Rutte, moet ik ook oppleuren?

“Iedereen weet dat Italië nog steeds zeer primitief is, dat de mensen daar geneigd zijn om messen te dragen en meteen geweld te gebruiken bij onenigheid. Door een meerderheid van de bevolking daar wordt de wet niet gerespecteerd. We willen ze niet. Ons immigratiebeleid heeft urgente herziening nodig. We hebben de poorten veel te lang opengelaten. Het is hoog tijd om een restrictief immigratiebeleid te hanteren,” aldus de New York Times in 1907.

Toen premier Mark Rutte in Zomergasten ‘Ga terug naar Turkije. Pleur op’ zei aan de hand van een fragment van Turks-Nederlandse jongeren die in Rotterdam het werk van een journalist onmogelijk maakten, moest ik denken aan het citaat hierboven. In Amerika is sinds 1907 veel veranderd. Er is hard gewerkt aan daadwerkelijk burgerschap, dat wil zeggen dat de culturele beleving van het ‘Amerikaan zijn’ aansluit op het formele staatsburgerschap. Zo zal tegenwoordig niemand meer zeggen dat een Italian-American moet ‘oppleuren naar Italië’ als hij de wet overtreedt. Ook de suggestie dat namen als De Niro en Guiliani geen Amerikaanse namen zouden zijn, zal iedereen tegenwoordig absurd vinden. Terwijl het idee dat Özdil een Nederlandse naam zou kunnen zijn, als lachwekkend wordt beschouwd.

De meeste reacties op mijn columns, of ze nou over ons zorgstelsel gaan of over ons klimaatbeleid, gaan over mijn etniciteit: ‘Ga dan terug naar Turkije, als je kritiek hebt op de zorg in Nederland!’. Na Zomergasten weet ik dat ook onze premier in staat is om mij zoiets te verwensen als ik bijvoorbeeld zijn beleid hekel.

De onverenigbaarheid van immigranten met de cultuur van de ontvangende samenleving is een mythe die in Nederland de afgelopen jaren steeds meer wordt omarmd. Als zelfs een premier niet snapt dat Nederlanders – in dit geval griezels die journalisten intimideren – gewoon Nederlanders zijn, hebben we een groot probleem als het gaat om burgerschap.

De huidige kijk op Amerikaans burgerschap is er niet vanzelf gekomen. Het is van onderaf opgeëist door die minderheden die werden uitgesloten.

Dat gebeurt helaas niet genoeg in Nederland. De – nota bene meestal in Nederland geboren jongeren – uit het Zomergasten-fragment vinden hetzelfde als Rutte. Ze zijn bereid te sterven voor Turkije en zien hun eigen land niet als hun eigen land, maar als een tijdelijk iets. Afgelopen dinsdag kwam er nog een derde partner bij. Het Turkse Ministerie van Buitenlandse zaken publiceerde een statement over het ‘pleur op’ van Rutte in Zomergasten: „Deze ongelukkige uitspraken kunnen de participatie van de Turkse gemeenschap in Nederland schaden.”

Door überhaupt te reageren op iets waar ze niks mee te maken heeft, maar dan ook nog eens steeds over ‘de Turkse gemeenschap in Nederland’ te spreken in plaats van ‘Nederlanders’, geeft Turkije aan volledig te onderschrijven wat zowel de griezels in Rotterdam als Rutte vinden: Turkse Nederlanders zijn geen echte Nederlanders.

Ik aanschouw het allemaal met enige verbazing. Wonderlijk dat ze zo met elkaar ruziën terwijl ze het volledig met elkaar eens zijn.