Buikspek meets burrata: leuke zaak op prachtplek

©

‘Daar zit nieges op’, Amsterdams dialect voor ‘dat brengt ongeluk’. Ieder nadeel heeft z’n voordeel, moeten de jongens van Meneer Nieges hebben besloten toen ze de zaak aan het Westerdok overnamen. Voorgangers als Club Onassis, Nevy en Nevel waren een kort leven beschoren, wat misschien verbaast want het is er binnen en buiten werkelijk wonderschoon. Maar goed, er werd rondom jarenlang gebouwd, het was een woestenij en het straalde daardoor allesbehalve luxe uit.

De nieuwe uitbaters, die eerder Hanneke’s Boom en Vergulden Eenhoorn tot een succes maakten, gooiden het roer om. De strak-moderne inrichting die rijkdom uitstraalde werd onder handen genomen, er kwamen kitscherige kroonluchters, gekleurde lampjes, kaarsen, vlaggetjes en op het terras zelfs een prieeltje. Meneer Nieges trekt een jong publiek, er klinkt permanent (iets te luide) muziek uit de boxen; buiten aan tafel aanliggen kan ook. En je kunt op alle dagen en uren van de dag een broodje shoarma bestellen. Modern life.

Het eten, want daar komen we voor, is ook van deze tijd. Zeg maar buikspek meets burrata, carnivoor meets vegetariër, east meets west, beetje bekend en beetje avontuurlijk. We starten met gebrande makreel met parelcouscous en tomaat (9,-) en burrata met tuinbonen, edamame (Japanse boontjes), doperwten en munt (10,-). De burrata is smakelijk, loopt zachtjes uit (en is dus helemaal goed) en wordt extra zalvig door het roomachtige mengsel van de verschillende peulvruchten. De gebrande makreel doet wat vreemd aan en dat komt door de saus die niet helemaal matcht.

Als hoofdgerechten kiezen we scholfilet met zoete aardappel, bimi, limoenblad en beurre blanc (17,50) en lamsnek met gestoofde aubergine, yoghurt, dukkah (een krokant notenmengsel uit de Arabische keuken) en lamsjus (16,50).

De schol is lekker, eenvoudig bereid maar goed gepaneerd, de zoete aardappel is minder geslaagd bij de vis, maar de beurre blance kan ons bekoren. De lamsnek is vreselijk mals, ronduit fantastisch van smaak, maar de aubergine is zo zacht gestoofd dat het wat weeïg aandoet – het gerecht heeft meer bite nodig. Aan de texturen van de gerechten kan de keuken nog wel wat verbeteren. Wat verder opvalt is dat alle gerechten enorm hoog op smaak zijn, er wordt uitbundig met kruiden gewerkt. De bijgerechten moeten we apart bestellen, we nemen friet met mayonaise (3,50) en watermeloen met feta en munt (4,50). De watermeloen is prima, de friet nietszeggende Franse frites uit de diepvries met mayonaise uit de fabriek – jammer.

De wijnkaart is aardig, maar de open wijnen zijn pittig aan de prijs voor een zaak als deze: een niet echt indrukwekkende Riesling (5,80), een prima Verdejo (4,80) en daarna een rode, een Valpolicella (5,80).

De bediening is jong, vriendelijk en doet er alles aan om het iedereen naar de zin te maken; van Amsterdamse fratsen hebben ze geen last. Ten slotte de desserts: een brownie met vanilleijs, gepocheerde ananas, crémeux en popcorn (7,50) en hangop, compôte van aardbeien en rabarber, dragon en bastogne crumble. Tja, patisserie en desserts, het blijven de zorgenkindjes van het Nederlands restaurantwezen. Ook hier is het veel te zoet en de popcorn is een modieus trucje dat bij ons niet aanslaat. Volkomen overbodig. De hangop heeft door de rabarber lekkere zuren, maar komt als één plompe massa in een bakje, eigenlijk zoals je thuis een toetje maakt. Dit kan beter, jongens! Het zit ’m in de details die maken dat Meneer Nieges nog lang niet is wat het moet zijn. En verder: het is een leuke zaak op een prachtplek aan het water en met wat extra inspanning gaat het ze ook hier vast wel weer lukken.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.