De jeugdpsychiater sterft in de regels

Een meisje van twaalf uit Utrecht zocht hulp bij jeugdpsychiater René Zijlstra. Ze had ernstige concentratiestoornissen, ze werd buitengesloten in de klas en wilde niet meer naar school. Zijlstra, die een vrijgevestigde praktijk houdt in de wijk Hoograven, wilde die hulp wel geven, maar het meisje moest eerst een doorverwijzing halen. Dat begon bij het gemeentehuis in haar woonplaats. Vandaar naar de huisarts en van de huisarts weer naar het gemeentehuis. Van daaruit ging ze naar het buurtteam van de ggz, dat het eerste oordeel velde.

Drie maanden kostte het haar om in de spreekkamer van de psychiater te komen. En zo gaat het tegenwoordig vaker, ondervindt Zijlstra, die zo’n tachtig jonge patiënten heeft. Kinderen worden vermalen tussen de raderen van de gemeentelijke diensten sinds de jeugdzorg begin vorig jaar gedecentraliseerd is.

Gemeenten bemoeien zich met de behandeling door limieten te stellen aan de diagnose en de duur van een therapie. Elke gemeente heeft zijn eigen regels voor het minutieus invullen van een digitale boekhouding en zijn eigen budget. Zo vergoedt Utrecht 20 procent meer van een jeugdtherapie dan Maarssen. Andere gemeenten in zijn regio verlagen zonder opgaaf van reden de vergoeding. De jeugdpsychiater die vastloopt in het systeem of die per ongeluk op een vraag ‘nee’ antwoordt waar dat ‘ja’ had moeten zijn, loopt de kans geen contract te krijgen.

Zijlstra laat een bord zien met de Utrechtse gemeenten waarmee hij contracten af moet sluiten. Hij toont op zijn laptop het beveiligde systeem, waarmee sommige gemeenten hem patiënten toewijzen. Zijn populatie bestrijkt alle lagen van de bevolking, zelfbetalers accepteert hij niet, omdat hij geen elitaire praktijk wil. „Soms komt er een ouder langs: ‘Als ik het zelf betaal, kan hij dan wel volgende week komen?’.”

img_5247

Sinds de decentralisatie heeft hij de maatschappelijk werkster in zijn praktijk ook belast met de administratie. Driekwart van haar werkweek is zij daaraan kwijt. „Maar wij zijn geen professioneel boekhoudkantoor”, zegt zij wanhopig. Zelf besteedt hij een kwart van zijn tijd aan de caseload, zijn vrouw verstuurt in de avonduren facturen. „Ik heb een patiëntenstop ingevoerd om aan de verplichtingen te kunnen voldoen.”

In zijn omgeving sluiten collega’s hun praktijk omdat zij hun beroep niet meer kunnen uitoefenen. Hoe kan de decentralisatie van de jeugdzorg tot zo’n kaalslag leiden? „Alles moet goedkoper”, zegt Zijlstra. „En van een jeugdpsychiater denkt men al gauw dat hij vanuit zijn ivoren toren dure recepten rondstrooit.”

En dus is de cultuur bij gemeentelijke afdelingen jeugdzorg vaak gebaseerd op wantrouwen. „Zo ontstaat er een rare rolverwisseling”, zegt Zijlstra. „Zij nemen plaats op mijn stoel en ik verdwaal in een woud van wetten en regels.”

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl; Twitter: @JuttaChorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.