Nieuwe roman Jonathan Safran Foer ‘topzwaar vehikel op wankele wielen’

De nieuwe, derde roman van Foer heeft sterke scènes, maar lijdt vooral aan het idee dat dit het tijdperk van te dikke boeken is.

‘Het jodendom heeft een bijzondere relatie met woorden,’ aldus de rabbijn die spreekt op de houtje-touwtje-bar mitswa van Sam Bloch, zoon uit het gezin dat centraal staat in Jonathan Safran Foers langverwachte nieuwe roman Hier ben ik. ‘Als je iets een woord geeft komt het tot leven. „Laat er licht zijn,” zei God, „en er was licht.” […] Hetzelfde geldt voor het huwelijk. Je geeft iemand het jawoord en dan wordt het woord vlees. Maar wat houdt het huwelijk nu precies in?’

Op dit punt voelt vader Jacob ‘zijn schedel branden’. Het is dan ook vooral Jacobs strijd met zijn conflicterende identiteiten die de motor is van dit lijvige boek. De tv-scenarist is getrouwd met architecte Julia, een keurig joods koppel in Washington DC, met drie vroegwijze zoons, Sam, Max en Benjy. Kan Jacob tegelijk een goede vader en een goede echtgenoot zijn? Hoe breng je je liberale ideeën in overeenstemming met je joodse achtergrond en de gedragingen van de staat Israël? Kun je een goede zoon zijn, als je eigen vader van het militante slag is? Foer ontleent niet voor niets zijn titel aan de uitspraak van Abraham. Wanneer God Abraham aanroept met het verzoek zijn zoon te offeren, zegt Abraham: ‘Hier ben ik.’ Zoals hij ook zijn angstige zoon zal antwoorden. Maar kun je er werkelijk voor beide zijn?

Foer Hier ben ik schets 3.indd

Dat vraagstuk – kort gezegd: hoe goed te leven? – staat centraal in Foers derde en veruit dikste roman. Hij debuteerde als 25-jarige met het briljante Alles is verlicht (2002), waarna relatief snel de bestseller Extreem luid en ongelooflijk dichtbij (2005) volgde. Hier ben ik nam elf jaar, naar Foers zeggen omdat hij druk was met huwelijk, ouderschap en scheiding. In veel opzichten is het boek vintage Foer: een melange van geestig en ernstig, van word play (dat zich niet altijd lekker laat vertalen) en filosofie, van het alledaagse en het alles overstijgende. In dit literaire universum bestaan joodse tradities, bijbelverhalen en verwijzingen naar de klassieken naast moderniteiten als OtherLife, een virtuele wereld waarin zoon Sam ‘leeft’. Bovendien zet, net als in eerder werk, een historisch drama de zaken op scherp.

Foer plaatst Jacob bij voortduring in situaties die de loyaliteit testen – of Jacob juist laten sudderen in zijn zwakte. Op Sams schoolbank wordt een briefje gevonden met racistische taal. Julia acht Sam schuldig, Sam ontkent. Jacob denkt dat Sam de waarheid spreekt, maar Julia eist dat ze één lijn trekken.

En ook wanneer een zware aardbeving in Israël de opmaat blijkt voor een oorlog die de joodse natie in haar voortbestaan bedreigt, moet Jacob positie kiezen. Het wankelst is zijn rol als echtgenoot – zeker wanneer Julia een geheime telefoon vindt waarmee Jacob seksuele berichtjes stuurt naar een collega.

Pijnlijkheid

Vooral de onttakeling van het huwelijk levert sterke scènes op. Heel mooi is bijvoorbeeld de niet-gevoerde dialoog die door Foer toch, in al zijn pijnlijkheid, wordt uitgeschreven. Alleen moet je – als een oude prospector – wel naar zulke scènes zoeken in de berg van het grote teveel. Want dat is het probleem van Hier ben ik. Overdaad. Schrijven is schrappen, of beter: kiezen. En zoals Jacob moeite heeft met levenskeuzes, wat het boek stroperig maakt, heeft Foer moeite met schrijfkeuzes.

Steeds voel je: dit is het verhaal van Jacobs dilemma’s. Waarom dan zoveel tijd en ruimte gespendeerd aan andere perspectieven? En wat te denken van de wijdlopigheid? Soms lijkt het wel of er voor Amerikaanse auteurs enkel nog toetsenborden zonder backspace op de markt worden gebracht. Hier ben ik had met strenge redactie gerust tweehonderd pagina’s compacter (en sterker) gekund. Dit ‘tijdperk der dikke boeken’ is vooral het tijdperk van té dikke boeken, waarin ik zo onderhand eerder commerciële dan artistieke keuzes begin te vermoeden. En te driftig googelen.

Foer plamuurt zijn pagina’s dicht met voorbeelden van de ritualisering van het huwelijk of Julia’s interieurvoorkeuren: deurknoppen, inbouwspotjes, metselwerk, houtsoorten, schakelaars, panelen. En hebben we werkelijk tweeëntwintig regels nodig met cosmetische producten, inclusief merknaam? Een enkele keer werkt zo’n opsomming – denk aan de hilarisch pijnlijke schets van Sams inventieve masturbatiegedrag – maar zeker zo vaak drijft de blik af naar het einde van de alinea. Foers detailwoede zou kunnen worden aangezien voor precisie, maar laat het omgekeerde van precisie zien. Waarom niet een of twee beelden kiezen die een hele wereld oproepen? Een zin als deze is bijvoorbeeld evocatief genoeg: ‘De goocheltruc waarmee Jacob Julia’s beha kon uittrekken maakte plaats voor de deprimerend indrukwekkende vaardigheid waarmee hij een kampeerbedje in elkaar kon zetten terwijl hij het naar boven droeg’. Als je zo’n zin omringt met tig vergelijkbare, verliest hij aan kracht.

Psychologie

Het probleem van kwantiteit is bovendien dat er zinnen door de mazen van het net glippen die over de rand van de kitsch kukelen (‘Julia bleef staan als een ijssculptuur van bevroren tranen’), of zinnen die zo warrig dan wel abstract zijn dat je je afvraagt: ja, maar wat stáát hier nu eigenlijk? (‘Jacob schreef over het ontdekken van zijn telefoon maanden voordat hij een tweede telefoon kocht – de psychologie was zo twee linkerhanden dat het zelfs geen zes dollar kostende minuut bij dokter Silvers waard was terwijl het daar tientallen uren over deed.’) Daarnaast vallen de uitgesponnen dialogen op, die allemaal in directe rede staan. Zo ondermijnt Foer de impact van zijn materiaal.

‘De Bijbel’, het zevende en voorlaatste deel – vernoemd naar Jacobs naslagwerk ten behoeve van een geplande tv-serie over zijn gezin – onderstreept dat. Dit deel staat in de eerste persoon, wat tot matigen dwingt, varieert (mondjesmaat) de directe en indirecte rede, en is niet wijdlopig maar priemend. Waardoor er een emotionele lading in het materiaal sluipt die elders is platgedrukt. Voor mij was dit het sterkste deel van de roman en een indicatie van wat het boek had kunnen zijn. Nu is Hier ben ik weliswaar een ambitieuze poging wezenlijke thema’s uit te diepen, maar tegelijk een topzwaar vehikel op wankele wielen. Zo wekt Foer de indruk van een boy wonder die met het verstrijken van de jaren beetje bij beetje zijn luister verliest.