Schippers trekt 3 miljoen uit voor goedkope medicijnen

Zorg

Nieuwe stichting ontwikkelt medicijnen voor zeldzame ziekten.

Edith Schippers tijdens het wekelijkse Vragenuurtje in de plenaire zaal van de Tweede Kamer. Foto Koen van Weel / ANP

Minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) steekt bijna 3 miljoen euro in de ontwikkeling van goedkope geneesmiddelen. Het geld gaat naar de stichting Fair Medicine, die samen met artsen, patiënten, investeerders en medicijnfabrikanten zo’n vijf geneesmiddelen op de markt wil brengen.

Dit hebben het ministerie en Fair Medicine vandaag bekendgemaakt. Het remmen van de medicijnprijzen is een speerpunt van Schippers, die dit bijvoorbeeld hoog op de agenda zette toen Nederland in de eerste helft van dit jaar EU-voorzitter was.

Lees ook ons achtergrondstuk over het bondgenootschap tegen Big Pharma

De prijzen voor geneesmiddelen stijgen veel sneller dan andere zorgkosten. Zo zijn de uitgaven aan kankermedicijnen toegenomen van 300 miljoen (2012), naar 675 miljoen (2014), tot uiteindelijk bijna een miljard. Medicijnen voor de ziekte van Pompe kosten jaarlijks 400.000 tot 700.000 euro per patiënt, bij andere zeldzame aandoeningen gaat het om 200.000 tot 300.000 euro.

Volgens het ministerie rechtvaardigen de fabrikanten die „vaak zeer hoge bedragen” met een verwijzing naar hun hoge ontwikkelingskosten „terwijl er geen inzicht wordt gegeven of en waarom deze kosten daadwerkelijk zo hoog zijn”. Schippers schreef in een brief aan de Tweede Kamer in februari alternatieve, goedkopere vormen van medicijnontwikkeling te willen ondersteunen. Dat doet ze nu met de subsidie van 2,8 miljoen, waarmee Fair Medicine de aanloopkosten kan dekken bij de ontwikkeling van ‘alternatieve business modellen’.

In de huidige manier van medicijnontwikkeling betalen de farmaceutische fabrikanten alles, zoals de klinische studies en de registratie. In ruil daarvoor krijgen ze zeer dominante marktposities, die ze beschermen met patenten en – bij middelen voor zeldzame ziekten – jaren van marktexclusiviteit. Daardoor kunnen fabrikanten vrijwel elke prijs vragen.

Fair Medicine wil dit patroon doorbreken met de ontwikkeling van goedkope – generieke – versies van bestaande middelen voor (vooral) zeldzame ziekten, waarvan het patent is verlopen. Nederlandse artsen, patiënten, investeerders en ziekenhuizen bepalen samen met de fabrikanten welke middelen dat zijn.

Om deze middelen te laten registreren gaan artsen in ziekenhuizen klinische studies doen met patiënten. De betrokken partijen noteren hun onkosten en krijgen die vergoed als het middel op de markt is. Daarbij kunnen ze ook een winstopslag van 8 tot 15 procent krijgen als ze dat willen.

Fair Medicine is inmiddels in gesprek met investeringsfondsen van banken, zorgverzekeraars en vermogende families voor het opzetten van een fonds om de ontwikkeling te financieren. De stichting denkt middelen te kunnen ontwikkelen voor 50 miljoen euro, tien keer minder dan wat farmaceutische bedrijven minimaal (zouden) uitgeven voor ontwikkeling.