Wie van Charleroi houdt mag de sloophamer niet schuwen

Industrie

Politici en werknemers noemen de sluiting van het Amerikaanse Caterpillar in het Waalse Charleroi „brutaal”. Volgens critici is dat gezeur en moet de stad zichzelf juist opnieuw uitvinden.

Charleroi heeft nu 203.000 inwoners. Dat waren er enkele decennia geleden dertigduizend meer. Foto Flip Franssen/Hollandse Hoogte

Trahison, verraad! Het was een van de dramatische Belgische krantenkoppen nadat vorige week graafmachinebedrijf Caterpillar de sluiting aankondigde van zijn vestiging in Charleroi. Na ruim een halve eeuw, waarin Caterpillar uitgroeide tot een van de grootste werkgevers van Wallonië, trekt de Amerikaanse multinational in Charleroi de stekker eruit. Te weinig vraag. Overcapaciteit. De productie moet goedkoper en verhuist daarom naar China en elders.

Politici en vakbonden hielden het de dagen erna – letterlijk – niet droog. „Een absolute catastrofe”, reageerde de socialistische oud-premier Elio Di Rupo. Zijn partijgenoot, de Waalse minister-president Paul Magnette, voelde zich „geschandaliseerd”. Caterpillar opereerde volgens hem „brutaal en blind en zonder enig overleg”. Tot tranen toe geroerd hield Magnette, tevens burgervader van de Carolo’s – de inwoners van Charleroi – een toespraak in het centrum van zijn stad. Hij, en met hem heel België, zou het de Amerikanen nog „heel lastig gaan maken”, beloofde Magnette.

Maar wat kan hij nog doen? En had Charleroi het dan niet zien aankomen?

De woede overheerst

Aan de poort van het Caterpillar-terrein in Gosselies, net buiten Charleroi, zijn die vragen, amper een week na de „mokerslag”, niet opportuun. Hier overheerst nog de woede. De Carolo’s voelen zich vernederd. 2.200 mensen staan op straat. Verwacht wordt dat in de regio nog eens drieduizend banen verloren gaan bij toeleveranciers die Caterpillar als belangrijke klant verliezen.

Caterkiller staat op de folders die de ultralinkse partij Partij van de Arbeid van België (PVDA) uitdeelt aan mensen die zich verzamelen bij de fabriekspoort.

„Ik kan niks meer doen, ik weet het, maar de triestheid is mijn gids en daarom sta ik hier.” Richard, al jaren met pensioen, werkte 37 jaar voor Caterpillar. Hij wijst naar de mannen achter het hek, op het Caterpillar-terrein. Ze hangen tegen een stapel pallets aan. Gewerkt wordt er niet meer. „Zo jong nog, ze hebben alles gegeven, en nu houdt het op”, zegt Richard.

Langs het hek bevestigt Cédric rode vakbondsvlaggetjes. „Het verraad is extra pijnlijk omdat wij de afgelopen jaren alle eisen van de Amerikanen, tot en met overwerken in het weekend, hebben geslikt.” Twintig jaar geleden kwam hij hier in dienst. Op zijn onderarm staat een gedicht voor zijn dochter getatoeëerd: ‘Jij bent mijn leven, je zult altijd mijn prinsesje zijn’. „Ik heb haar nog niet verteld dat papa binnenkort werkloos thuiszit.”

Bij een herstructurering in 2013 verdwenen al 1.400 banen. „We moesten daarna harder werken”, zegt Cédric. „Het Waalse gewest heeft in Caterpillar geïnvesteerd. En nu? Wég zijn ze, met alle fiscale cadeaus die ze van de politiek kregen.”

De klachten worden niet gedeeld

De klachten in Wallonië worden overigens in Vlaanderen lang niet altijd gedeeld. Zo berekende De Standaard, aan de hand van jaarverslagen van het bedrijf, dat het met die ‘cadeaus’ wel meevalt en het bedrijf normaal belasting betaalde. En met ‘verraad’ heeft de sluiting ook niets te maken, zei de Belgische topeconoom Paul De Grauwe, hoogleraar aan de London School of Economics, in de krant De Morgen. „Het stond in de sterren geschreven. Onvermijdelijk, gezien de gestage afbraak van de industriële tewerkstelling – in 1970 in België nog 40 procent, nu 17 procent.” De Grauwe pleit voor ‘creatieve destructie’: om iets nieuws te maken, moet je het oude afbreken.

