Fruitvliegen vangen met banaan en gist

Alledaagse Wetenschap Nu de bananen snel rijpen, zijn ze snel vergeven van de vrolijke fruitvliegen. Vanzelf ontstaat het verlangen om de fruitvliegjes eens aan wat proeven en proefnemingen te onderwerpen – om te beginnen door ze te lokken.

Foto Studio NRC

Op de verwaarloosde, aangesneden meloen in de verwaarloosde AW-keuken, met zijn al jaren ontbrekende bovenraam, had zich een grote hoeveelheid fruitvliegjes verzameld. Dat had het vruchtvlees geen goed gedaan, maar de vliegjes floreerden. Zij trippelden van links naar rechts, liepen de polonaise, vlogen een rondje, doken eens diep in het meloenbinnenste met al die zaden en zaadstrengen, en zaten later weer de vleugels te poetsen alsof het bal was. Een enkel stel maakte en plein public een nummertje.

Levenslust, is het woord dat zich opdringt. Die ontbreekt zo vaak bij andere insecten in dit land. Vanzelf ontstond het verlangen om de fruitvliegjes eens aan wat proeven en proefnemingen te onderwerpen om er al doende meer over te weten te komen. Wie weet wat er nog meer in hen omging.

Eerst moesten er meer vliegjes komen. Naast de meloen werd extra voedsel aangeboden in de vorm van overrijpe, opengebarsten Chiquita-bananen uit Ecuador of Panama. Dit was een groot succes. Binnen twee weken waren de Chiquita’s veranderd in natte zwarte lappen waaruit bruin vocht siepelde dat naar azijn rook. Onder de lappen bewoog van alles, maar erboven zweefde een indrukwekkende nieuwe aanwas.

Fruitvliegjes? Maar wàt voor fruitvliegjes? Er zijn honderden soorten fruitvlieg die stuk voor stuk naar de genusnaam Drosophila luisteren. De kans is groot dat het Drosophila melanogaster is, zegt Marcel Dicke, hoogleraar entomologie in Wageningen. Of Drosophila simulans. Die twee zijn heel algemeen in Nederland, ze leven van gisten op fruit, gisten die ze vaak zelf verspreiden.

Drosophila melanogaster is de meest bekende en best bestudeerde fruitvlieg die er bestaat en gezegd moet worden dat de AW-vliegjes er sterk op leken. In kort bestek heeft Dicke de biologie van het dier beschreven. Hoe het eitjes legt op rijp fruit of rottende planten, dat daaruit larven komen die ook gist eten, larven die zich verpoppen, enzovoort.

De amateuronderzoeker die eens wat met Drosophila wil doen onderzoekt nog het best haar voedselvoorkeur. Er is daaraan al meer gedaan, zeker, maar het werk is nog niet af. Dat de slechtziende vliegjes hun favoriete fruit op de reuk vinden is evident. Honderd jaar geleden is vastgesteld dat de vliegjes de geur van azijnzuur, alcohol en acetaldehyde (ethanal) onweerstaanbaar vinden. In 2011 werd aangetoond dat de combinatie van azijn en wijn (dus azijnzuur plus alcohol) nog onweerstaanbaarder is, althans voor de uiterst schadelijke suzuki-fruitvlieg, die men ermee hoopt weg te vangen. Het betreffende experiment staat beschreven in de Journal of Applied Entomology en laat zich makkelijk herhalen. De onderzoekers gebruikten commerciële vliegenvallen, maar jampotjes afgesloten met een papieren trechter (Google: fruit fly trap) werken even goed. Nieuwer en nog makkelijker is het gebruik van keukenfolie. Je schenkt wat van de te onderzoeken vloeistoffen in de potjes, sluit die af met folie en prikt daar gaatjes in. Het werkt schitterend: de vliegjes klimmen de gaatjes wel in, maar niet uit. Zie ook internet.

Dus daaraan kan het niet gelegen hebben dat de proef met azijn, wijn en azijn plus wijn niets opleverde. Er zal iets geschort hebben aan de balsamico of de Chardonnay-Viognier. Die lag de vliegjes niet.

Het professionele onderzoek naar voedselpreferentie bij fruitvliegen staat op een hoog plan. Men analyseert geurstoffen met behulp van chromatografie en gebruikt – nota bene – vrijgeprepareerde antennes om na te gaan welke stoffen de vliegen überhaupt detecteren. Langs deze weg is achterhaald waarom het uitgerekend de mango is die onder de overrijpe (dus algauw licht beschadigde) vruchten favoriet is bij Drosophila melanogaster (Journal of Chemical Ecology, 2003). En waarom vrouwtjes van dezelfde soort, als ze alleen net-rijpe (dus onbeschadigde) vruchten krijgen voorgehouden, de eitjes bij voorkeur afzetten op sinaasappelen (Current Biology, 2013).

Hier maakt de leek niet makkelijk chocola van. In de praktijk belandt de fruitvlieg natuurlijk vooral bij overrijp fruit, fruit dat niet alleen, zoals die sinaasappelen, naar zichzelf ruikt maar ook naar de stoffen die de van nature aanwezige gisten doen ontstaan. Dus azijn, alcohol, enzovoort. Het is een kleine moeite om de vergisting van overrijp fruit wat te stimuleren: je kunt er gist aan toevoegen. Dat was het AW-onderzoek van afgelopen week, bekijk het plaatje. Men ziet daar bananenprak as such, prak waaraan geweekte gedroogde gist van Dr.Oetker is toegevoegd en een bodempje van de gist zelf. Alles onder lekgestoken keukenfolie.

De uitkomst overtrof de verwachting: in de pot met banaan-plus-gist vlogen na een dag wel 25 vliegen rond, in de twee andere potten hooguit twee of drie. Hier was geen statisticus meer nodig. Zo mooi was het resultaat dat besloten werd de proef nog eens te herhalen. Zelfde banaan, maar gist uit een ander pakje. En pas nadat de keuken eens goed was schoongemaakt. Een dag later bleek dat geen enkele vlieg de moeite had genomen naar banaan of gist af te dalen. Was de gist niet goed? Of stoorde de proef met azijn en wijn die een halve meter verderop was ingezet (maar óók geen vliegen had aangetrokken)? Zoek dat nu eens uit, roept de lezer. Wij van AW vinden het een vervelende kwestie.