Hulporganisaties Syrië zeggen samenwerking VN op

Het regime van Bashar al-Assad heeft volgens de NGO’S te veel invloed op de hulpoperaties.

Een truck van de hulporganisatie Syrisch-Arabische Rode Halvemaan. Foto Amer Almohibany / AFP

Meer dan zeventig hulporganisaties die in Syrië opereren hebben de samenwerking met de Verenigde Naties opgezegd. De NGO’s hebben hiertoe besloten, omdat het regime van Bashar al-Assad te veel invloed zou hebben op de hulpoperaties.

In een brief aan de Verenigde Naties, die in handen is van de Britse krant The Guardian, laten de 73 hulporganisaties weten dat ze de “manipulatie” van de humanitaire hulpverlening door “politieke belangen van de Syrische regering” niet langer kunnen tolereren. Uit onderzoek van The Guardian bleek al dat de VN honderden contracten hebben gesloten met de Syrische overheid sinds de oorlog in 2011 begon. Volgens de hulporganisaties kan dat niet langer meer zo doorgaan: “Op deze manier wordt hulp aan mensen in belegerde gebieden ontnomen.”

Ondertekenaars van de brief zijn ook de Syrian American Medical Society (Sams) en de Syrian Civil Defence, die meer dan zes miljoen Syriërs hulp bieden.

Een hoge prijs

Eind augustus onthulde de Britse krant dat de Verenigde Naties een hoge prijs betalen om te kunnen werken in Syrië. De VN hebben de afgelopen jaren tientallen miljoenen dollars betaald om de omvangrijke hulpoperaties mogelijk te maken. Het geld is betaald aan organisaties die nauw verbonden zijn aan het regime van president Bashar al-Assad. Vele daarvan staan op de sanctielijst van de Verenigde Staten en de Europese Unie.

Eerder schreef NRC-redacteur Toon Beemsterboer dat hulporganisaties in conflictgebieden regelmatig concessies moeten doen aan strijdende partijen:

“Ze verzwijgen misstanden of laten zich vertellen waar ze mogen werken. Anders blijven kwetsbare mensen verstoken van hulp. Het is een voortdurende afweging of het redden van levens op korte termijn opweegt tegen de negatieve gevolgen op de lange termijn. Dit is ook in Syrië het geval.”