Dus wie van Charleroi houdt, mag de sloophamer niet schuwen. Die boodschap komt hard aan in de vervallen kolen- en staalstad in Belgiës oude industriële bekken. Alsof de Carolo’s al niet genoeg zijn getergd.

De terrils, de kolenafvalbergen die als zwarte puisten het stadsbeeld bepalen, en de roestige en verlaten fabrieksterreinen herinneren aan de tijd dat Charleroi als een magneet trok aan gelukzoekers uit de hele wereld.

Nu groeien veel jongeren er in armoede op, zonder enig perspectief. De laatste mijnen sloten in de jaren tachtig.

In het centrum zijn veel ‘zombiestraten’, zoals sommige inwoners ze noemen. Oude matrassen en versleten meubilair staan tegen de gevels opgetast. Vrouwen en kinderen hangen verveeld in een deurpost. Het is de ‘donkere romantiek’, populair bij fotografen en documentairemakers die neerstrijken in Charleroi om er de postindustriële verloedering te verbeelden.

Foto Flip Franssen

Foto Flip Franssen

‘Er is allang een omslag’

Martin Deliège heeft daar zijn buik van vol. „Er vindt allang een omslag plaats.” Met studievrienden lanceerde hij in 2014 ‘Charleroi, Wake Up!’, een organisatie die de braindrain wil tegengaan. Charleroi heeft geen eigen universiteit. Jongeren trekken naar Namen of Brussel en komen na hun studie zelden terug. Maar sinds WakeUp op vrijdag netwerkborrels organiseert „komen steeds meer Carolo’s terug”, zegt Deliege. „Want ze zijn stiekem heel trots op hun stad. We proberen slimme mensen met ideeën voor start-up-bedrijfjes aan elkaar te koppelen.” Naar eigen zeggen komen er jaarlijks ruim vijfduizend jonge ondernemers op zijn evenementen af.

In het hart van de stad, rond de Place Albert, wordt volop gebouwd. De stad krijgt een facelift onder de noemer ‘Charleroi DC’. Met een budget van 142 miljoen euro – waaraan de Europese Unie voor 40 procent met subsidies bijdraagt - worden pleinen heringericht en een tentoonstellingsruimte en een nieuw Congrespaleis gebouwd.

Charleroi heeft nu 203.000 inwoners. Dat waren er enkele decennia geleden dertigduizend meer. Om de leegloop te stoppen lijkt de stad eindelijk aansluiting te zoeken bij andere Waalse steden, die profiteerden van het in 2005 al opgezette marshallplan waarmee Wallonië aansluiting zoekt bij het welvarender gewest Vlaanderen. Een Waalse stad als Louvain-la-Neuve is inmiddels een wereldwijde speler in de snel groeiende biotechindustrie. Het zorgde voor hernieuwd zelfvertrouwen en een mentaliteitsverandering – alleen niet in Charleroi.

Hoop, maar niet voor iedereen

Ondernemers putten ook hoop uit de eerdere sluiting van autofabriek Ford in het Belgisch-Limburgse Genk, waar 4.500 banen verlorengingen. Vijf jaar later zorgen daar een innovatiecentrum voor starters en een industrieterrein voor alternatieve energiebedrijfjes – Thorpark – voor nieuwe banen.

Toch is niet iedereen zo hoopvol. Een nieuw Congrespaleis in Charleroi? Sofie Merckx, huisarts en politica, moet erom lachen. „En daar moeten dan zakenlui komen confereren terwijl er hier geen zaken zijn?” Merckx verliet tien jaar geleden Vlaanderen om in Charleroi te gaan werken voor Geneeskunde voor het Volk – zorg voor wie de dokter niet meer kan betalen. Namens de ultralinkse PVDA zit ze in de gemeenteraad van de stad. „Als dokter tref ik doffe ellende aan, armoede en stress. Ze bouwen in de stad nu een ultramoderne shoppingmall. Wie gaat daar straks heen? De meeste Carolo’s kunnen het zich niet veroorloven. Het Caterpillar-drama stort opnieuw duizenden mensen in de misère.”

Maar Martin Deliège, van Charleroi, Wake Up!, noemt het „krokodillentranen”. „Politici tonen zich nu verrast, maar het drama bij Caterpillar diende zich al ruim tien jaar aan”, zegt hij. „De tijd van de industriële reuzen is nu definitief voorbij. Ook Caterpillar behoort tot het verleden. Wen er aan, en stop met zeuren!”