Van de Maassilo, naar Marrakesh

Vier Rotterdamse vrienden organiseerden een dancefestival in Marokko. Dat kostte een jaar – reizen, thee drinken, aan eisen voldoen. Maar Atlas Electronic werd fantastisch.

Japanners, Chinezen, Marokkanen en Nederlanders dansen op festival Atlas Electronic in Marrakesh op muziek van westerse en Marokkaanse dj’s en muzikanten. foto’s Tim Buiting

Een muzikale oase vind je niet zomaar. Het is een hele onderneming om vanuit het centrum van Marrakesh bij Atlas Electronic te komen. Het festival wordt namelijk twaalf kilometer buiten de stad gehouden, in de woestijn aan de voet van het Atlasgebergte. En vind maar eens een pendelbus in de kakofonie van auto’s, ezelkarren, taxi’s en brommers die elkaar verdringen bij het busstation. Niemand hier heeft van Atlas Electronic gehoord.

Un festival de musique?

Dan maar een taxi. De chauffeur zegt dat hij de weg weet – hij ruikt een lucratief ritje. Maar eenmaal buiten de stad, blijkt hij toch niet zo zeker van zijn zaak. Wat was het adres ook al weer? Er volgen diverse vruchteloze telefoontjes. Net als de moed me in de schoenen begint de zakken, en ik vrees dat ik het openingsconcert ga missen, zien we borden met pijlen en het festivallogo. Via stoffige, onverharde wegen bereiken we het festivalterrein.

Villa Janna is een ommuurde ecologische retraite die zo uit de Vertellingen van duizend-en-een-nacht lijkt te zijn gerukt. Er zijn lage gebouwen met koepeldaken en gewelven, paden omzoomd door roze en witte bougainville, vijvers met houten loopbruggen, en zithoekjes met tapijten, kussens en waterpijpen. ’s Avonds wordt het terrein verlicht door honderden lantaarns.

Hier zal vier dagen lang een dancefestival plaatsvinden dat zijn gelijke niet kent. En niet alleen vanwege de magnifieke locatie. De muzikale programmering en de diversiteit van de bezoekers zorgen voor een bijzondere synergie tussen het Westen en de Oriënt. Hollandse jongens in djellaba dansen op de populairste bruiloftband van Marrakesh. Arabische meisjes gaan los op gruizige Duitse techno. Er hangt een ongelooflijk saamhorige sfeer, de hasj-jointjes gaan gebroederlijk rond op de dansvloer.

Dat was precies wat de organisatoren voor ogen hadden. Atlas Electronic is een initiatief van vier vrienden uit Rotterdam: Karim Mrabti (26) en zijn vriendin Sophia Moulay (28), en de dj-vrienden Khalil Ryahi (32) en Steven Pieters (33) van het collectief Triphouse. „We wilden een festival organiseren waar de Europese en de Marokkaanse muziekscene elkaar ontmoet en inspireert”, zegt Mrabti.

De vrienden hadden geen idee waar ze aan begonnen. Ze hadden alleen een paar feesten in Rotterdam gegeven. Maar omdat de Nederlandse festivalmarkt zo verzadigd is, besloten ze hun geluk te beproeven in het buitenland. „Het is moeilijk om je te onderscheiden in Nederland”, zegt Mrabti. „Een originele locatie is heel belangrijk, maar de meeste zijn al vergeven. En zonder diepe zakken of de juiste connecties red je het niet.”

Op goed geluk naar Marokko

Op goed geluk besloten ze een kijkje te nemen in Marrakesh. Dat was immers onontgonnen gebied, en een beetje thuis. Via Airbnb stuitten ze op Villa Janna. De locatie maakte zo’n indruk dat ze meteen de wildste plannen hadden. „Ik dacht: we zetten een bar en een dj-booth neer en we kunnen een feest gegeven”, zegt Mrabti. „Als ik toen had geweten wat er allemaal bij komt kijken, dan had ik er niet één, maar twee jaar voor uitgetrokken.”

