‘Erdogan heeft de massa, Gülen mikt op de elite’

Erdogan versus Gülen

In Turkije woedt het grootste gevecht ooit tussen islamitische groepen, zegt de Zweedse expert Svante Cornell. „Turkije is een toenemend instabiel land dat op zichzelf een probleem vormt.”

Foto AP

‘Je zult het met mij moeten doen”, zegt Svante Cornell aan het begin van het gesprek. De Turkse collega waarmee hij samen onderzoek doet, houdt zich even stil. De hoge ambtenaar heeft na de couppoging van 15 juli een overbodige functie gekregen. Hij is nu wat ze in Turkije een ‘bediende van een pinautomaat’ noemen. Het enige wat hij hoeft te doen is zijn salaris te pinnen.

„Hoewel hij absoluut geen gülenaanhanger is.”

Cornell is onderzoeksdirecteur van het Silk Road Studies Program. Hij werkt zelf vanuit Amerika. Onderzoek doen in Turkije is lastiger geworden, merkt hij. Turken durven al jaren niet meer via de telefoon over belangrijke onderwerpen te praten. Nu weigeren ze ook vaak ontmoetingen.

Cornell heeft onder meer de politieke islam in Turkije bestudeerd en de grote invloed van religieuze orden en broederschappen op het beleid, vooral sinds de partij van Erdogan in 2002 aan de macht kwam. De AK-partij van Erdogan komt ideologisch voort uit de Naqshbandi orde. De gülenbeweging stamt van een grote aftakking daarvan, de Nurcu.

De meeste wetenschappers vinden die mystieke wereld zo’n ver-van-hun-bedshow dat ze hem negeren. Cornell begrijpt dat wel. „Het is duister”. Maar kennis ervan is plotseling essentieel voor wie Turken wil begrijpen, in het land zelf en daarbuiten. Cornell spreekt van „het grootste gevecht ooit tussen islamitische groepen in Turkije”.

„Islamisten (aanhangers politieke islam, red) in Turkije hadden eerder nooit onderlinge strijd. Dat komt doordat ze nooit macht hadden. Het falen van twee groepen om de macht te verdelen begon onmiddellijk nadat ze in 2010 na een referendum de oude gevestigde orde uit alle invloedrijke posten hadden verwijderd. Het is een klassiek voorbeeld van waarom secularisme een goed idee is.”

Het zijn beide soennietische groepen. Wat is het verschil?

„In de kern zijn er twee verschillen. De Naqshbandi die de kern van de AKP vormen besloten eind jaren zestig via verkiezingen naar macht te streven. De gülenbeweging heeft dat nooit gedaan. Die kozen ervoor de overheid in te gaan.

De Naqshbandi zijn een reactionaire beweging. Dat gaat terug tot de negentiende eeuw, toen ze zich verzetten tegen westerse hervormingen in het Ottomaanse rijk. Ze verzetten zich tegen het Westen, tegen moderniteit, tegen de republiek van Atatürk.

De Nurcu, waar de gülenbeweging een tak van is, zijn juist heel erg een product van de Turkse ervaring met moderniteit. Ze hebben geprobeerd wetenschap en islam te verenigen en de Turkse republiek en seculier onderwijs geaccepteerd. Dat heeft mogelijk gemaakt dat Gülen zo’n grote invloed heeft op het onderwijs.”

Is de gülenbeweging uit op macht?

De ‘waaromvraag’ blijft bij de gülenbeweging steeds onbeantwoord. Het is altijd duister. En er is een verschil tussen wat ze zeggen en wat ze doen. Je hebt nooit de kogelhulzen, maar sinds de Ergenekonprocessen in Turkije (vanaf 2007 tegen de legertop) wel altijd rook.”

Het is dus moeilijk daar conclusies aan te verbinden?

„Je kunt wel conclusies trekken, alleen niet het soort dat overeind blijft in een westerse rechtbank. Dat is inherent aan dit soort bewegingen. Het indirecte bewijs is dusdanig dat wij wel vinden dat we er uitspraken over kunnen doen. Het is helder dat ze hebben geprobeerd de leiding over bepaalde instituties te krijgen. De vraag is: waarom wil je die invloed, waarom wil je die macht als je slechts een sociale beweging bent?

Het probleem van de gülenbeweging is dat mensen gewoon niet begrijpen wie ze zijn. Veel Turken zeggen daarom: Erdogan is dan beter, want wat je ziet is wat je krijgt. Met de gülenisten krijg je die duistere, sekteachtige clan. Ik begrijp dat dat die mensen meer beangstigt dan Erdogan. Want het is tamelijk duidelijk wat Erdogan wil. Maar het is niet duidelijk wat de gülenisten willen.”

Dat is het verschil tussen democratisch en ondemocratisch, zegt de Turkse regering.

„Er is niets democratisch aan de methoden van de regering en aan de ongrondwettelijke manier waarop Erdogan macht uitoefent. Mensen mogen stemmen, maar dat doen ze in een omgeving die democratisch gezien totaal verstoord is. Dan doel ik onder meer op de manier waarop media worden aangestuurd en op de financiën van de regering. Het gaat eerder tussen open en gesloten.”

