Kamer wil onafhankelijk oordeel over levenslang

De Tweede Kamer gaat in tegen plan staatssecretaris, die zelf wil beslissen of een gevangene vrijgelaten wordt.

Het interieur van het Justitieel Complex Zaanstad, de grootste en modernste gevangenis van Nederland. Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

Een rechter of een onafhankelijke commissie moet oordelen over de eventuele vrijlating van levenslang gestraften. Daarvoor pleit de Tweede Kamer. Een meerderheid van vooral linkse partijen, inclusief regeringspartij PvdA, gaat daarmee in tegen plannen van staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, VVD). Dijkhoff wil zelf kunnen beslissen of een gevangene vrijgelaten wordt.

Nederland is een van de weinige Europese landen waar levenslang gestraften allemaal daadwerkelijk levenslang vastzitten. In theorie kan de koning gratie verlenen, maar in de praktijk gebeurt dat nooit.

Lees ook: Dijkhoff blijft beslissen over gratie, het verslag van het Kamerdebat dat in dit artikel centraal stond.

Dat gaat veranderen. Donderdagavond debatteert de Kamer over een plan van Dijkhoff om levenslang gestraften na 25 jaar een kans op vrijlating te geven. Dat plan presenteerde Dijkhoff in juni met tegenzin. Het liefst zou hij niets veranderen, maar de wijziging is nodig om te garanderen dat rechters de straf blijven opleggen.

Rechters kritisch over Nederlands levenslang

Rechters zijn de laatste tijd terughoudend geworden met het opleggen van levenslang. Zij zeggen dat de Nederlandse praktijk in strijd is met Europese mensenrechten. Zo kregen de broers Admilson eind 2015 niet levenslang, maar dertig jaar celstraf voor het plegen van roofmoorden. Omdat levenslang volgens de rechtbank in Assen „op gespannen voet staat” met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Later sloot de hoogste rechter, de Hoge Raad, zich daarbij aan. Levenslang kan niet worden opgelegd zolang er geen “reële mogelijkheid tot herbeoordeling” is, oordeelde de Hoge Raad deze zomer.

Dijkhoff wil de levenslange straf nu zó aanpassen dat het volgens hem nog net voldoet aan de Europese mensenrechten. Na vijfentwintig jaar kunnen ze bij een adviescollege om een reïntegratieplan vragen. Na een psychologische test en het horen van nabestaanden adviseert het college de staatssecretaris, die een beslissing neemt. Als er een positieve beslissing volgt en het reïntegratietraject goed verloopt, kan de gevangene uiteindelijk vrijkomen.

Linkse partijen: besluit los van de politiek

Volgens linkse partijen voldoet Dijkhoffs voorstel juist nog niet aan de Europese mensenrechten. Ze hebben er vooral bezwaar tegen dat de staatssecretaris zelf mag beslissen of de gevangene vrijkomt. “Ik wil dat de beslissing door een onafhankelijke rechter plaatsvindt”, zegt SP-Kamerlid Michiel van Nispen. “Ik vind het raar dat de staatssecretaris nu alsnog kan zeggen: we doen het niet.” Ook D66 wil een rechter laten oordelen.

Regeringspartij PvdA vindt het belangrijk dat het besluit “los van de politiek genomen wordt”, zegt Tweede Kamerlid Jeroen Recourt:

“Of je het dan door een beroepsrechter of een commissie laat doen maakt me niet zoveel uit.”

De linkse partijen vinden ook dat er na 25 jaar beoordeeld moet worden of iemand daadwerkelijk vrijgelaten mag worden. Aan reïntegratie zou al veel eerder gewerkt moeten worden, zeggen zij. Dat is dezelfde kritiek die ook een belangrijke adviseur van het kabinet, de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), deze zomer uitte. Volgens de RSJ eist het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg dat die activiteiten voor reïntegratie er al vanaf het begin van de gevangenisstraf moeten zijn. Kamerlid Van Nispen: “Ik vrees dat Dijkhoff de vonnissen uit Straatsburg en van de Hoge Raad nog niet goed genoeg heeft gelezen.”