Kunst bestormen mag op kinderexpo

Tentoonstelling

Boijmans Van Beuningen heeft als experiment een expositie voor kinderen. Die mogen op en in de kunst komen, en in de laatste zaal hun favoriet kiezen.

Ook voor kinderen spannend: EMMDM (1999) van Erik van Lieshout, een kartonnen doos waarin een videofilm te zien is. Foto Aad Hoogendoorn

‘Niets aanraken, niet rennen!” De ouders doen hun best bij de tentoonstelling Alles Kids, waar de toch wat hardhorende kinderen het eerste kunstwerk bestormen: vierkante vloertegels van Carl Andre uit 1974. Net als ingevoerde museumbezoekers weten zij zo te zien dat betreden mag, wat ze dan ook dansend doen, geïnspireerd door een geprojecteerde performancevideo van Bruce Nauman, die over de vierkanten wandelt. Andre’s minimalistische sculptuur als dansvloer – dat zie je niet vaak.

Minecraft-zombies

Alles Kids, voor kinderen van vier tot en met twaalf jaar, is een experiment dat meesters als Andre en Nauman zouden moeten waarderen. Bij dit publiek veranderen doorgaans abstracte sculpturen in interactieve objecten, waarbij helpt dat ze slim staan opgesteld in een zaal over lichaam versus ruimte. Van Naumans performance legt het museum een bruggetje naar het lichaam, via een danseres van Edgar Degas en een baadster van Rineke Dijkstra.

Naumans ongenaakbaar uitziende stalen dubbele kooi uit 1974 blijkt een ‘superleuk’ doolhof. Vragen op de muur moeten stof tot nadenken geven. „Kun je gevangen zitten en je toch vrij voelen?”, lees ik voor. „Je bent er wel alleen”, antwoordt Lucia (9). „De gangen zijn te smal, je hebt ruimte nodig”, vult Maja (bijna 10) aan over dit beeld, waarin het goed dolen is maar dat een kleurtje moest hebben. En glitters. Op het trapje ernaast, waarvandaan kinderen op grotemensenhoogte de wereld kunnen bezien, staat Otje (9) na te denken: „Dus de wereld ziet er kleiner uit als je een groot mens bent.”

Het is maar een korte existentiële overpeinzing want, hup, door gaan ze, mee met de tentoonstelling die losjes thematisch meandert van ruimte naar mens, zelfbeeld, landschappen, dieren, machines, met kijk- en doehoeken. Liggend onder een spiegel kun je een groepsselfie maken vlakbij een familieportret van Caspar Netscher uit 1667, maar meer nog lonkt een grote kartonnen doos van Erik van Lieshout, waarin een korte film draait. Er komt net publiek naar buiten. Hoe vinden ze ’m? Leuk. Waar gaat hij over? Geen idee.

Toch blijkt binnen in de doos een analytisch groepsgesprek gaande over deze provocatieve op gangsters geïnspireerde hiphopfilm uit 1999. „Waarom zijn ze geschminkt?”, vraagt Dana (6), zijn het boeven, moeten ze zich verstoppen? Nee, het zijn Minecraft-zombies, leggen de anderen haar uit. „Maar zonder groene gezichten”, fronst Aleksander (7), die een jongetje corrigeert dat de deur open trapt: „Dat kun je niet doen. Hier is echt superlang over gedaan. Dit is speciaal voor kinderen gemaakt.”

Jeugdige gidsen

Inderdaad is de tentoonstelling speciaal voor kinderen gemaakt, maar met bestaande werken uit de museumcollectie. Laag opgehangen worden ze vergezeld van verschillende educatieve strategieën. Op kleine videoportretten, bijvoorbeeld, leggen jeugdige gidsen de zaalthema’s uit, maar mijn publiek (een onrepresentatieve steekproef van zes buurkinderen) kijkt niet.

Foto Aad Hoogendoorn

Foto Aad Hoogendoorn

„Nou, het legt wel wat uit hoor”, vergoelijkt Otje. O ja, kijkt ze er dan ook naar? Niet echt. Ook lezen blijkt geen hobby. „Vinden jullie dat kunst echt moet zijn?”, lees ik voor vanaf de muur, maar de antwoorden klinken ontwijkend. Behalve dan: „Ik heb een pinguïn gekleid”, en wat is die leuk gelukt bovendien.

Maar naar de kunst kijken ze wel degelijk. Bep (6) valt stil in de landschapszaal. „Dít is mooi”, verzucht hij en Lucia bewondert de landschapsfoto van Gerco de Ruijter „alsof je het kan voelen”. En natuurlijk, onvermijdelijk, scoort bewegend beeld. Otje knuffelt een videoprojectie van Marijke van Warmerdam – „Wat een lieve beer” – en publiek hoopt zich op bij Fischli en Weiss’ video Loop der Dingen, waarin brandende en bewegende objecten elkaar in beweging houden.

Toch zijn de favorieten onvoorspelbaar: als ze deze in de slotzaal op een bord met beeldfragmenten moeten aanwijzen, kiest Aleksander voor een 19de-eeuws stadsgezicht en Maja voor impressionist Sisley: „De rest is leuk, dit is speciaal.” Dana houdt het bij Pipilotti Rist uit de vaste opstelling. Lucia loopt even terug: blijkbaar staat ergens een keramische uil van Picasso, ze gaat met Otje zoeken. Ze springen: gevonden!

En toen gingen we een ijsje eten.