Hoe groot is de gülenbeweging?

„Het is een hele elitaire beweging. Ze dachten dat hun aanhang in Turkije veel groter was dan die is gebleken. Ik zou zeggen hooguit één tot twee miljoen mensen. En dan heb je natuurlijk nog de internationale organisatie. Het is een aanzienlijke beweging. De omzet loopt in de miljarden dollars.

Maar Erdogan kan massa’s mobiliseren. Dat is de gülenbeweging nooit gelukt. Dat is de paradox. Erdogan heeft de massa, maar geen hoogopgeleide mensen die hij kan gebruiken om Turkije mee te besturen. Dat dwingt hem op anderen te leunen.

Hij nam aan dat een andere soennietische moslimbeweging beheersbaar en loyaal was. Daarom heeft hij ze de overheid totaal over laten nemen. Te laat besefte hij dat ze niet loyaal aan hem waren. Vanaf 2014 is hij een alliantie met de legerleiding aangegaan. En nu probeert hij nationalisten en zelfs secularisten binnen de overheid het hof te maken.”

Is er verschil tussen de gülenbeweging in Turkije en bijvoorbeeld de Gülenscholen in Nederland?

„De beweging past zich aan de verschillende omstandigheden aan. Er is een groot verschil tussen de lichte en de duistere kant van de beweging. De mensen in het onderwijs en bij media zijn de lichte kant. Veel van hen geloven denk ik oprecht dat ze iets goeds doen voor de mensheid.

Inmiddels is duidelijk geworden dat zij die actief zijn binnen de politie, het openbaar ministerie, justitie en het leger een veel donkerder kant zijn. Die jongens zijn meedogenloos. Naar hoe het onderling contact binnen de beweging is, kunnen we alleen raden.”

U bent er dus van overtuigd dat de Gülenbeweging achter de couppoging van 15 juli zit?

„Ik denk dat zij de drijvende kracht waren. Niet de enige kracht, maar wel de drijvende.”

Waar baseert u dat op?

Foto AFP

Foto AFP

„Het is allemaal indirect bewijs. Wie had een motief? Het leger niet. Erdogan was een alliantie met het leger aangegaan en stond hen toe het buitenlandbeleid te dicteren. De gülenisten in het leger stonden op het punt ontslagen of opgepakt te worden.

We hebben nog steeds geen leider van de coup. Die modus operandi is precies zoals de gülenbeweging in het verleden ook te werk ging. Met gezichtsloze aanklagers en politieofficieren. Als je dieper graaft zie je dat er veel bewijs is dat in de nacht van de coup officieren bevelen opvolgden van ondergeschikten. Dat suggereert dat er een parallelle structuur is, de term die Erdogan ook gebruikt.

Waarschijnlijk waren het niet alleen gülenisten, maar dat is gissen. Binnen het leger heerste verdeeldheid over de vraag wie ze het meeste haatten. Wie de grootste hekel had aan Erdogan koos de kant van de gülenbeweging. En wie de grootste hekel had aan de gülenbeweging koos de kant van Erdogan.”

Er zijn veel spanningen in de Turkse gemeenschap in Nederland. Honderden ouders hebben hun kind van school gehaald, omdat die gelieerd is aan de gülenbeweging. Er werd brand gesticht bij een gülenstichting. Er zijn rechtszaken.

„Dat gebeurt waarschijnlijk onder directe supervisie van de Turkse ambassade.”

Waarom bent u daar zo stellig over?

„De ambassade en de AKP-regering coördineren al een aantal jaar de Turkse diaspora-gemeenschap op een manier die zijn weerga niet kent. President Erdogan heeft een raad van aanhangers uit de diaspora. In elk land heeft hij een soort lokale vertegenwoordiger. Ze hebben de instructies, de coördinatie en de financiële middelen.

Het is overduidelijk dat dit allemaal niet spontaan is. Het gedragspatroon wijkt totaal af van wat Turkse diaspora organisaties daarvoor hadden. We hebben te maken met een serieus probleem van een buitenlandse regering die zich bemoeit met onze interne aangelegenheden.”

Wat te doen?

We moeten niet de fout maken te denken dat wij Turkije meer nodig hebben dan Turkije ons. Als Europees kapitaal uit Turkije vlucht, heb je geen economie meer. We zijn in Europa verdeeld, ongecoördineerd en zonder leiding. Dat staat Erdogan toe Europa te bespelen.

Ik denk niet dat dit in de nabije toekomst verandert. Maar het weerspiegelt niet de werkelijke krachtverhouding met een land waar de staatsinstellingen totaal vernield zijn en waar de economie volgens het IMF op de rand van instorten staat. We zouden enorm veel invloed op Erdogan kunnen uitoefenen. Maar we hebben een klinisch onvermogen onze macht te gebruiken. We weten niet eens dat we het hebben.”

Is Turkije nog steeds een partner om mee samen te werken?

„Ik zie deze couppoging als een symptoom van de destabilisatie van Turkije. Turkije is een toenemend instabiel land dat op zichzelf een probleem vormt waar Europa mee om zal moeten gaan. Het is geen partner om andere problemen mee op te lossen.”