Dijsselbloem: beloningen in bedrijfsleven ‘onverantwoord’

Minister noemt “flinke stijging” van topbeloningen bij het bedrijfsleven “niet te verantwoorden”.

Minister Dijsselbloem vrijdag voor aanvang van de ministerraad. Foto ANP / Jerry Lampen

Na de wettelijke beperkingen van topbeloningen in de semi-publieke, de financiële sector en bij staatsbedrijven zou ook het gewone bedrijfsleven de beloningen voor het topmanagement moeten matigen. Daarvoor pleit minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) in een opiniestuk in de Volkskrant.

De minister noemt de “flinke stijging” van topbeloningen bij het bedrijfsleven “niet te verantwoorden”. De lonen van gewone werknemers hebben in die jaren immers onder druk gestaan. Zo zou de top van bedrijven als Heineken, Ahold en Unilever inmiddels “honderd keer zoveel” verdienen als de gemiddelde werknemer bij die bedrijven. En is volgens Dijsselbloem de gemiddelde topbeloning sinds de jaren negentig ten opzichte van het minimumloon meer dan verdubbeld:

“De verhoudingen binnen bedrijven zijn door deze ontwikkelingen uit het lood geslagen”

In de afgelopen jaren is de (variabele) beloning in de sectoren waar de overheid rechtstreeks invloed op heeft sterk aan banden gelegd. Voor de (semi-)publieke sector geldt de zogeheten balkenendenorm, waardoor een bestuurder niet meer mag verdienen dan de minister-president (179.000 euro). Sinds 2008 zijn de beloningen voor het topmanagement bij staatsdeelnemingen volgens Dijsselbloem gemiddeld met 28 procent “versoberd”. En sinds begin vorig jaar geldt voor de financiële sector - zij het met de nodige uitzonderingen - een bonusplafond van 20 procent van het vaste salaris.

‘Eerste tekenen’ beperking bonussen positief

Eerder deze week schreef Dijsselbloem in een brief aan de Tweede Kamer dat deze beperking van bonussen in de financiële sector effectief is. De perverse prikkels die ooit van variabele beloningen uitgingen - en volgens velen een van de oorzaken van de kredietcrisis is geweest - zijn nu “sterk beperkt”. “De eerste tekenen zijn positief”, schreef de minister.

De loonmatiging in de top van het (beursgenoteerde) bedrijfsleven zou via zelfregulering tot stand moeten komen. Op dit moment werkt de commissie-Van Manen aan een herziening van de zogeheten corporate governance code, een richtlijn voor goed ondernemingsbestuur. Daarin zou volgens Dijsselbloem een aantal maatregelen moeten kunnen komen die de topbeloningen kunnen matige en “meer in verhouding brengen met die van de werknemers”. Zo zou de stijging van beloning van de top in lijn moeten worden gebracht met de stijging van de lonen in de cao’s. In navolging van de financiële secor zouden beursgenoteerde bedrijven ook maximaal 20 procent bonus moeten gaan uitkeren. Ook zouden bedrijven in hun jaarverslag de verhouding tussen de beloningen in de top en die van de werkvloer moeten publiceren.