Misschien biedt dit een nieuw leesidee?

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Bram Grisnigt (1923) is the last man standing van de Engelandvaarders die in de Tweede Wereldoorlog door het Bureau Inlichtingen (BI) van de Nederlandse regering in Londen, in samenwerking met de Britse Secret Intelligence Service, boven bezet gebied werden geparachuteerd als geheim agent. Zijn persoonlijke geschiedenis is door journalist Bram de Graaf zo gedetailleerd mogelijk opgetekend onder de afgezaagde titel Spion van Oranje.

Grisnigt zelf heeft daar moeite mee: ‘Het lijkt zoveel op Soldaat van Oranje. Ik heb dat boek niet gelezen, want vond het allemaal veel te geromantiseerd’, schrijft hij in een van de e-mails en gespreksverslagjes die het eigenlijke verhaal soms hinderlijk onderbreken. Dat verhaal zelf is adembenemend. Een 17-jarige scholier stapt in 1941 in Zeist op de fiets en weet dwars door bezet Europa Gibraltar te bereiken, beleeft op twee continenten schrikwekkende gebeurtenissen, wordt op de oceaan getorpedeerd, krijgt uiteindelijk in Engeland militaire spionagetraining. In 1943 begint dan in bezet gebied het ondergrondse bestaan als radiotelegrafist van de zendgroep Barbara, die het contact moet verzorgen tussen BI en de Ordedienst, een illegale organisatie die vooral op naoorlogs gezagsherstel is gericht. Nadat de Duitsers zijn zender hebben uitgepeild, dreigt executie en volgt een helletocht door Duitse concentratiekampen. Van verhalen als deze kunnen er nooit genoeg worden verteld, al zal dit een van de laatste oorlogsmemoires zijn. De jongensboekachtige stijl is het enige wat dit dramatische relaas ontsiert.

Hoe vaak heeft een man als Grisnigt de dood in de ogen gekeken? Zijn verhaal illustreert een uitspraak van Montaigne: ‘Oefenen met de dood is oefenen met vrijheid. Wie geleerd heeft te sterven, heeft afgeleerd slaaf te zijn.’ Het citaat staat in De slaaprevolutie door Arianna Huffington, in dit geval als tegenwicht tegen somnifobie, de angst om in slaap te vallen omdat slaap zo op de dood lijkt.

In de jaren zeventig waren er in de VS drie instituten die zich bezighielden met slaapstoornissen. Inmiddels zijn er meer dan 2.500 geaccrediteerde slaapcentra. Er is dus een ware slaapcrisis gaande, die Huffington het hoofd wil bieden met niets minder dan een slaaprevolutie. Wat die revolutie precies inhoudt is niet helemaal duidelijk, wel dat slaaptekort een wijdverbreid probleem is. Huffington, rijk en beroemd geworden met de Huffington Post, heeft haar slaapkamer als paradijs ingericht. Zij geeft talloze tips om aan een betere nachtrust te komen, tips die overigens weinig verschillen van wat daarover al in menig ander slaapboek is te vinden. Huffington gaat verder: men moet met de slaap een liefdesrelatie willen aangaan.

In Hoe lees ik? (3) laat Lidewijde Paris, jarenlang literair journalist en redacteur bij diverse uitgeverijen, aan de hand van beroemde voorbeelden uit de wereldliteratuur, van Max Havelaar tot De Da Vinci Code, zien hoe zij als professionele lezer literatuur te lijf gaat. Het is een serieus leerboek over begrippen als ‘spanningsboog’, ‘intertekstualiteit’ en ‘in medias res’, maar zeker niet belerend. Van de schrijfster mag iedereen ‘lekker lezen’ zoals hij of zij wil. ‘Wil hij lezen om geraakt te worden, om troost te vinden of even met het hoofd bij andere dingen te zijn: geweldig! Maar misschien brengt mijn visie nieuwe leesideeën of mogelijkheden.’

Geen tips voor lezen, maar wel tips voor het leven biedt binnenhuisarchitect Jan des Bouvrie in Doen! (4), waarin hij door journalist Ad Fransen zijn levensverhaal laat optekenen. ‘We komen uit die energie voort en gaan er ook weer in op. Ik zou het fantastisch vinden als de mensen die mijn levensverhaal lezen vanzelf gaan begrijpen hoe ze hun eigen energie zo goed mogelijk kunnen gebruiken, het geluk kunnen pakken. Net als ik.’

Wat volgt is een vlot verhaal dat begint bij de geboorte (‘ik ben een oorlogskindje’), dat verder gaat met het geluk van dyslectisch zijn en de kennismaking met de witte Luxaflex op 14-jarige leeftijd. En dan ook nog: de invloed van zijn moeder, van ontwerper Benno Premsela, het ‘onthokken en emanciperen van interieurs’, de inspiratie die kunstenaar Jan Schoonhoven bood tot en met blijde verhalen over Philip Dröge en zijn Glamourland (‘Het was allemaal strategie’).