Lilian Marijnissen moest zich als kind al voortdurend verdedigen

Ze is de hoogste nieuwkomer op de kandidatenlijst van de SP voor de Tweede Kamerverkiezingen. Toen ze acht was, zat ze aan tafel in Oss zachtjes te mekkeren als vader Jan en moeder Mari-Anne een lamskoteletje aten.

Lilian Marijnissen had de kleurwedstrijd gewonnen. Begin jaren negentig, bij de feestelijke opening van speeltuin Elckerlyc in Oss. Haar moeder Mari-Anne – die had bedacht dat de speeltuin er moest komen en geld en steun had verzameld – was voorzitter en trok de winnende tekening uit een doos met inzendingen. „Lilian was een jaar of zes, misschien zeven”, zegt Mari-Anne Marijnissen. „Ze stond naast me en zag meteen dat het haar tekening was. Maar ik zei: ‘Dat doen we niet’ en pakte een andere.”

Avond aan avond en weekend na weekend was Mari-Anne Marijnissen, kleuterjuf en actief lid van de SP, op pad geweest voor de speeltuin, omdat er in Oss niks was voor kinderen. Lilian Marijnissen was dan meestal bij oma Marie, de moeder van Jan Marijnissen die zelf toen nog de SP in Oss leidde en druk bezig was om zijn partij in de Tweede Kamer te krijgen. Soms ging ze, zegt ze zelf, met haar moeder mee. Zoals later, toen Elckerlyc er was en Mari-Anne de boeken controleerde. Na sluitingstijd. „Dan zat ik in mijn eentje in die grote speeltuin.”

De toch-niet-gewonnen kleurwedstrijd was een „bikkelharde les” voor Lilian, zegt haar moeder nu. „Maar ik denk dat ze begreep dat het anders zou lijken op ongeoorloofd voortrekken.”

Lilian is het enige kind van Mari-Anne en Jan Marijnissen. Ze zat op hockey en op paardrijden, ze had een hond, een konijn, ratjes. Op foto’s van vroeger lacht ze meestal niet of ze houdt een hand voor haar mond – een van haar voortanden was half afgebroken door een val. „Ik vond haar als kind stil en teruggetrokken”, zegt Anky Marijnissen, de oudste zus van Jan Marijnissen. „Ik heb haar pas voor het eerst rebels gezien toen we op een familiebijeenkomst een discussie hadden over het eten van vlees. Of we wel wisten wat daarmee aanrichtten.”

Op haar achtste was Lilian Marijnissen vegetariër geworden, na een project op school over de bioindustrie. „Als wij lamsvlees aten”, zegt Jan Marijnissen, „zat zij aan tafel zachtjes te mekkeren.” Hij vond het prima. „Ze leerde al heel jong hoe ze moest argumenteren, want ze moest zich voortdurend verdedigen. Waarom droeg ze wél leren schoenen? Ik dacht: zoek het maar uit, ik ga je niet te veel helpen.”

Pannekoek of pannenkoek

1009ZAT_Lilian Marijnissen_3

Aan haar vriendin Marianne Arts, die bij haar in de klas zat en met wie ze vaak speelde, schreef ze brieven. Die van 15 december 1995, ze waren tien jaar, gaat over de nieuwe spellingwet. Met uitleg erbij over pannekoeken en pannenkoeken. „Lilian wilde weten wat ik ervan vond.”

In het vriendenboekje van Marianne Arts schrijft Lilian Marijnissen dat ze dierenarts wil worden of oppasser in de dierentuin. Ze spaart voor een paard: in de buurt verkoopt ze een krant die ze zelf maakt, de Ponyclub. Als ze een jaar of twaalf is, heeft ze borstels, een hoofdstel, zadel. Ze weet alles over de verzorging, ze weet waar haar paard kan staan. Op televisie, bij het programma B&W, zegt Jan Marijnissen tegen Sonja Barend dat zijn dochter er een krijgt als ze overgaat naar de tweede.

Ik studeerde soms tot drie of vier uur ’s nachts.

Lilian Marijnissen had zelf uitgerekend dat er geld genoeg voor was. Maar het paard komt er niet. Een van haar nichten houdt paarden en Lilian mag er een verzorgen: Gorby, een ziek, verwaarloosd dier uit Rusland. Lilian fietst er soms twee keer per dag naartoe. Het dier knapt op en op een dag is hij weg, verkocht. „Lilian wist van niets”, zegt Mari-Anne Marijnissen. „Ze was heel verdrietig. Daarna was het over met haar paardenliefde.”

