Alles dient de stad

Gruyter, Caroline de 11-2013 032

Een Britse vrouw klaagde dit voorjaar op de BBC-radio dat het Verenigd Koninkrijk zo afhankelijk is van de financiële industrie in Londen, dat alle politieke beslissingen daarop worden afgestemd. Over geld. Over infrastructuur. Onderwijs. „Wat goed is voor de City,” zei ze, „is vaak niet goed voor het platteland. Of zelfs funest.” Er komt eens een opstand, hintte zij.

Zo’n opstand was Brexit, in zekere zin. Kiezers uit verwaarloosde gebieden, vooral in het noorden, namen wraak op de politieke klasse en grootsteedse kosmopolieten die in de EU willen blijven. Dat is dé grote politieke kloof in Europa: stad versus platteland.

De helft van de Oostenrijkers tussen 25 en 64 jaar woont op het platteland. Dat is meer dan in andere Europese landen. Maar eenderde van de Oostenrijkse gemeentes verliest inwoners – plattelandsgemeentes. Jonge vrouwen vinden geen werk meer en gaan naar de stad. Mannen blijven achter en worden achterdochtig. „Politici,” zegt een boer in het Waldviertel, „maken wetten die goed zijn voor de stad. Alles moet bio. Onze levenswijze staat onder druk.” Hij stemt FPÖ. Bij de presidentsverkiezingen in mei kreeg de FPÖ-kandidaat, Norbert Hofer, 62 procent van de stemmen op het platteland. Vooral mannen en ouderen kozen hem. Zijn Groene concurrent won alle steden, de meeste vrouwen en jongeren.

Er is een direct verband tussen de leegloop en verwaarlozing van het platteland in grote delen van Europa, en de opkomst van extreemrechtse, populistische protestpartijen. In de Auvergne en noord-Franse dorpen verdwijnt de middenstand. Overal staan dichtgespijkerde winkels en restaurants. Ziekenhuizen worden gesloten. Het Front National boert er goed. Uit het Duitse stadje Goslar trekken zoveel mensen weg dat bedrijven geen werknemers meer vinden en wegwillen. De burgemeester stelt inwoners voor de keus: een grijs reservaat worden met steeds minder openbare voorzieningen, óf migranten aantrekken . In de provincie Limburg worden jaarlijks 1.200 leegstaande huizen afgebroken, omdat achtduizend mensen per jaar wegtrekken. In Die Zeit vertelde een dorpeling uit Mecklenburg-Vorpommern laatst dat er maar beter geen brand kan uitbreken: de vrijwillige brandweer bestaat vooral nog uit lieden die moeilijk ter been zijn. Wegen worden niet gerepareerd. Postkantoren en scholen sluiten. Internet is traag. Gezondheidszorg is een ramp. Geen wonder dat de radicaal-rechtse AfD vorige week uit het niets op 20 procent kwam.

Het Front National, de FPO of de AfD zijn zeer eurosceptisch. Zij zien Europa als een kosmopolitisch project van grootstedelingen. Toch is het juist Europa dat werkgelegenheid en openbare werken in arme regio’s subsidieert, terwijl nationale overheden het door alle crisissen sinds 2008 laten afweten. Het Comité van de Regio’s in Brussel, een inspraakorgaan voor steden en regio’s, publiceerde laatst een dik rapport over de leegloop van het platteland: The impact of demographic change on European regions. Daar staan nuttige cijfers en statistieken in. En concrete voorbeelden van gemeentes in Polen, Slovenië of Nederland (Delfzijl) die de neerwaartse demografisch-politieke spiraal doorbreken door op dure straatverlichting te besparen, supersnel internet aan te leggen, ouderen aan het werk te zetten of streekbussen ook voor vracht te gebruiken.

De radicale verrechtsing van Europa is dramatisch en gevaarlijk. Politici stoppen die niet door muren te bouwen . Ze doen er beter aan de kloof tussen stad en platteland te dichten. Wat burgers in arme regio’s nodig hebben, is perspectief.

Caroline de Gruyter is correspondent in Wenen en schrijft wekelijks een column over politiek en Europa.