De opkomst van het Selfielinks: alleen links als het je zelf uitkomt

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen?

Deze week: Samsom, Roemer en de vrije val van klassiek links.

Ofwel: de opkomst het Selfielinks: alleen links als het je zelf uitkomt.

Het was de week van Kuzu en Klaver. Wie had dat gedacht: Kuzu en Klaver, voorzitters van fracties met twee respectievelijk vier zetels, die zes maanden voor de verkiezingen van alle linkse leiders het best gesitueerd zijn om volgend jaar een overtuigende zege te boeken.

Het zegt iets over die twee - maar het zegt vooral veel, lijkt me, over de historische optater die volgend jaar voor klassiek links dreigt.

De komende tweestrijd tussen VVD en PVV kan partijen als PvdA en SP in een bijrolletje met zeer beperkte groeikansen dwingen.

Voor D66 geldt hetzelfde. Die partij wil niet meer als links getypeerd worden, wat nogal dubbelzinnig is: haar kernthema – onderwijs – is het populairste bij kiezers die zich links noemen. Hoe dit ook zij: voor PvdA, SP en D66 naakt een vergelijkbaar rampscenario.

En juist nu er zoveel electorale energie in rechtse thema’s zit – weerzin tegen immigratie, identiteitspolitiek – krijg je in die partijen niet de indruk dat ze ideeën hebben over hoe ze nog aan dit wurgende vooruitzicht kunnen ontsnappen.

Ik vrees dat oud-PvdA’er Tunahan Kuzu zijn doelgroep deze week trouwens het beste bediende. Zijn verlangen om te verbinden was nooit erg geloofwaardig. Over zijn weerzin tegen verruwing kon je ook twijfels hebben.

Zijn toneelstukje bij het bezoek van Netanyahu, woensdag, maakte in een paar seconden een einde aan alle vragen.

Meneer stond niet te wachten om de Israëlische premier te begroeten: hij wilde de man pakken. Geef mij uw hand en ik zal hem weigeren - dat verbindt blijkbaar lekker.

„Beetje basisnormen graag”, zei Buma (CDA) bij Pauw. Goed punt. De ellende is alleen dat Kuzu vooral met de overtreding van die basisnormen aandacht krijgt.

Een regenboogvariant op Wilders, die inspeelt op de mediawerkelijkheid: constructieve posities zijn passé, controverse scoort.

Het verlangen van Jesse Klaver om te verbinden komt me doorgaans oprecht voor, en dat was deze week niet anders. Klaver (30) is een groot politiek talent en de camera houdt ook nog van hem.

Maar het heeft iets ongemakkelijks dat GroenLinks zich zo aan hem uitlevert. The medium is the message, ik weet het. Maar voor een politieke partij lijkt het me geboden dat the message méér is dan the medium alleen.

In het verkiezingsprogramma dat dinsdag in De Melkweg werd gepresenteerd, had ik moeite beleidsideeën te vinden die niet eerder, door GroenLinks of anderen, zijn gedaan.

Dus iets minder aandacht voor de superchille lijsttrekker en iets meer voor het programma, zou misschien een idee zijn geweest.

Ik vroeg me ook af hoe al die persoonsgerichte aandacht binnen die partij uitpakt. Tussen de hipsters zag ik nog vrij veel grijze partijgangers uit de tijd van de PPR: sobere milieuactivisten die nog op zo’n biologisch-dynamisch centrum in Budel of Bladel hebben gewoond.

Iets minder aandacht voor de superchille lijsttrekker en iets meer voor het programma

Het contrast met de jonge campagnemedewerkster, Lotte, die de avond inleidde, was nogal groot. Zij claimde, heel modern, succes door het aan te kondigen. Dit wordt de „grootste campagne ooit”, en GroenLinks staat „kneitergoed in de peilingen”.

Het hele punt is dat Klaver helemaal niet zo goed staat: twaalf zetels in de laatste Peilingwijzer. De partij heeft er nu vier, dus winnen zal in 2017 zo’n kunst niet zijn.

Maar de aanname dat hij de nieuwe leider van links kan worden, de Justin Trudeau van Nederland, suggereert dat hij GroenLinks ruim kan laten uitstijgen boven zijn hoogste score ooit (elf zetels) – en het zorgelijke lijkt me dat Klaver dit, ondanks alle fraaie publiciteit, niet laat zien.

En dan: je weet niet of hij het weerstandsvermogen heeft als de echte aanvallen komen. Dus ik begrijp wel dat ze hem bij GroenLinks als Jonge God positioneren. Maar intussen kan hij evengoed een Nieuwe Roemer blijken te zijn, sterker nog: in diezelfde peilingen heeft hij nog nooit, op geen stukken na, Roemers topniveau (38 zetels, augustus 2012) gehaald.

