Debat over Van Reys ‘hachje’

De zeven coalitiepartijen in Roermond willen dat de veroordeelde Jos van Rey zijn raadszetel opgeeft. Ook elders in de provincie Limburg is de nasleep van die veroordeling een politieke kwestie.

Foto ANP / Marcel van Hoorn

„De stad Roermond wordt sinds 2012 gegijzeld door deze zaak. Het wordt tijd die impasse te doorbreken.” Fractievoorzitter Marc Breugelmans (CDA) vraagt deze donderdagavond namens zeven coalitiepartijen (VVD, CDA, PvdA, D66, GroenLinks en twee lokale fracties) raadslid Jos van Rey „om de eer aan zichzelf te houden”.

Het debat vindt plaats naar aanleiding van de veroordeling van de oud-wethouder door de rechtbank in Rotterdam op 12 juli. Volgens Breugelmans is daarmee aangetoond dat Van Rey zich niet heeft gehouden aan de eerder door hem afgelegde eed en de gedragscode voor Roermondse bestuursleden.

Van Reys partij, de Liberale Volkspartij Roermond (LVR), wilde eigenlijk geen debat. De gerechtelijke uitspraak is niet onherroepelijk. Er komt een hoger beroep aan. Als het debat op een tribunaal uitloopt, zal de LVR voortijdig de zaal verlaten, heeft de partij vooraf aangekondigd.

‘Kijk in de spiegel’

Dat gebeurt niet. In plaats daarvan zet LVR-fractievoorzitter Dre Peters vraagtekens bij de Breugelmans’ integriteit, twee wethouders die ook al met Van Rey in het college zaten, een oud-wethouder die nu raadslid is en de burgemeester. „Kijk in de spiegel. U probeert uw eigen falen te verdoezelen.” Peters benadrukt bovendien dat geen rechtbank of raad over het aanblijven van Van Rey wat te zeggen heeft. „Dat bepalen de kiezers.” Van Rey zelf reageert emotioneel: „U bent uit op mijn hachje. Mijn hachje is al verloren. Mijn leven is geruïneerd.”

De partijen komen niet tot elkaar. Een motie van afkeuring, die even boven de markt hangt, wordt niet ingediend.

Ook elders in de regio worstelt de lokale politiek met de nasleep van Van Reys veroordeling. De met hem veroordeelde wethouder Tilman Schreurs mag inmiddels voorlopig aanblijven als directeur van de Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg. Op 20 juli stemden drie van de vijf aandeelhoudende gemeenten voor. De gemeente Roerdalen was tegen. Volgens burgemeester Monique de Boer-Beerta (VVD) vergeleek het college Schreurs’ positie met die van een eigen ambtenaar in een denkbeeldig soortgelijk geval. Roermond vindt, na eerst de kosten van een ontslag te hebben bekeken, inmiddels ook dat Schreurs weg moet.

De houding van Roerdalen viel fout bij de gemeente Echt-Susteren, een van de aandeelhouders die stemden voor aanblijven van Schreurs. Burgemeester Jos Hessels (CDA) sprak van „misplaatste flinkheid”. De Boer-Beerta: „Iedereen heeft recht op zijn eigen mening.”

De provincie Limburg benoemde in juli vier ervaren bestuurders als voorzitters van Nationale Parken. Aan drie van hen kleefde een integriteit-smet. „Aangeschoten wild voorzitter van natuurparken”, kopte De Limburger. Herman Vrehen (CDA) bijvoorbeeld trad in 2009 af als gedeputeerde vanwege een te nauwe relatie met een zakenrelatie van de provincie. En Ricardo Offermanns (VVD), die geen burgemeester van Roermond werd nadat was uitgekomen dat Van Rey hem de vragen en wenselijke antwoorden voor het selectiegesprek had doorgegeven. Zijn straf werd twee weken voor de benoeming definitief.

SP’er Peter Visser, lid van Provinciale Staten, dacht aanvankelijk dat het om een grap ging, toen een bekende hem vertelde over de benoemingen. „Waarom drie mensen met een vlekje? Iedereen verdient een tweede kans. Maar als je er drie tegelijk benoemt, is dat een verkeerd signaal.”

Visser stelde vragen over de benoeming aan Gedeputeerde Staten, waarvan overigens ook twee SP’ers deel uitmaken. In het vorige week verstuurde antwoord zegt het college dat er geen enkele belemmering bestond voor het benoemen van de betreffende personen. Ze werden gekozen op basis van hun kwaliteiten, maar in de totale afweging „kunnen ook elementen als kosten en een vermindering van wachtgeldverplichtingen een rol spelen”. Visser is niet tevreden met het antwoord en wil de benoemingen en eventuele aanscherping van de regels aan de orde stellen in de commissie integriteit van de provincie.

De Boer-Beerta zegt dat discussies over integriteit altijd lastig zijn, omdat er weinig regels vastliggen en elk geval anders is. „Hoe lang na een fout blijft iemand onbenoembaar? En ben je in dat geval niet sancties aan te stapelen boven op al opgelegde straffen? En in het geval van de zaak-Van Rey zou je kunnen aanvoeren, dat iemand pas definitief is veroordeeld als uitspraken onherroepelijk zijn. Maar je kunt evengoed het tegendeel beweren: als mensen zich niet neerleggen bij hun straf, is er ook nog geen mea culpa of boetedoening.”