‘Pax Hollandica’ in Uruzgan nu echt over

Afghanistan

Tarin Kowt, de hoofdstad van de Afghaanse provincie waar Nederlandse militairen vier jaar lang een wederopbouwmissie leidden, is terug bij af. Zes jaar na het vertrek van de Nederlanders dreigen Talibaan-strijders de stad in handen te krijgen.

Een Afghaanse politieagent donderdag in Tarin Kowt. Ternauwernood kon worden voorkomen dat de Talibaan donderdag bij hun aanval ook de regeringsgebouwen in de provinciehoofdstad innamen. Foto AP

Tarin Kowt, de hoofdstad van de provincie Uruzgan, waar Nederland tussen 2006 en 2010 een provinciaal reconstructieteam leidde, is donderdag op een haar na in handen gevallen van de Talibaan. Volgens een woordvoerder van het Afghaanse ministerie van Defensie in Kabul zouden de Talibaan in de loop van de middag zijn teruggedrongen. Inwoners van Tarin Kowt, een stad van circa 70.000 mensen, vreesden dat het geweld elk moment weer kon oplaaien.

Afghaanse speciale eenheden en politieversterkingen uit Kandahar, onder leiding van de beruchte politiecommandant generaal Abdul Raziq, wisten ternauwernood te voorkomen dat de Talibaan ook de regeringsgebouwen onder controle kregen. Daarbij kregen zij steun van de Afghaanse luchtmacht. De defensiewoordvoerder in Kabul sprak berichten tegen dat de gevangenis van Tarin Kowt in handen zou zijn gevallen van de Talibaan.

’s Ochtends wisten Talibaan-strijders diep door te dringen in de provinciehoofdstad. Het politiehoofdkwartier en het omheinde gouverneursterrein kwamen onder vuur. Volgens inwoners vluchtten functionarissen in overheidsdienst naar het vliegveld, dat grenst aan het voormalige Kamp Holland, dat tegenwoordig onderkomen biedt aan het Afghaanse leger. Ze zochten hun toevlucht tot de terminal die door de Nederlanders werd gebouwd om lijnvluchten naar de provincie mogelijk te maken. Wegens de zware gevechten kon er echter niet gevlogen worden.

Talibaanbolwerk

De aanval op het regeringscentrum van Uruzgan was goed voorbereid. Al vorig jaar mei heroverden Talibaan-strijdgroepen het district Shahidi Hassas (ook bekend als Char Chino), in het noordwesten van Uruzgan. Dat verschafte hun een basis voor de huidige operatie. Aan Talibaan-website The Voice of Jihad vertelde de Talibaan-schaduwgouverneur van Uruzgan, mullah Aminullah Yousuf, in april dat inmiddels „met uitzondering van de districtscentra, alle dorpen, voorsteden en valleien zijn weggeglipt uit handen van de vijand”.

Enkele jaren eerder was de bevolking van Shahidi Hassas in opstand gekomen tegen de Talibaan-commandanten in hun district, die zich in hun ogen crimineel gedroegen. Lokale milities wisten toen de Talibaan-strijders te verdrijven.

Dat verzet tekent de houding van een groot deel van de bevolking van Uruzgan. Hoewel de provincie in Kabul wordt gezien als een achterlijk, onontwikkeld gebied en daarom een „bolwerk van de Talibaan” heet, zijn veel inwoners niet op hun hand, noch op de hand van de overheid. „Wij burgers hebben genoeg van de Talibaan en van de regering. Het kan ons niet schelen wie er komt en wie er gaat, we willen gewoon rust”, zei winkelier Sultan Muhammed over de telefoon tegen persbureau AP.

Het is volgens waarnemers goed mogelijk dat het huidige Talibaan-offensief niet wordt gevoerd door strijders van de harde kern, geleid vanuit Quetta, maar door lokale stammenmilities die op de hand zijn van de Talibaan. Juist om dit scenario te voorkomen stimuleerden de Nederlanders verzoening tussen de stammen.

Uruzgan wordt al generaties geteisterd door stammentwisten. Lange tijd waren het de Popolzai, waaruit ook voormalig president Hamid Karzai afkomstig is, die de regeringsposities en de opiumsmokkel in een deel van de provincie controleerden. Hoewel de Popolzai minder leden telt dan veel andere stammen in het gebied, wisten met name ex-gouverneur Jan Mohammed Khan en zijn neef Matiullah Khan door hard optreden met hun wrede strijdgroepen en een beleid van marteling en corruptie aan de macht te blijven.

Verscheidene onderdrukte stammen wendden zich tot de Talibaan in hun verzet tegen de Popolzai. Met het huidige offensief zouden zij nu proberen de bakens te verzetten. Daaraan vooraf ging het uit de weg ruimen van de leiders van de Popolzai. In 2011 werd Jan Mohammed Khan in Kabul vermoord. Vorig jaar onderging zijn neef Matiullah Khan, die pas na het vertrek van de Nederlanders tot politiecommandant kon worden benoemd, hetzelfde lot. Beide aanslagen werden opgeëist door de Talibaan.

Pax Hollandica

Tijdens het laatste bezoek van NRC aan Uruzgan, in de zomer van 2014, vier jaar nadat de Nederlanders vertrokken, bleek al dat het met de relatieve rust tussen de stammen gedaan was. De Amerikanen die het stokje van de Nederlanders overnamen, schaarden zich achter Matiullah Khan. Werknemers van verscheidene Afghaanse en internationale ngo’s die naar Tarin Kowt waren gekomen tijdens de ‘Pax Hollandica’ waarschuwden dat de Talibaan daardoor meer speelruimte kregen. „Iedereen verwacht dat de Talibaan hier binnenkort terugkeren. Veel van mijn medewerkers en die van andere organisaties willen de provincie verlaten”, zei een Afghaanse arts van organisatie Healthnet TPO destijds al.

Het ziet er naar uit dat de enige echt blijvende verworvenheid die de Nederlanders brachten, zal bestaan uit de ervaring van veel Uruzgani dat het bijleggen van stammenconflicten leidt tot rust, ontwikkeling (het aantal jongens en vooral meisjes op scholen nam toe onder de Nederlanders) en een stijging van de welvaart. Maar of de Talibaan er nu wel of niet in zullen slagen de provinciehoofdstad in te nemen: aan dat inzicht hebben de inwoners op dit moment weinig.