Een lamme Barry Hay hoort erbij

Boekrecensie

Tijdens zijn gesprekken met Sander Donkers is rockster Barry Hay open over vrouwen, drank en coke. Het resultaat is hilarisch.

Barry en Sandra Hay trouwden in 1992 in Las Vegas. Foto uit besproken boek

Barry Hay, zanger van rockband Golden Earring, staat op het antwoordapparaat van zijn biograaf Sander Donkers: „We zijn er weer en ik ben nog niet dood. En dat is mooi kut voor jou, anders zou je veel boekies verkopen, maar fijn voor mij want ik heb het zo enorm naar mijn zin.”

Dood of levend, Donkers en Hay gaan ongetwijfeld een heleboel exemplaren van hun boek HAY wegzetten. En terecht, want het is een hilarisch, meeslepend boek over het leven van een merkwaardige Nederlandse rockster. Een bijzonder verhaal, alleen al omdat zijn band maar liefs 55 jaar bestaat, en daarmee tot de oudste popgroepen ter wereld behoort.

Als je aan het boek begint, denk je eerst aan de boekenreeks van Bart Chabot over Herman Brood – die andere Nederlandse rock ’n’ roll-held. Maar eigenlijk lijkt HAY meer op de succesrijke voetbalboeken als Geen genade en Kieft, waarin voetbalhelden het er goed van nemen. Ook hier verhalen over feesten, flirten met de zelfkant, vallen en weer opstaan. HAY stelt al die boeken echter in de schaduw. Om twee redenen: Barry Hay is een ongeëvenaarde verteller, en Sander Donkers is de ideale luisteraar.

Dit is geen biografie, zoals de kaft vermeldt, dit zijn ‘Gesprekken met de Maestro’, opgetekend door Hays eigen Eckermann. Die verhalen zijn op zich al fantastisch, maar wat het afmaakt, zijn de terzijdes van Donkers, als hij Hay even onderbreekt om een korte beschrijving te geven van waar de gastheer hem naartoe voert op Curaçao: in een hotel, op het strand, bij een haringkar. Donkers is de bescheiden, bleue fan die wordt overrompeld door de larger than life rockheld, maar je hoort hem ook zachtjes doch liefdevol lachen om die wat kinderlijke man met zijn eigenaardigheden.

Zo is het boek een mooi mengsel van interview en reportage, en van twee vormen van humor: de robuuste grappen van Hay en de subtiele ironie van Donkers. Die een-tweetjes tussen Donkers en Hay zijn zo sterk, dat het gewoon jammer als Donkers soms iemand anders spreekt. Al snel verlang je dan weer terug naar de hoofdpersoon. Laat die relativerende vrienden en collega’s maar zitten, laat Hay maar lekker opscheppen.

Lees ook het interview dat Jan Vollaard in mei 2016 met Barry Hay had: ‘Hoezo, generatiekloof?’

Een hedonistische pietje precies

Onder de vele beroemdheden die Hay op zijn tochten ontmoet, zit ook koning Willem-Alexander. Hij figureert in HAY als de nog de feestende ‘Prins Pils’, ergens in de jaren negentig. Hay beschrijft hem weinig flatteus als een dronken student die om zijn benen hangt tijdens een concert en ook nog Hays vrouw Sandra bij de borsten grijpt. (Vergoelijkend zegt Hay nu: ‘Maar je had toen ook wel hele mooie tieten, hè San.’). Hay kapittelt de toekomstige koning omdat die zijn badkamer wil inrichten met Villeroy & Boch. ‘Ordinair spul’ vindt Hay. De kroonprins verklaart dat hij fan is van de Earring, vooral van de cd ‘The Naked Truth’. Welke nummers vindt hij het beste, vraagt Hay. De kroonprins antwoordt: ‘Nummer drie, nummer zeven en nummer twaalf’.

Hays levensverhaal is vooral dat van een hedonist die de ‘wijven’, de drank en de cocaïne in indrukwekkende hoeveelheden tot zich heeft genomen. De verrassing van het boek is vooral dat Hay ook een andere kant heeft: hij is een pietje precies. Hij leeft volgens een strakke dagplanning, eist dat het gebruik van de magnetron en de voeding van zijn chihuahua’s volgens strikte regels verloopt, hij eet gezond en doet veel aan sport.

