit; het is het jaar waarin de staat Israël werd opgericht op een grondgebied waarvandaan 700.000 Palestijnen werden verdreven: de Nakba (Catastrofe).

In Israël, zegt Baram, wordt vaak gezegd dat de afstammelingen van deze vluchtelingen onnodig aan het verleden hechten. Als ze het maar goed hebben in het leven, zou het verlangen naar het dorp van hun grootouders wel verdwijnen, denkt men. „Dat is dus niet waar. Ook als ze het goed hebben, kunnen ze 1948 niet vergeten. Door de Nakba zijn hun families versplinterd als door een granaat: sommigen kwamen terecht op de Westelijke Jordaanoever, anderen in Libanon, Syrië, Jordanië of zelfs Chili en Mexico. Dát is de tragedie, en die bestaat nog steeds.”

Ik zal elk idee steunen dat de bezetting beëindigt. Ik zie het alleen niet

Baram vindt dat Israël de gevolgen van de Nakba onder ogen moet zien. Niet om al het veroverde land af te staan, zoals sommige Israëliërs vrezen, maar om het gesprek aan te gaan. „Ook mijn familie heeft van de Nakba geprofiteerd. Wij kregen, ver voor mijn geboorte weliswaar, een huis in West-Jeruzalem toegewezen waar een Arabier had gewoond. Maar juist degenen die van 1948 hebben geprofiteerd, willen er niet over praten.”

Natuurlijk, zegt Baram, vocht Israël in 1948 voor zijn leven en verdedigde het zichzelf tegen binnenvallende Arabische legers – maar dat doet volgens hem niets af aan de honderdduizenden verdreven Palestijnen. „Als ik, ook onder linkse vrienden, een gesprek begin over een eventuele vergoeding van de schade aan de verdreven Palestijnen, krijg ik uitsluitend geïrriteerde reacties. Terwijl Israël jarenlang herstelbetalingen kreeg uit Duitsland.”

Confederatie

Als twee aparte staten niet meer reëel zijn, welke oplossing doet volgens de schrijver dan wél recht aan heden en verleden? Baram is zelf actief in de beweging ‘Twee Staten, Eén Thuisland’. Deze club, een burgerinitiatief van Israëliërs én Palestijnen, ziet heil in twee aparte staten met een fluïde scheiding, die samenwerken in een confederatie. Simpel gezegd: de Arabieren in Israël kunnen blijven, zij worden Palestijns staatsburger en Israëlisch ingezetene. Ook de kolonisten blijven waar ze zijn: zij worden juist Israëlische staatsburgers die in Palestina wonen.

Wie zijn oplossing utopisch noemt, slaat Baram fel om de oren. „En de tweestatenoplossing is dat niet? Hoeveel dichterbij zijn we in een halve eeuw bezetting gekomen? Ik vind dat er sprake is van intellectuele luiheid bij de linkse partijen in Israël, in Europa en in Amerika, met al hun zombieachtige gepraat over twee staten.”

Ideaal is zo’n confederatie niet, dat weet Baram. Zo is de beweging er nog niet in geslaagd om Gaza in de vergelijking te betrekken. Een ander kritiekpunt luidt: als iedereen vanaf nu overal mag gaan wonen, dan bevestig je de bestaande ongelijkheid wat betreft geld en macht, en zijn de Israëliërs dus sterk in het voordeel.

Baram benadrukt vooral het pragmatisme van zijn oplossing, bij gebrek aan iets wat voor iedereen rechtvaardig is. Zijn confederatie geeft Baram graag op voor een beter idee. „Ik zal elk idee steunen dat de bezetting beëindigt. Ik zie het alleen niet.” Zo is hij geen voorstander van een democratische eenheidsstaat op het hele grondgebied van wat nu Israël en Palestina is. Deze oplossing, die een einde zou maken aan een Joodse staat als zodanig, wordt bepleit door onder anderen de Israëlische historicus Ilan Pappé.

Het klinkt heel eerlijk allemaal, zegt Baram: gelijke rechten voor iedereen. „Maar het zou tot bloedvergieten leiden. Beide volkeren zullen zich overgeven aan een demografische race om de overhand te krijgen. Misschien dat we over een jaar of zeventig, tachtig, als de spanningen zijn afgenomen, aan zo’n oplossing kunnen denken.” Daarbij komt, zegt hij, dat de ‘oplossing-Pappé’ recht doet aan de nationale aspiraties van noch de Israëliërs, noch de Palestijnen.

Levend in brand

Zijn reis heeft de auteur ook op persoonlijk vlak iets opgeleverd. Voor het eerst heeft hij uitgebreid gesproken met talloze Palestijnen. Dit was een „interessante en comfortabele ervaring”, aldus Baram. Spannend werd het alleen in juni 2014, toen er drie Joodse tieners op de Westelijke Jordaanoever werden ontvoerd en – naar later bleek – vermoord. Als wraak doodden Joodse extremisten de Palestijnse tiener Mohammed Abu Khdeir door hem levend in brand te steken.

Baram merkte toen dat de sfeer veranderde in Palestijns gebied. „Niet dat ik bang was dat ze me wilden doden, maar ik voelde de rancune. De Palestijnen zijn moe van Joden, onderhandelingen en beloften. En ze zien dat het Israëlische vredeskamp zwak staat in de eigen samenleving. Dat is ook zo.”

Israël, zegt hij, probeert alle problemen met de Palestijnen af te schuiven op islamitisch gemotiveerd terrorisme. „Dat is propaganda. Israël heeft het begrip verloren van wat er echt aan de hand is. Ze willen niets horen over mogelijke oorzaken. Ze willen verkettering en vergelding.”

„Israëliërs leven hun leven zonder bezetting. Ze zien het niet, ze ervaren het niet, ze ontmoeten door alle afscheidingsmuren en checkpoints geen Palestijnen meer. En op de tv wordt er niet over bericht. Mijn vriendin en vrienden waren doodsbang toen ze hoorden dat ik naar Ramallah zou gaan. Terwijl daar 99 procent van de tijd geen gevaar is. Maar dat horen ze nooit.”

Het wordt tijd, zegt hij, dat de Israëliërs een pijnlijke waarheid onder ogen zien: de Westelijke Jordaanoever is een plek waar apartheid heerst. „Ik was op een van mijn tripjes mijn ID-kaart vergeten. Maar het maakte niet uit, want wat gaan die soldaten tegen mij doen? Niks. Dat is het privilege van een Jood. Moet een Palestijn eens proberen, zijn ID-kaart vergeten bij een checkpoint.”

„De Palestijnen wordt zo veel ontzegd: bewegingsvrijheid, de mogelijkheid om iets van hun leven te maken, om hun dromen na te jagen. Mijn land doet vreselijke dingen. En mijn landgenoten weten het niet. Dat moet anders.”

Nir Baram: Land zonder grenzen Vert. Sylvie Hoyinck, 192 blz. Uitg. De Bezige Bij. Prijs €19,90