Een festival organiseren in Marrakesh is wel wat anders dan een feestje geven in de Maassilo. Hoe regel je een drankvergunning? Hoe komen bezoekers van hun hotel naar het festival? Waar vind je goede beveiligers? Hoe zorg je dat het geen Europees feestje op een exotische locatie wordt, maar dat er ook Marokkanen komen? En hoewel drie van de vier Rotterdammers Marokkaanse wortels hebben, spreekt geen van hen vloeiend Frans of Arabisch. Mrabti: „Ik ben Arabier, maar de taal heb ik thuis niet meegekregen.”

Zonder lokale hulp was het festival nooit van de grond gekomen. Het team zocht contact met de eigenaar van Cosmo Records, een label uit Casablanca, die hen voorstelde aan enkele invloedrijke mensen. Een van hen was Rachid Najah, een voormalige profvoetballer die in het bestuur zit van voetbalclub Olympique Marrakesh. Hij speelde een cruciale rol als bemiddelaar met de autoriteiten.

Festivals zijn geen vreemd concept in Marokko. Bijna elke stad heeft er wel een. Dat is beleid. Zo willen de autoriteiten culturele diversiteit en tolerantie promoten als tegenwicht tegen de fundamentalistische islam. In Rabat wordt elk jaar in mei het festival Mawazine gehouden, waar westerse en Arabische popsterren optreden. Mawazine wordt zwaar gesubsidieerd door de regering. De toegang is gratis, waardoor er miljoenen mensen op afkomen. Alleen voor het VIP-gedeelte wordt grof geld gevraagd.

„De autoriteiten in Marrakesh stonden welwillend tegenover het idee voor Atlas”, vertelt Najah. „Ze denken immers in termen van toerisme. En de Marokkaanse afkomst van Karim en zijn vrienden werkte in hun voordeel. Maar ze wilden eerst weten wat voor vlees ze in de kuip hadden. Want de organisatoren hadden weinig ervaring. De autoriteiten wilden er zeker van zijn dat de veiligheid van de bezoekers in goede handen was.”

De Rotterdammers moesten een gedetailleerd plan schrijven voor de organisatie van het festival. Maar ze hadden niet voorzien hoe stroperig de bureaucratie is. Wie zaken wil doen in Marokko, moet veel tijd investeren in persoonlijke contacten. Mrabti is twaalf keer naar Marrakesh gevlogen om thee te drinken, contracten af te sluiten en papierwerk te regelen. „Elke keer kwamen ze weer met nieuwe eisen”, zegt hij.

Dan moesten ze ineens samenwerken met een toeroperator. Of ze moesten zorgen dat het terrein werd vrijgemaakt van spinnen, slangen en schorpioenen. Mrabti: „Ik probeerde me zoveel mogelijk in te leven in hun manier van denken. Anders kreeg je het nooit voor elkaar.”

Misschien wel de grootste uitdaging was om genoeg publiek te trekken. Hun doorgewinterde party-achterban uit Rotterdam en Amsterdam zou wel komen. Maar Marrakesh ligt niet bepaald op de radar bij de festivalganger. „We hebben onderschat hoe hoog de drempel is voor veel mensen”, zegt Mrabti. „Ze moeten een groep verzamelen, een kaartje kopen, een ticket boeken. Volgend jaar willen we het meer gaan promoten als vakantie.”

Het mocht geen elitefeest worden

Het trekken van Marokkanen was nog moeilijker. Want zij hebben een stuk minder te besteden. De meeste mensen kunnen 45 euro voor een dagkaart niet betalen. En de Rotterdammers wilden niet dat het een Marokkaans elitefeestje zou worden, zoals het festival Oasis, dat twee weken na Atlas Electronic in Marrakesh wordt gehouden.

Oasis wordt georganiseerd door de dochter van de Marokkaanse ambassadeur in de VS. Het vindt plaats in een resort en een biertje kost 7 euro. Sonia Moulay vertelt dat zij geprobeerd hebben de prijzen zo laag mogelijk te houden. „We hebben overwogen een lagere entreeprijs te hanteren voor Marokkanen uit de middenklasse. Maar hoe controleer je dat?”

Atlas was uiteindelijk lang niet uitverkocht. Er waren elke dag zo’n 500 tot 600 bezoekers, terwijl er plek is voor drie keer zoveel mensen. Het was wel een internationaal gezelschap, er waren Japanners, Chinezen en een groep Australiërs.

