Een koor van zestig krekels

‘Wat doen krekels eigenlijk, hoe heet dat geluid dat ze maken?’ vraagt Esdra, de baas van de dierenwinkel. Niemand van de klanten in de Rimboe weet het. Hij zoekt het op zijn mobieltje op en leest voor: „Krekels maken geluid door de vleugels snel over elkaar te wrijven. Ze gebruiken de geluiden om andere krekels te vertellen wie ze zijn en wat ze willen. Dat wordt ‘tjirpen’ genoemd. Krekels tjirpen dus.”

Op de toonbank staan de krekels tussen de hondenbonbons en kattenkluifjes uitgestald, in torentjes van plastic bakjes.

In de Rimboe is de zomer nu echt voorbij. Je merkt het aan alles. De Marokkaanse hulpjes Nasr en Wail die na terugkomst van familiebezoek aan Tanger en Fez nog dagenlang in de winkel rondhingen om kleine klusjes te doen, komen nu pas na vieren binnenvallen. De stoelen die de hele vakantie zo uitnodigend voor de deur stonden voor de flanerende buurtbewoners die verlegen zitten om een praatje of een flirt, staan alweer binnen.

De grootste vlooienplaag lijkt ook voorbij; de vraag naar spuitbussen met antivlooiengif is tanende. Esdra kon het de afgelopen zomer niet vaak genoeg herhalen: „Alléén de plinten en de hoeken van je kamer spuiten, want daar leggen de vlooien hun eitjes. En de stofzuigerzak niet vergeten, anders kruipen ze zo weer naar buiten!”

Momenteel zijn de krekels het unique selling point van de Rimboe. Twintig stuks voor 2,50 euro. Een paar jaar geleden werden ze nog vooral als reptielenvoer en ook wel als speeltje voor de kat verkocht. Een doosje losgelaten krekels in de woonkamer kan een poes uren zoet houden.

Maar Esdra, inventieve ondernemer als hij is, heeft weer iets nieuws bedacht. „Ze zijn hot hoor. Je zet ze uit in je tuin of op het balkon. En dan beginnen ze onmiddellijk met tjirpen.”

Deze partij is bestemd voor een nieuwe doelgroep. „Al die lui die wekenlang in Frankrijk en Italië zaten en het vakantiegevoel nog effe willen vasthouden met een prachtig krekelconcert.”

Maar sommigen hebben hele andere plannen, zoals die klant die zijn buren dwars wilde zitten. Had hij ’s nachts een paar doosjes in hun tuin losgelaten. Maar krekels houden zich niet aan grenzen. „Kreeg ’ie een koor van zestig tjirpers, de hele nacht door!”

Mieke van der Linden