Steeds meer studenten raken depressief tijdens de ‘mooiste tijd van hun leven’

‘Ben je klaar met je studie, zit er helemaal niemand op je te wachten! Toen ik me dat realiseerde was ik echt een week van slag.” Ik zit met een goede vriend op een terrasje. Het gaat over studeren. Over onze verwachtingen destijds, over die van de studenten nu. En over de onvermijdelijke teleurstellingen waar je mee te maken krijgt.

Deze week zijn meer dan 200.000 jongeren begonnen aan een universitaire of hbo-opleiding. Een nieuw record. Allemaal deden ze het goed genoeg in het voortgezet onderwijs om te gaan studeren. En daarvoor deden ze het goed genoeg op de basisschool om naar havo of vwo te kunnen. Een leven lang hebben ze te horen gekregen en ervaren dat ze goed bezig zijn. De wereld ligt voor hen open.

En toch gaat het steeds vaker mis. Meer en meer studenten raken depressief tijdens deze ‘mooiste tijd van hun leven’. De Leidse universiteitskrant Mare meldde eerder dit jaar dat het aantal depressieklachten onder studenten de afgelopen jaren sterk is toegenomen. Een indicatie: onder jongeren tot 21 jaar steeg de afgelopen negen jaar de hoeveelheid voorgeschreven antidepressiva met 40 procent. De Nederlandse student is geen uitzondering. Wereldwijd verschijnen publicaties over toenemende depressiviteit onder studenten.

Een van de mogelijke oorzaken van deze depressie-epidemie: té grote dromen. Amerikaans onderzoek laat zien dat de ambities van studenten in de afgelopen decennia stelselmatig zijn toegenomen. Iedere nieuwe lichting hoopt maatschappelijk nog weer verder te komen dan de vorige. Een verschijnsel dat onderzoekers ‘ambitie-inflatie’ hebben gedoopt.

Ambities zijn echter niet hetzelfde als verwachtingen en daar zit het probleem. Een team van onderzoekers uit de VS en Canada onder leiding van psychologe Katherine Greenaway, stelde vast dat er een relatie bestaat tussen de hoge ambities en depressiviteit onder studenten. Wie grote dromen koestert, maar eigenlijk niet verwacht ze waar te kunnen maken, heeft een verhoogde kans op geestelijke gezondheidsklachten, concluderen Greenaway en haar collega’s.

Volgens de onderzoekers is het gevaarlijk om jongeren aan te zetten tot het stellen van hogere doelen, zonder ze de middelen te geven om deze doelen ook te halen.

Ons gesprek op het terras verplaatst zich van onszelf, vroeger, naar onze kinderen, nu. Een paar van hen studeren al. De rest is dat ook van plan. Moeten we hier actief mee bezig? Moeten we hun ambities temperen in plaats van aanwakkeren? Hen voorbereiden op teleurstellingen?

We herinneren ons beiden de klassieke zure grap die veel docenten bij het eerste college maken: „Kijk maar even goed om je heen. Tegen de kerst is de helft van de mensen hier verdwenen.” Helpt dat?

Uiteindelijk besluiten we dat het – als zo vaak – waarschijnlijk neerkomt op liefde, begrip en geduld. Mijn kinderen en die van anderen kunnen en hoeven nog niet in alles even realistisch te zijn. Zolang ik dat maar wel ben en besef dat al die overambitieuze studenten eigenlijk heel kwetsbaar zijn en vooral hulp en begeleiding nodig hebben. Als ouder ben je nog lang niet ‘klaar’ als je kinderen naar de universiteit gaan.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist. Hij schrijft elke week over management en leiderschap.