Wim Koopman, in die tijd rector van het Titus Brandsma Lyceum in Oss, kende Lilian Marijnissen al voordat ze in de gymnasiumklas kwam. Ze was een vriendin van zijn dochter Emy, die ook vegetariër was geworden na de bioindustrieles. Van Emy hoorde hij dat Marijnissen wilde dat zijn dochter naar het Titus Brandsma College zou gaan. „Daar was hij zelf vroeger van af gestuurd.”

1009ZATlilian marijnissen3

De docenten vonden dat hij een te grote mond had. De docenten die er nu waren, vonden van Lilian dat ze te hard werkte. Ze zegt: „Ze vonden dat ik erin doorsloeg en dachten aan faalangst. Ik kan heel fanatiek zijn. Maar ik moest er ook wel hard voor werken, ik studeerde soms tot drie of vier uur ’s nachts.”

Politiepost voor het huis

Als haar moeder op een ochtend een dikke brief openmaakt die bestemd is voor Jan Marijnissen, staat Lilian erbij. Het is niet lang na de moord op Pim Fortuyn en uit de envelop rolt een kogel. Ze rollen de kogel voorzichtig terug, maar op het politiebureau van Oss pakt een agent de kogel in zijn vingers en bekijkt die van alle kanten. „Lilian was fan van de politieserie Commissaris Rex”, zegt Mari-Anne Marijnissen. „Ze vond dit zo raar.”

Op 6 mei 2002 had Lilian, 17 jaar, op haar kamer naar de 3 FM-uitzending van Ruud de Wild met Pim Fortuyn geluisterd. Haar vader zou de volgende dag in de uitzending zijn. Om zes over zes hoorde ze over de aanslag, ze ging toch naar een vergadering van de jongerenraad van Oss, waar ze voorzitter van was. Die raad was bedacht door haar moeder, van 1998 tot 2000 SP-wethouder jeugdzaken, en mocht zich bemoeien met alles wat jongeren aanging.

Ze wilden net beginnen, toen de politie binnenkwam. Lilian Marijnissen mocht niet thuis gaan slapen. Er kwam een politiepost voor hun huis, haar vader kreeg bewaking. Of ze het een enge tijd vond? „Het was onwerkelijk. Ik weet nog dat we met kerst gingen eten bij mijn tante, de bewakers waren mee. Ik vond het sneu voor die jongens dat ze zelfs toen niet thuis konden zijn.”

Lilian Marijnissen was op haar zeventiende gekozen als SP-gemeenteraadslid, maar moest wachten tot ze 18 was voordat ze mocht beginnen. Iemand van de extreemrechtse Nederlandse Volks-Unie had in die gemeenteraadscampagne over haar gezegd dat ze „afgespoten” moest worden. Jan Marijnissen zegt dat er briefjes werden rondgedeeld met scheldpartijen tegen haar. „Ze snapte toen al wel vanuit welke belangen mensen probeerden om haar te beschadigen.”

1009ZAT_Lilian Marijnissen_5

Anky Marijnissen noemt haar nichtje „een interessante casus van nature and nurture”. „Mijn twee opa’s zaten in de lokale politiek, mijn zus is politiek actief geweest, ikzelf. En dan heb je Jan. Politiek zit in ons bloed.”

Schijn van onvermijdelijkheid

Op haar vierde stond Lilian op een verkiezingsposter van de SP, op de fiets samen met haar vader. Ze stonden een keer samen in de VARA-gids, ze deden mee aan het tv-programma Zo vader zo zoon. In Oss kwamen de SP’ers op elkaars verjaardagen, ze verkochten lootjes bij acties, schreven deelnemers in voor de ‘Tribuneloop’ van de SP, deden klusjes in de speeltuin. Lilian Marijnissen studeerde politicologie, ze werkte bij de FNV. Nu staat ze op nummer drie van de SP-kandidatenlijst voor de Tweede Kamer.

„Er is de schijn van onvermijdelijkheid”, zegt Anky Marijnissen. „Maar het is nog niet zo lang geleden dat Lilian zei: een restaurant beginnen, dat lijkt me leuk. Of onderzoeksjournalistiek.” Het is ook niet zo, denkt ze, dat Mari-Anne en Jan Marijnissen hun dochter graag de Tweede Kamer in zien gaan. „Ze weten welke hoge prijs je ervoor betaalt.”