Die punctuele kant is volgens het boek terug te brengen op zijn militaire vader, Schotse officier in India, en op zijn kostschooljeugd. Zijn moeder was een Joods-Nederlandse vrouw die de oorlog in kamp Westerbork doorbracht. Hay bracht zijn jeugd door in koloniaal India, een paradijs voor de jongen. Uit dit paradijs werd hij plots verdreven, toen hij op zijn zevende met zijn moeder naar Nederland ging. Op vakantie, zo werd hem verteld, maar ze bleven voorgoed. Hay bracht de rest van zijn jeugd door op kostscholen, wat de relatie met zijn moeder ernstig verstoorde. Hij zou zijn vader nooit meer zien.

De sterkste verhalen in het boek zijn die over de Amerikaanse tournees. Hay noemt dit ‘de losbollige tijd’. Dankzij de hits ‘Radar Love’ (1973), ‘Twilight Zone’ (1982) en ‘When the Lady Smiles’ (1984) is Golden Earring de enige Nederlandse rockband die langere tijd succes had in de Verenigde Staten. ‘Radar Love’ is daar nog steeds een radioklassieker.

Ze kunnen alleen niet met geld omgaan, waardoor de Amerikaanse tournees hen steevast in de geldproblemen brengen. Ze beseffen niet dat ze alle dure hotels, feesten en geschonken gouden oorbellen voor hun vrouwen zelf moeten betalen.

Een mooi moment van inzicht krijgen ze in Miami, als hun limousine met chauffeur voor het stoplicht staat en naast hen een ‘doodgewone stationwagen’ staat met stergitarist Carlos Santana achter het stuur en diens bandleden met instrumenten achterin gepropt. Die avond zou The Golden Earring in het voorprogramma van Santana spelen. ‘Dan klopt er iets niet’, stelt de zuinige bassist Rinus Gerritsen vast. In latere tournees doet Gerritsen zelf de boekhouding op zijn hotelkamer. De andere bandleden moeten hun bonnetjes bij hem inleveren.

Hay vertelt dat hij in die dagen toch wel behoorlijk onuitstaanbaar was geworden, onder invloed van roem, weelde en coke. Maar ja, relativeert hij: „Hitler vond waarschijnlijk ook van zichzelf dat hij heel goed bezig was.”

Als Hay dit zegt, grijpt zijn vrouw Sandra in: „Jeez, Bèr! Wat is dat voor een kutvergelijking?”

Sandra is de derde hoofdpersoon van HAY, die het intense genoegen dat dit boek biedt, compleet maakt. Zij is de sterke, stabiele vrouw die Hay op de grond houdt, terwijl ze zelf ook een karakter van formaat blijft. Ze lijken op elkaar (ze zijn allebei door een zware jeugd gevormde levensgenieters) en daar waar ze verschillen (Sandra kan bijvoorbeeld goed met geld omgaan) vullen ze elkaar perfect aan.

Sandra zegt: „Ik heb Barry nou een paar keer horen zeggen dat ik paaldanseres was toen ik hem ontmoette. Maar dat soort gelul moet ik dus echt niet hebben. Want ik zat dus gewoon in de prostitutie, hè.” Barry Hays jeugdtrauma’s verbleken bij die van Sandra: kindermisbruik, mishandeling, verwaarlozing. Tot ze Barry Hay ontmoet en haar leven ten goede keert. Het is duidelijk: ‘Bèr’ heeft ‘San’ gered. En dat geldt nu andersom.

Van de cocaïne afhouden

„En wat zou je zeggen als ik daarbij voorzichtig begon te denken aan een eerste glaasje wijn,” zegt Hay tegen Donkers, als die hem laat in de ochtend spreekt bij het zwembad. Uit de omfloerste, liefdevolle formulering spreekt de ware drankzuchtige. Barry en Sandra komen er rond voor uit dat ze alcoholisten zijn – zoals ze over alles nuchter en open vertellen. En voor een snuif op zijn tijd, halen ze ook hun neus niet op.

Toch probeert Sandra haar man van de cocaïne af te houden. Die dubbelhartige houding leidt tot het geestige hoofdstuk ‘Coke (en kibbeling)’ waarin Hay drugs en kibbeling gaat kopen en dat het huis in probeert te smokkelen (het poeder, niet de vis) want dat mag niet van Sandra. Donkers schrijft dan: ‘De redenen om Sandra in het ongewisse te laten, zijn tweeledig, aldus Barry. A: ze spoelt alles door de wc. B: ze snuift alles op.’

Uiteraard ontdekt Sandra de drugs meteen, waarna ze een mooie combinatie maakt: twee zakjes spoelt ze door de wc en het derde snuift ze zelf op. Hierna volgt een lange nacht rond twee dozen met oude foto’s. ‘Al vrij snel hebben Barry’s antwoorden niet zoveel meer met de vraag te maken.’ „Ja”, zegt Sandra, „Nou heb je de écht lamme Barry. Hoort ook bij je studiereis.”