NRC fout met ‘Black Twitter’: lessen in gebroken wit

Journalisten, je kunt ze nooit vertrouwen, schreef Janet Malcolm ooit, in haar essay The Journalist and the Murderer: elk interview is een vorm van verraad. Uiteindelijk gaat het namelijk niet om jou, maar om het verhaal. Nou gaat dat veel te ver, maar inderdaad, eenmaal afgerond, pakt een verhaal soms heel anders uit.

Deze week werd NRC Handelsblad streng op de vingers getikt door de Raad voor de Journalistiek voor het geruchtmakende stuk Witte mensen moeten eens luisteren van Bas Blokker (7 november 2015). Hij had vier vrouwen ‘van kleur’ geïnterviewd die zich op Twitter profileren met antiracisme.

Dat werd een mediarel: de vrouwen kregen ervan langs, maar waren zelf ook woest. Wijzigingen die Blokker had beloofd, bleken niet in de krant opgenomen, evenals een wijziging die volgens hem te laat was gekomen: het (nu veel aangehaalde) „witte mannen, je moet ze breken”, dat de spreekster eruit wilde hebben. Ze stapten naar de Raad om hun gelijk te halen – en kregen dat.

Ik schreef eerder over deze zaak (Was de krant een witte helper van de wal in de sloot? 14 november 2015) en merkte toen op dat het fout was gegaan met het stuk (al vindt de Raad het ook „min of meer” vergoelijkend dat ik de fouten vervolgens toetste en ze niet fataal vond voor de strekking van het stuk).

De krant heeft donderdag een correctie geplaatst, de aangepaste versie van het interview staat op nrc.nl – zoek de (ongeveer) zeven verschillen. De dames hebben op hun beurt een stevige Verklaring opgesteld over het „beruchte stuk”, die afsluit met de woorden we said what we said (op een wrange manier wel geestig, hun klacht over de krant was nu net dat ze in het stuk iets anders gezegd wilden hebben dan ze hadden gezegd – maar goed).

Wat ging er mis?

In het kort: Blokker zegde ruim veertig wijzigingen toe (één niet, „ik ruik ze”, over linkse witte mannen van rond de vijftig), maar vier daarvan vergat hij goed te markeren in de herziene tekst die hij naar de krant stuurde, twee andere passages keerden in overleg met de eindredactie herschreven terug in de tekst, en een laatste gevraagde wijziging kwam volgens hem dus te laat om nog door te voeren. Kan een legitiem argument zijn, mits er een harde deadline was gesteld – quod non.

De uitspraak van de Raad is niet mals, die volgt eigenlijk geheel alle bezwaren van de geïnterviewden.

Je zou bijna vergeten dat het een belangrijk en zelfs moedig stuk was, dat een genuanceerd, soms scherp maar nergens hetzerig beeld gaf van het antiracisme van deze vrouwen. Je zou ook bijna vergeten dat Blokker alle wijzigingen die hij toezegde ook doorvoerde in de tekst die hij naar de krant stuurde.

Ik bedoel, bewust je afspraken schenden is toch nog altijd iets anders dan ze door (verwijtbare) slordigheid of onduidelijkheid niet nakomen.

Gaan we nu na het vergoelijken ook nog een potje natrappen, ombudsman?

Nou nee, want met de conclusie van de Raad ben ik het geheel eens: de krant is onzorgvuldig geweest.

De bottom line is heel simpel: wat je belooft, moet je waarmaken. Dat is hier niet gebeurd, en hoe dat precies komt – door haast, onduidelijkheid of haperende interne communicatie – daar hoeven klagers geen boodschap aan te hebben. Het gaat erom dat wijzigingen die aan de vrouwen waren beloofd, op zaterdag niet in de krant verschenen.

Maar een paar deemoedige kanttekeningen passen wel – en maken het er voor de krant niet per se beter op. Wat de Raad aanstipt, is dat Blokker toen zijn stuk de krant in moest (waar hij met tussenpozen drie maanden aan had gewerkt), niet op de redactie was: hij was in Macedonië, op reportage over de vluchtelingencrisis. Met slecht bereik, terwijl hij op de valreep werd bestookt door een van de vrouwen, die aandrong op een laatste aanpassing.

Les: zo’n verhaal, met een gevoelige lading en waaraan lang is gewerkt, moet niet pas op het nippertje persklaar worden gemaakt. De auteur moet paraat zijn, en het liefst fysiek aanwezig, zeker als hij zijn bronnen zoveel toezeggingen heeft gedaan over de inhoud.

Dat was trouwens geen carte blanche, „zonder voorbehoud” zoals de Raad schrijft. Blokker stelde een criterium voor wijzigingen: „wel gezegd/ niet gezegd, wel/ niet in de juiste context”. Maar, cruciaal: hij beloofde óók dat de vrouwen de finale versie mochten ‘autoriseren’ voor die de krant in ging.

Daar zit een algemene vraag achter: van wie is een tekst eigenlijk? Met zijn ruime toezegging voor finaal ‘accorderen’ of ‘autoriseren’ maakte Blokker zijn gesprekspartners de facto tot co-auteurs, zo niet opdrachtgevers.

Les: maak tijdig ondubbelzinnige afspraken over de procedure, waarin duidelijk is wie uiteindelijk over de tekst gaat. Geïnterviewden zijn geen co-auteurs. Ze kunnen – beargumenteerd – vragen om citaten of passages aan te passen, maar de auteur beslist.

En: stel een heldere deadline. Daaraan schortte het nu ook, waardoor de vrouwen met reden konden klagen dat een wijziging op vrijdag (het „breken” van witte mannen) niet meer werd verwerkt, terwijl de spreekster die middag nog wel werd gefotografeerd.

Alles wat je in het vage laat bij zulke afspraken kan tegen je gebruikt worden. Zeker nu een beetje assertieve burger de straat niet meer opgaat zonder concept-dagvaarding in zijn binnenzak.

Laatste punt. Het heeft iets ironisch dat de krant nu door het stof moet omdat die naliet bewoordingen aan te passen, of te kuisen, van mediacritici die zich op Twitter uitlaten in termen waar dat stuk bij verbleekt (stijlproeve: „Gewoon luisteren met je white privileged ass en racisme zsm fixen”).

Blijkbaar willen mensen in een krant nog altijd minder provocerend overkomen – zoals deze vrouwen eisten – dan op het schoolplein Twitter waar het, als de bel klinkt, vol ligt met uitgetrokken haren en kapotgetrapte brilletjes.

Dat is dan weer bemoedigend, ergens.

Reacties: ombudsman@nrc.nl