Bedrijfsleven hekelt oproep minister

Beloningen

Dijsselbloem vindt het tijd dat de topbeloningen in het bedrijfsleven omlaag gaan. Dat reageert woedend en spreekt van ‘verkiezingsretoriek’.

De bonus voor bedrijfsbestuurders mag wat Dijsselbloem betreft nog hooguit 20 procent van hun jaarsalaris zijn. Foto Getty Images

De reacties waren voorspelbaar. Donderdag pleitte minister Dijsselbloem (PvdA, Financiën) in de Volkskrant voor een vergaande versobering van de beloningen in het Nederlandse bedrijfsleven. Bonussen die perverse prikkels geven zijn nog steeds in opmars, stelde hij. De topbeloningen als totaal blijven flink doorstijgen. En de beloningsverhoudingen tussen de top en werknemers zijn bij veel bedrijven volledig uit het lood geslagen. De topmannen van Ahold, Unilever en Heineken zouden nu meer dan honderd keer zo veel verdienen als hun gemiddelde werknemer.

In tijden waarin de lonen van gewone werknemers al jaren onder druk staan, is dat „niet te verantwoorden”, vindt Dijsselbloem. „Het raakt aan de onvrede over de kloof tussen ‘de elite’ en de gewone burgers”. Dus zouden er volgens hem bonusmaxima moeten komen, net zoals die er ook in de financiële sector zijn sinds 2015. De maximale bonus voor bankiers en verzekeraars mag niet hoger zijn dan 20 procent van het vaste salaris. Daarnaast zou de salarisstijging van topbestuurders gekoppeld kunnen worden aan de stijging van de lonen van het personeel volgens de CAO.

Met zijn opiniestuk werpt Dijsselbloem zich opnieuw op als voorvechter voor gematigde beloningen. In de financiële sector voerde hij dus al het bonusplafond in – de strengste bonuswetgeving in Europa. Bij (semi-)staatsbedrijven werden de beloningen ook aan banden gelegd. In een brief die de minister deze week naar de Kamer stuurde, stelt hij dat de eerste indicaties zijn dat het beleid „positief” uitpakt.

Niet verrassend bracht zijn pleidooi felle reacties teweeg bij het bedrijfsleven, onder meer vertolkt door werkgeversorganisatie VNO-NCW en de Nederlandse Vereniging van Directeuren en Commissarissen. Het zou verkiezingsretoriek zijn. Bovenal: de overheid gáát er niet over. Beloningen in het bedrijfsleven zijn een zaak tussen bedrijven en hun aandeelhouders.

Code voor goed bestuur

De minister spreekt de Monitoring Commissie Corporate Governance Code aan, hij wil dat matiging via zelfregulering tot stand komt. De commissie buigt zich momenteel over een herziening van de code voor goed ondernemingsbestuur. Die code wordt goed gevolgd door veel bedrijven. Dit voorjaar kwam de commissie met een conceptrapport, waarop belanghebbenden mogen reageren. Eind dit jaar wordt het eindrapport verwacht.

Dijsselbloem vindt dat de commissie als het om beloningen gaat steken laat vallen. Het eerste rapport gaat daar weliswaar op in, „maar de maatschappelijke discussie krijgt amper aandacht. De commissie doet geen morele uitspraak en doet nauwelijks voorstellen die de topbeloningen kunnen matigen [...]” De commissie liet aan persbureau ANP weten kennis te hebben genomen van Dijsselbloems visie en blij te zijn met alle input voor de nieuwe code.

In theorie zou de politiek ook via wetgeving kunnen proberen matiging af te dwingen. Zo ging het ook bij de bonusmaxima voor banken en verzekeraars. Er zijn meer voorbeelden, zegt hoogleraar corporate governance Mijntje Lückerath van de Universiteit van Tilburg. Wetgeving die bepaalt dat commissarissen maar een bepaald aantal toezichtsfuncties mogen hebben bijvoorbeeld. En wettelijke streefgetallen voor vrouwen op topfuncties. Het staat politici vrij om met allerlei wetgeving te komen, zegt Lückerath.

Maar zij betwijfelt of zoiets door de Kamer zou komen. „Omdat het over zoiets principieels gaat als overheidsbemoeienis in het hele private domein, en er politieke partijen zijn die dat absoluut niet willen. Ik vind de beloningen ook aan de hoge kant, maar dit is geen taak van de overheid.”

Jos Streppel, oud-voorzitter van de commissie, zegt: „De commissarissen gaan, met instemming van de aandeelhouders, over de beloningen. Politici kunnen een beroep doen, maar dat is het.”