Zo braaf was Moby niet

Moby

Hij was muzikant, christelijk veganist en een dj van vrolijke muziek. Toen in de jaren 90 in New York de muziekscene veranderde, zat niemand meer op hem te wachten. In Porcelain beschrijft hij zijn ommezwaai.

©

Op een woensdagavond in het voorjaar van 1990 werd in New York een dance-feestje gehouden op een ongebruikelijke plek: een metrotrein. De instructies van de organisatoren waren simpel – stap om negen uur in de L-trein en neem drugs en muziek mee.

Honderden partygangers propten zich om negen uur in de trein, waar ze harde techno en house draaiden, dansten, op de stoeltjes klommen, drugs gebruikten. Sommigen kleedden zich helemaal uit en sprongen op en neer. Een aantal haltes verderop stroomde de metro weer leeg en was het feestje voorbij.

De Amerikaanse muzikant/dj Moby (1965), artiestennaam van Richard Melville Hall, was erbij en beschrijft de „prachtige heksenketel” – een flashmob avant la lettre – in zijn memoires. In het eerste deel van zijn boek althans, want Porcelain beschrijft de periode 1989-1999 en Moby is al bezig met een vervolg.

In deze tien jaar – van zijn drieëntwintigste tot zijn drieëndertigste – verhuist hij van Connecticut naar New York, waar hij een dj wordt, een platencontract krijgt en diverse hits scoort, zoals ‘Go!’ (dat opvalt doordat er muziek uit Twin Peaks in verwerkt is) en ‘Feeling So Real’. Het boek stopt vlak voor zijn grote doorbraak met het album Play.

Moby beschrijft het New York van de jaren negentig, dat aan het begin van het decennium „vies en gevaarlijk” is, zoals hij het noemt. Er is veel geweld, er zijn veel moorden en veel crackverslaafden. Maar, schrijft Moby: „Het was mijn thuis. En ik was nog nooit zo gelukkig geweest.”

Hij geniet van de dansavonden en -feesten, de versmelting van hiphop en house, van de door ecstacy gevoede vrolijke en liefdevolle sfeer in de clubs. Hij vertelt over een platenzaak die op vrijdagmiddag vol staat met dj’s die de nieuwe releases willen horen en kopen; hij moet de platen zien te bemachtigen die het goed doen in de club waar hij draait.

Terwijl New York in de jaren negentig een metamorfose ondergaat, schoner en veiliger wordt, verandert de sfeer van de house parties. De muziek wordt donkerder, onheilspellend, en sluit aan bij de drug ketamine die steeds meer de plek van ecstacy inneemt. De opgewekte muziek die Moby graag draait, past er niet meer bij.

Zijn eigen muziek blijft succesvol, tot hij midden jaren negentig in een muzikale identiteitscrisis lijkt te belanden en het punkalbum Animal Rights uitbrengt.

De harde gitaarmuziek slaat niet aan bij zijn eigen publiek, dat liever elektronische muziek hoort, en is niet goed genoeg om punk- en rockliefhebbers aan te spreken. Het is zo’n grote flop dat Moby’s carrière voorbij lijkt.

Opwindend

Wat Moby schrijft over zijn muziek en zijn carrière is best aardig, maar het is verrassend genoeg vooral zijn persoonlijke leven dat Porcelain interessant maakt. Verrassend, want zijn imago is niet bepaald opwindend.

Hij staat bekend als een vriendelijke, nogal brave, christelijke, veganistische geheelonthouder. Met dat beeld maakt Moby in zijn boek korte metten. In het begin drinkt hij inderdaad niet, probeert hij niet te zondigen en als hij daarin faalt – hij en zijn vriendin gaan toch met elkaar naar bed – bidt hij na afloop tot God om vergiffenis te vragen.

FOTO LEX VAN ROSSEN

Moby breekt met zijn imago van brave, christelijke, veganistische geheelonthouder. FOTO LEX VAN ROSSEN

Maar op nieuwjaarsdag 1995, als zijn relatie op de klippen is gelopen, neemt hij na acht jaar abstinentie weer een biertje. Het is het begin van een wilde, alcoholische periode waarin hij zich flink uitleeft. Waar hij zich voorheen alleen al bij de gedachte aan een one night stand een grote zondaar voelde, gaat hij nu met iedereen naar bed die zich aanbiedt. Hij doet het zelfs een keer op de dansvloer van een club, tussen dansende transseksuelen. Hij hangt rond met prostituees en strippers. Onder de naam Master Bobby staat hij een dominatrix bij die haar cliënt, een zakenman, afranselt.

Tijdens een tournee in Duitsland wordt hij zo dronken dat hij op het trottoir voor zijn hotel bewusteloos raakt, nadat hij zichzelf heeft ondergekotst. Moby vertelt het allemaal in geuren en kleuren, zonder zichzelf te sparen.

Bijbelstudie-leraar

Toen de uitgever het boek vorig jaar aankondigde, ging dat gepaard met aanbevelingen door schrijvers van naam. Salman Rushdie en Dave Eggers prezen onder meer Moby’s schrijfstijl en gevoel voor humor. Ze verwezen zelfs naar zijn verre voorvader Herman Melville (1819-1891), de schrijver van Moby Dick, van wie hij zijn artiestennaam leende.

Zulke aanprijzingen roepen hoge verwachtingen op, die Porcelain niet helemaal waarmaakt. Er staan veel amusante anekdotes in, maar ook nietszeggende verhalen. Moby schrijft goed, maar met een merkwaardige, emotionele afstandelijkheid. Hij rationaliseert alles, waardoor zelfs de passages over een pijnlijk disfunctionele relatie of over zijn stervende moeder je niet echt raken.

Bovendien heeft hij de neiging te koketteren met misdragingen. Bij het beschrijven van zijn uitspattingen herinnert hij de lezer er vaak aan dat hij toch eigenlijk zo’n brave jongen was. „Ik was een voormalige bijbelstudie-leraar die dronken werd met mijn vriendin, een stripper, in een casino, zondagnacht om één uur.”

Het boek bevat veel varianten van die zin, elk waarschijnlijk bedoeld om zich te verwonderen over zijn eigen gedrag. Maar op de lezer brengen ze telkens dezelfde boodschap over: kijk mij eens gek doen, een christelijke veganist nota bene! Kóstelijk toch?