Een losse stoeptegel van 140 tekens

Twitter, het begon zo leuk. Nu wordt er keer op keer gestenigd. „De leider wijst, de meute gooit.” Hij stopt met twitteren. Vaarwel haters.

©

Het spontane groepsgesprek, geen sociaal medium waar dat zo makkelijk ontstaat als op Twitter. En uit zo’n gesprek kan iets moois ontstaan. Het beste voorbeeld dat ik ken is Het Totale Toomler Disco Inferno, op 25 april 2015. Zonder Twitter zou dat niet hebben plaatsgevonden. Facebook is meer besloten, iedereen is een vriend of een vriend-van-een-vriend. Wat je zegt op Twitter, zeg je tegen de hele wereld, en de hele wereld kan reageren.

Naar aanleiding van de NRC-stukken over Twitter-verlaters, twitterde ik dat ik ook (bijna) gestopt ben. De redactie vroeg waarom.

Maar nog even dat Inferno. Op een vrijdagavond zapte ik langs een documentaire over disco. Ik twitterde iets, diverse reacties. Al snel ontstond een geanimeerd gesprek. Sanne Wallis de Vries meldde zich, Martine Sandifort, Jurgen Raymann, Leo Blokhuis, maker van de betreffende docu. Iedereen met dierbare herinneringen aan het discotijdperk. „O, ik zou zo’n zín hebben in een avondje discodansen”, zei Wallis de Vries. „Dan organiseren we dat toch”, zei iemand anders.

Dit fenomeen kennen wij uit het gewone, fysieke leven: een spontaan initiatief, een opwelling van geestdrift die meestal zonder gevolgen blijft. Maar deze keer liep het anders, Sanne Wallis de Vries bleef erop terugkomen en een half jaar later was het zover: Het Totale Toomlers Disco Inferno, een hele avond over disco, met een quiz, een lezing, een workshop en dansen toe, op een kleurrijk knipperende discovloer. Uitverkocht. Dankzij Twitter. Toen Sanne Wallis afgelopen maandag in NRC zei dat zij door Twitter mensen leerde kennen en er vrienden aan overhield, moest ik meteen daaraan denken. Maar Twitter kan ook weerzinwekkend zijn.

Je hebt de schoolplein-heckler. Die wil niet praten, die wil jou ontmoedigen om te praten. Die lijkt je uit te nodigen tot een gesprek, maar je zet een stap naderbij en je weet het: drijfzand. „Haha, gefopt! En nu, terwijl jij langzaam wegzakt, ga ik je uitlachen en beledigen.”

Wanhopig zoek je houvast, maar alles brokkelt af. Er is geen rede, geen begrip, geen communicatie, er is slechts iemand die kraaiend op en neer springt en geniet van jouw vertwijfeling.

Bakstenen gooien

Erger is de hater. Twitter werd aanvankelijk een ‘microblog’ genoemd: je houdt een blog bij, in eenheden van 140 tekens, als een soort mozaïek. In de praktijk is Twitter voor veel mensen gewoon een van de straten tijdens een voetbalrel. Niet daarheen, dat is asfalt, hierheen, hier liggen klinkers. Handzame eenheden van 140 tekens, perfect gewicht om mee te gooien.

Je hebt ringleaders en posses. De ringleader wijst het doelwit aan, de posse bekogelt. Wie of wat interesseert ze niet, waarom evenmin, de leider wijst, de meute gooit. De aanleiding kan een tweet van gisteren zijn, maar ook een van drie jaar geleden. Bladerend door zijn vijandenboek is hij je weer tegengekomen. Ja, laten we díe nog eens een bezoekje brengen!

Als ik Twitter open en ik zie meer dan twintig mentions, weet ik zeker dat er zoiets aan de hand is. Ze wensen je de vreselijkste dingen toe, vaak zonder zelfs maar te weten wie je bent, laat staan waarom je gestenigd moet. De leider wijst, de meute gooit.

Het is maar goed dat dit soort mensen niet aan de macht is, denk je huiverend, want dan was ik al lang met een smoezelige blinddoek als landverrader tegen de muur gezet. Maar het onrustbarende is dat er tussen die beide werelden, de schuimbekkende stenengooiers van het internet en de beschaafde, aangepaste klasse die het land bestuurt, sinds enige tijd een ecoduct wordt aangelegd, waar de soorten aan elkaar snuffelen. En zelfs overgaan tot paring.

In Geldermalsen en andere plaatsen waar azc’s werden gepland, staan sinistere types op die via Twitter en andere internetmedia een posse formeren en in het zwart gekleed, spreekkoren scanderend, de besluitvorming naar hun hand zetten, zoals het dan heet, een formulering die ineens nogal zielig afsteekt bij het voorgaande. Straatgeweld ontmoet beleidsnota.

Een van de twee kandidaten voor het Amerikaanse presidentschap speecht alsof hij in hemdsmouwen met drie whisky’s op voor de televisie zit te twitteren. En hij twittert zoals hij speecht. Geen wonder dat hij op een gegeven moment ‘voor de grap’ wapenbezitters opriep zijn tegenstander neer te leggen. Lachen joh.

Jan Roos, ontstaan toen de Telegraaf gekruist werd met het internet, gaat de Tweede Kamer in. Hij wordt het eerste Kamerlid dat bij debatten een machete meeneemt. Het is maar goed dat dit soort mensen het niet voor het zeggen hebben, denk je, maar die tijd zou binnenkort wel eens voorbij kunnen zijn. Mede dankzij Twitter. Vandaar dat ik gestopt ben. Sanne Wallis De Vries hief kordaat haar account op. Zo ver ben ik nog niet gegaan. Het is als met roken en drinken: eerst maar eens minderen. Ik zit de laatste tijd weer af en toe op Facebook. Gezellig.