Ook kwamen er redelijk wat Marokkanen op af. Een deel vormde de entourage van de Marokkaanse dj’s die op het festival draaiden. Maar er waren ook mensen alleen gekomen, zoals de avontuurlijke Malika Bluesgaga (25) uit Casablanca, die in haar eentje het hele land doorreist om festivals te bezoeken. Op Atlas heeft ze de tijd van haar leven.

Of neem Noria Yo-Pavel, een Marokkaanse die opgroeide in Frankrijk. Ze woonde de afgelopen jaren in Berlijn, waar ze videoclips maakte voor Duitse rappers. Onlangs verhuisde ze naar Marrakesh om een videoproductiebedrijf op te zetten, „want Afrika heeft de toekomst.” Het zijn dit soort creatievelingen waar Atlas een platform voor wil vormen.

Ook muzikaal moest het festival een brug slaan tussen Europa en Marokko. Electronische muziek is in opkomst in Marokko. Marrakesh heeft met de Pacha en de Amnesia twee clubs van internationale allure. Ook zijn er diverse undergroundscenes in Rabat, Casablanca en Tangiers. Maar die zijn klein en verspreid. En het ontbreekt aan goeie clubs, waar dj’s ervaring kunnen opdoen. „Er is geen samenhang”, zegt Youssef Mirriguem, een dj uit Casablanca. „In Europa is samenwerking de norm, maar Marokkaanse dj’s zien elkaar vooral als concurrenten.”

Muzikaal was vooral de eerste avond bijzonder. Op het hoofdpodium trad de Britse producer James Holden op met de Marokkaanse gnawa-muzikant Maalem Houssam Guinia. Het werd een fascinerende symbiose tussen traditie en toekomstmuziek.

Gnawa is van oorsprong West-Afrikaanse muziek, die via de slavenhandel in Marokko terechtkwam. De slaven speelden op Djemaa el-Fna, het centrale plein van Marrakesh waar de karavanen stopten. Gnawa heeft veel westerse muzikanten geïnspireerd, van jazz-giganten als Pharoah Sanders tot rockers als Robert Plant. Ook danceproducers zijn aangetrokken tot deze repetitieve oermuziek.

James Holden nam in 2014 een album op met gnawa-meester Maalem Mahmoud Guinia. Het project paste zo goed bij Atlas Electronic, dat de organisatie hen perse wilden strikken. Maar het management van Holden reageerde niet op hun mails. „Ik denk dat ze ons te klein vonden”, zegt Ryahi „Uiteindelijk hebben we de band van Guina via Facebook een bericht gestuurd. Toen was het binnen een paar dagen beklonken.”

Eerbetoon aan gnawa-meester

Het concert werd een waardig eerbetoon aan Maalem Mahmoud Guinia, die vorig jaar overleed. Voor de gelegenheid speelde Holden op Atlas met diens zoon. De gnawa-artiesten speelden hun ritmes, die op subtiele wijze werden ingekleurd door Holdens electronica. De Marokkanen konden de mantra’s van de gnawa-zangers moeiteloos meezingen. Het leidde tot een bezwerend concert, dat Holden zo bijzonder vond dat hij BBC belde met de vraag of ze het wilden uitzenden.

Dit zette de toon voor de rest van het weekend. Elke avond was er wel bij een ander podium een bijzondere jamsessie, of een feestje dat helemaal losging. Het kleine aantal bezoekers heeft de sfeer geen moment beïnvloed. De warme gastvrijheid van de organisatie zorgde ervoor dat het voelde als een Marokkaans familiefeest. Zondagnacht waagden de beveiligers zich zelfs en masse op de dansvloer.

Mirrigue, de dj uit Casablanca, vatte het weekend zo samen: „Het is een geweldige gelegenheid om nieuwe mensen en culturen te leren kennen. Danceliefhebbers uit Europa zien een andere kant van Marokko en komen in aanraking met Marokkaanse klanken. En Marokkanen ontdekken nieuwe elektronische muziek. Hier doen religie en traditie er even niet toe, hier bestaan geen grenzen, alleen gedeelde liefde voor muziek.”