Net volwassen stierf Jordy van de honger

De Vlaamse tiener Jordy Brouillard (1997- 2016) stond er opeens alleen voor na een leven in de jeugdzorg. Dat liep slecht af.

De uitvaart van Jordy Brouillard (19) werd gefinancierd met een crowdfundingactie. Foto Hollandse Hoogte

Nog nooit viel in de Vlaamse media het woord ‘sorry’ zo vaak als de afgelopen week. Aanleiding was de dood van tiener Jordy Brouillard. Op zaterdag 27 augustus werd een wandelaar in een recreatiegebied bij Gent opgeschrikt door een blaffende hond. In het kielzog van de hond trof de wandelaar verderop tussen de struiken een tentje aan met daarin het lichaam van Jordy. Latere lijkschouwing toonde aan dat de jongen door hitte en ondervoeding is gestorven. „Effe met mijn eigen gene weg meer kunnen, steun is welkom”, was een van Jordy’s laatste posts op Facebook.

Maar die steun was nooit gekomen.

„Sorry, het spijt me”, schrijft een jeugdwerker in een open brief. De dood van de licht-autistische Jordy, die vijftien jaar doorbracht in jeugdzorginstellingen, is de schuld van „het systeem”, stelt hij. Zijn openbare aanklacht wordt massaal gedeeld op sociale media. „We hebben gefaald. Collectief. Sorry, Jordy.” Het drama, dat heel Vlaanderen beroert, heeft een felle discussie teweeggebracht over het funtioneren van de jeugdzorg, die zich met ‘gevallen als Jordy’ geen raad weet.

Op zijn derde, na de scheiding van zijn ouders, werd Jordy Brouillard uit Dendermonde in een pleeggezin geplaatst. Zijn moeder keek niet naar hem om, is nu het verwijt van zijn vader, die in de media om begrip vraagt. „Zelf kreeg ik de eindjes niet aan elkaar geknoopt, het was heel moeilijk.”

De verdediging van moeder: „Ik had destijds hartproblemen en mijn vader was net overleden.”

Het verblijf bij de pleegouders duurde maar kort, waarna hij werd geplaatst in begeleidingstehuis Ter Muren in Aalst. Een lieve jongen, „te gevoelig voor deze harde wereld”, omschrijven zijn toenmalige begeleiders hem.

Na zijn zestiende wordt het problematisch. Hij wordt wegens zijn autisme gepest en is eenzaam. Even volgt hij een opleiding tot automonteur. Daarna besluit hij lasser te worden. Maar hij mist de discipline en motivatie. In een uiterste poging om hem bij de les te houden fietst een leraar elke ochtend met hem mee van de instelling naar school. Het mag niet baten.

Als hij 18 jaar wordt staat de wijde wereld voor hem open. Zo zijn nu eenmaal de regels – de verplichte zorg houdt bij 18 jaar op, tieners zijn daarna op zichzelf aangewezen.

Jordy is aanvankelijk blij, „hij wilde niet langer behandeld worden als een kind van elf”, herinnert een van zijn weinige vrienden zich in dagblad De Morgen.

Maar hij kan de vrijheid niet aan. Hij staakt zijn opleiding, raakt verslaafd aan wiet en aanstekergas en is volledig de weg kwijt. Heel even probeert hij nog samen te leven met zijn moeder, maar dat mislukt – de twee botsen frontaal.

Zijn laatste levensjaar, dat dan aanbreekt, gaat langs daklozenopvang, een spoedopname in een psychiatrische inrichting en een kort verblijf in de gevangenis vanwege het stelen van aanstekergas.

Op oudejaarsdag 2015 brengt zijn vader Benjamin Brouillard hem naar een afkickcentrum waar hij twee dagen later wegloopt.

Eén keer nog had Benjamin, vuilnisman in het Vlaamse Erembodegem, contact met zijn zoon, daags voordat die sterft in zijn tentje in de groene zoom rond Gent. „Hij smeekte me om hem te komen halen”, zegt Benjamin in de krant De Standaard. „Maar de tank van de auto was leeg. En ik heb nog drie kinderen waar ik voor moet zorgen.”

Hoe kan het dat zo’n kwetsbare jongen aan zijn lot werd overgelaten? De Vlaamse activiste en journaliste Saskia Van Nieuwenhove beet zich al eerder vast in de zaak-Jordy. Al in maart 2015 zou volgens haar een vertrouwenspersoon van Jordy alarm hebben geslagen. Het systeem – geen begeleiding van probleemjongeren na hun achttiende – is schuldig, stelt ook zij. Maar Jordy wilde zélf geen hulp meer, is de verdediging van betrokkenen in de jeugdzorg.

De abrupte overgang van een strikt regime in een instelling naar de vrijheid is onverantwoord, zo luidt inmiddels de conclusie. In het rapport Ik kan het (niet) zelf (2015) van de Nederlandse Kinderombudsman werd al geopperd te investeren in vervolghulp aan probleemjongeren na hun achttiende verjaardag. Laten we daar een voorbeeld aan nemen, vindt de Belgische Kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen.

Voor Jordy kwamen alle sorry’s en nadere inzichten te laat. Dankzij een in allerijl georganiseerde crowdfundingactie, door de Vlaamse beroepsmilitair Jef Verbeeck, werd het afgelopen donderdag nog een waardige begrafenis. Verbeeck kende Jordy niet, hij handelde uit verontwaardiging. In drie dagen tijd haalde hij 7.000 euro op. „We hebben als maatschappij gefaald”, zegt Verbeeck. „Jordy verdient een mooie kist en veel bloemen.”