Moeder Teresa

Hoeveel mensen beloofden vorig jaar niet om een kamertje op hun zolder te timmeren voor de opvang van een vluchteling? En hoeveel zullen dat uiteindelijk hebben gedaan? Mijn zus ging nog een week naar het Griekse eiland Lesbos om te helpen in een vluchtelingenkamp, maar ik ben nooit verder gekomen dan een flitsbezoek aan de noodopvang in de sporthal van de Erasmus Universiteit, waar ik oordopjes uitdeelde aan de vluchtelingen. Dat leek mij een goede aanvulling op hun noodpakket, omdat ik me niet kon voorstellen hoe je met een paar honderd man in een zaal ook maar een oog dicht zou kunnen doen. Maar de vluchtelingen hadden geen idee wat ze aan moesten met de knalroze flupjes die ik in hun handen stopte, ook niet na een klungelige demonstratie waarbij die dingen alsmaar uit mijn oren floepten.

Dan mijn moeder. Vorige week stuurde ze een foto van ‘haar’ Syrische Abdu, die sinds vorig jaar met zijn gezin bij haar in de buurt woont en over wie ze zich vanaf de eerste dag heeft ontfermd. Trots poseert hij naast een leswagen met in zijn ene hand een stapeltje papieren, terwijl hij met de andere zijn duim opsteekt. „Geslaagd!”, schrijft mijn moeder in het onderschrift. „Laat dit mijn aandeel in het vluchtelingenprobleem zijn. Ik hoop dat hij zo makkelijker een baan vindt.”

Mijn man (zonder rijbewijs) verslikte zich bijna in zijn boterham en vroeg zich vooral af wat zijn schoonvader vond van de actie van mijn moeder Teresa, want erg rijk zijn mijn ouders niet. Tot nu beperkte mijn moeders hulp aan het vluchtelingengezin zich tot praktische zaken als het begeleiden van een bezoek aan de tandarts, school of verloskundige. Dat ging overigens niet vanzelf, want de tandarts weigerde hulp aan buitenlanders „vanwege slechte ervaringen”. En de (Nederlandse) verloskundige had – hoe goed bedoeld ook – een nogal botte uitleg gegeven bij de prenatale test die ze had aangeboden. Om de boodschap goed over te brengen, vroeg ze luid en duidelijk aan de zwangere: „Als baby niet goed, wij baby doodmaken?” Waarna de Syrische verschrikt mijn moeder aankeek en wild met haar hoofd begon te schudden.

Die test is er natuurlijk nooit gekomen, en drie weken geleden is hun gezonde dochter geboren. Mijn moeder stuurde foto’s met daarop twee prachtige jongetjes, pronkend met hun babyzusje. „Mogen ze haar nu ook oma noemen?” vroeg mijn jongste zoon, alsof hij mijn gedachten kon lezen. „Natuurlijk niet,” loog ik, want ik wist dat het al te laat was. We hebben er gewoon een hele familie bij gekregen, maar godzijdank niet bij ons op zolder.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelancejournalist en stadsgids in Rotterdam.