Het dilemma voor klassiek links

Intussen heeft klassiek links een fundamenteel dilemma. Want denk niet dat de kiezer ineens afschuw heeft voor klassiek-linkse thema’s als betaalbare zorg, de vaste baan, de oudedagsvoorziening of een uitkering bij werkloosheid of ziekte. Ze worden alleen overschaduwd door twee andere ontwikkelingen: weerzin tegen immigratie en identiteitspolitiek.

Er komt bij dat het belang van die thema’s nu groepsgewijs, en niet langer in onderling verband, wordt beleefd. Ouderen voor ouderen. Chronisch zieken voor chronisch zieken.

Het aloude linkse idee van solidariteit over de volle breedte - we komen op voor ouderen én zzp’ers én vluchtelingen, etc. – zit, vermoed ik, tegen de uiterste gebruiksdatum aan.

Met 50Plus vóór ouderen en sceptisch over vluchtelingen: dat is de nieuwe politiek. Links uit eigenbelang. Zelfhulplinks. Selfielinks.

Het gevolg is paradoxaal. De meeste verkiezingsprogramma’s zijn er nog niet, maar ik durf te voorspellen dat ze bijna allemaal een fikse ruk naar links maken.

Bij de zorg zal een groot aantal partijen uitkomen op minder of geen eigen risico, alsmede minder of geen marktwerking meer. Bij de arbeidsmarkt op betere baanbescherming voor laagbetaalden. Inzake ouderen zullen enkele partijen zinspelen op een pensioenleeftijd naar eigen voorkeur (en op eigen kosten).

En op het punt van de grote liberale zege de laatste decennia, de groei van de mondiale vrijhandel, zullen partijen bescherming van Nederlandse werknemers vragen – zodat nieuwe verdragen van de baan zijn en oude verdragen mogelijk ter discussie komen.

Dus dit is de grote trend: juist partijen voor wie immigratiekritiek en identiteitspolitiek hoofdpunten zijn, maken nu de overstap naar oud-linkse standpunten inzake zaken als verzorgingsstaat, flexarbeid, pensioenen en vrijhandel.

Intussen zitten de klassiek-linkse eigenaren van die thema’s met de handen in het haar. Omdat ze hun opvattingen in een context van gemeenschappelijkheid plaatsen die buiten de tijdgeest staat. En soms ook omdat ze, zoals de PvdA onder Rutte II, posities afzwakten om de begroting op orde te brengen.

Maar het vrijwel verdwenen begrotingstekort, dat op Prinsjesdag naar buiten komt, is het probleem van gisteren: hartelijk dank voor uw prestaties, nu heeft de kiezer iets anders aan zijn hoofd.

Ze zien de trends heus wel

Natuurlijk zien ze de trends in SP en PvdA ook wel. De SP heeft met het Zorgfonds, tegen de marktwerking in de zorg, zichzelf opnieuw op de kaart gezet als organisator van maatschappelijk verzet. 50Plus en omroep Max doen al mee, ik hoorde dat zelfs liberalen zich stilletjes aansluiten.

Maar er blijven intern zorgen over Roemer. En de publiciteit rond dat Zorgfonds is goed - maar als plan is het nog amper uitgewerkt: bijna alle pijnlijke keuzes (wie gaat wat betalen?) moeten nog gemaakt worden.

In de PvdA, zo bleek eind vorige week tijdens de heidagen van de fractie in Groningen, gokken ze op een opleving door de lijsttrekkersverkiezingen in oktober en november. Maar onzekerheden zijn er genoeg.

De partijtop verwacht dat Asscher opgaat tegen Samsom. Maar Asscher aarzelt nog, begrijp ik, en besluit vermoedelijk op het laatste moment. Een partijtijger is hij nooit geweest (hij sloeg de heidagen ook weer over), en voor hem speelt bovendien dat hij een innerlijke motivatie zoekt om mee te doen.

Een presentatie van Wim Meijer, voorzitter van de programcommissie, wekte sterk in de indruk dat ook de PvdA een stevige bocht naar links maakt.

Maar de vraag is natuurlijk, gezien de dominantie van identiteitspolitiek en immigratie, of dat voor de PvdA nog voldoende soelaas biedt.

Zoals een partijprominent me deze week zei: ze denken bij ons dat we er bovenop komen met Lodewijk tegen Diederik. Maar het probleem is, zei de prominent, dat die hele strijd geen enkele garantie biedt dat we er onze dreigende marginalisering mee stoppen.

„En dat wil niemand horen.”