Politiek in Rotterdam is gelukkig wars van Haagse handigheidjes

Voor Rotterdamse politici - gewend aan robuuste omgangsvormen - valt het nog niet mee om ‘sorry’ te zeggen. Maar dat heeft ook zijn charme, vindt oud-politicus Peter van Heemst.

Excuus aanbieden. Spijt betuigen. Vooral in de jaren negentig was deze manier van politiek bedrijven op het Binnenhof schering en inslag. De ene minister na de andere uit de kabinetten van premier Wim Kok redde het hachje door mompelend excuus aan te bieden en daarna onverschrokken door te regeren. SP-leider Jan Marijnissen bedacht er een trefzekere omschrijving voor: De Sorry Democratie. Onlangs zorgden Diederik Samsom (fractievoorzitter PvdA in de Tweede Kamer) en premier Mark Rutte (VVD) voor een comeback van dit Haagse handigheidje.

In de genen van de Rotterdamse politiek zit het sorry zeggen niet echt ingebouwd. De omgangsvormen zijn op zijn zachtst gezegd robuust. Het is stevig uitdelen en flink incasseren in de raadszaal aan de Coolsingel. Ook bij de burgemeester en wethouders tref je weinig deemoedigheid aan. De politieke kleur heeft daar nauwelijks iets mee te maken.

Neem twee uiterst kritische Ombudsmanrapporten van het afgelopen halfjaar. Het ene, van de Nationale Ombudsman, hekelt het optreden van de burgemeester bij een protestmars van Feyenoordsupporters. Een grote groep was zonder enige juridische basis opgepakt. Het was, kort samengevat, een bestuurlijke actie die aan alle kanten rammelde.

Het tweede rapport, van de gemeentelijke ombudsman, was nog kritischer. Hij bekeek het gesnuffel van de onderwijswethouder in het privéleven van ouders die hebben gekozen voor thuisonderwijs. Het oordeel was snoeihard: de privacy van ouders én kinderen was geschonden.

De gemeenteraad vond in beide gevallen een royaal excuus op zijn plaats. Maar noch de burgemeester noch de wethouder had daar trek in. De raad, onder aanvoering van collegepartij D66, mopperde nog wat. Maar beide heren kwamen er uiteindelijk vrolijk mee weg.

Wie op zoek gaat naar excuses in de Rotterdamse politiek moet diep graven. In maart 2006 was het raak. Leefbaar Rotterdam-lijsttrekker Marco Pastors zei sorry tegen groepen die zich door zijn uitspraken beledigd voelden. En anders dan Donald Trump in 2016 was Pastors wél specifiek: hij had Marokkaanse Rotterdammers ten onrechte over een kam geschoren, biechtte hij vier dagen voor de gemeenteraadsverkiezingen op.

In februari 2013 ging Arno Bonte, fractievoorzitter van GroenLinks, diep, zeer diep door het stof. Hij had de meerderheid van de gemeenteraad verweten medeplichtig te zijn aan de dodelijke gevolgen die luchtverontreiniging kon hebben. Zelfs zijn eigen fractie vond dat te gortig. Hij nam zijn woorden terug en bood royaal excuses aan. Het was een spaarzaam moment van Rotterdamse politieke deemoed.

Sorry zeggen. Het past niet goed bij de machocultuur die in de lokale politiek heerst. Maar dat rauwe Rotterdamse heeft ook weer zijn charmes vergeleken bij de snelle Haagse handigheidjes.

Peter van Heemst was Staten-, Tweede Kamer-, gemeenteraadslid en in 2006 lijsttrekker van de PvdA in Rotterdam. Tegenwoordig is hij onder meer politiek analist van opiniewebsite Vers Beton.