‘Wie kan er oordelen over mijn bezoek aan Palmyra?’

Interview Valery Gergiev

Op het Gergiev Festival dirigeert Gergiev werk van Prokofjev. Zijn omstreden concert in Palmyra? „Het kan me niet schelen wat mensen vinden die veilig thuis op de bank zitten.”

Dirigent Valery Gergiev en het Russische Mariinsky Theater Orkest geven een concert op het dek van het marineschip Varyag, in de haven van Vladivostok, 31 juli 2016. Foto´s REUTERS/ Yuri Maltsev

Typerend: niet één, maar twee concerten leidt hij vanavond – Valery Gergiev, drukste dirigent ter wereld en al ruim twintig jaar naamgever van het jaarlijkse Gergiev Festival van het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Deze zomer gaf de dirigent een concert in Palmyra, dat live op de Russische televisie werd uitgezonden en dat door de Britse minister van Buitenlandse Zaken als „smakeloos” werd afgedaan. Internationaal waren de nauwe banden tussen Gergiev en de Russische president Poetin vaak aanleiding tot relletjes en protesten. Opmerkelijk: in Nederland bleven die tot nu toe goeddeels uit.

U heeft het Rotterdam Philharmonisch in 2008 als chef verlaten. Is het orkest nog op u ingespeeld?

„Ik heb het Rotterdams nooit beschouwd als een orkest dat deel uitmaakt van een andere muzikale wereld dan ikzelf – nooit. En ik kom er elk jaar terug, dus ik denk niet dat er een waarneembare kloof tussen ons is ontstaan. Maar mocht het nodig zijn het karakter, de klankkleur die we voorheen samen hadden terug te brengen, dan kunnen we dat en doen we dat.”

Het programma van het festival in Rotterdam is gewijd aan Prokofjev, net als in 2003. Waarom heeft u toen en nu opnieuw voor hem gekozen?

„Om te beginnen is het dit jaar 125 jaar geleden dat hij werd geboren. Daarbij is hij een van de allergrootste componisten van de twintigste eeuw. Aan het begin van zijn carrière werd Prokofjev nog gezien als de bad boy van zijn generatie Russische musici, maar het werd al snel duidelijk dat zijn werken niet alleen een enorme schok teweegbrachten, maar ook een enorme variëteit omvatten. Als je de Scythische Suite, de Eerste symfonie, het Eerste vioolconcert en het Tweede pianoconcert naast elkaar legt – dat is gewoonweg verbijsterend. Hij was in staat telkens weer een compleet nieuwe muzikale wereld op te zoeken, afhankelijk van het verhaal dat hij wilde vertellen. Vanaf zijn dertigste was hij zonder twijfel een van de toonaangevende stemmen van zijn tijd.”

Heeft u het gevoel dat zijn werk nog gepromoot moet worden?

„Niet echt. Hij is onvervangbaar, in welk genre dan ook. Het twintigste-eeuwse pianoconcert: bam, daar is hij, onmiddellijk; het vioolconcert – zelfde verhaal. De symfonieën… dat heeft lang geduurd, ook voor mij, en ik ben waarschijnlijk van alle levende dirigenten het meest aan deze cyclus verknocht. Maar ik denk dat bijna iedereen nu weet dat het een serieuze, krachtige cyclus is. Zijn zeven symfonieën zijn allemaal zo anders: eerst heb je de ‘klassieke’ Eerste symfonie en dan de Tweede – een schok; dan de Derde, gebaseerd op zijn opera De vuurengel – opnieuw een schok; de Vierde, als je echt weet hoe je deze moet spelen – een schok. En je weet nooit welke beter is.”

In Rotterdam leidt u twee symfonieën: de Tweede, uit zijn eigenzinnige jaren in Parijs, en de Vijfde, uit de Tweede Wereldoorlog, nadat hij was teruggekeerd naar de Sovjet-Unie en zich moest aanpassen aan het socialistisch realisme en de stalinistische censuur. Hoe kijkt u aan tegen dit keerpunt in zijn carrière?

„Ik weet nog altijd niet of ik zijn terugkeer goed of slecht moet vinden. Hoe kun je iets als slecht bestempelen als het werken als de Zesde, Zevende, en Achtste Pianosonate heeft voortgebracht? Ook zijn filmmuziek uit die tijd is bijna niet te overtreffen, want waar vind je twee genieën als Eisenstein en Prokofjev die samen aan dezelfde films werken? Prokofjev had toen zijn meest wijze, volwassen periode bereikt, en daarbij kwam dat hij in een moeilijke tijd op een moeilijke plek leefde. En dan die eindeloze rijkdom aan melodie: hij was de grootste melodicus van de twintigste eeuw.”

Afgelopen zomer heeft u misschien wel het meest opmerkelijke concert van uw carrière gegeven: in het net op IS heroverde Palmyra, in Syrië. In de westerse media werd het optreden met veel scepsis ontvangen. Kunt u dat begrijpen?

„Wie oordeelt hierover? Mensen zoals de directeur van de Hermitage en ikzelf zullen nooit zomaar iets doen wat een slechte indruk kan maken. Maar wie kan er oordelen over een bezoek aan Palmyra? Alleen iemand die weet wat het inhoudt. Het kan me niet eens zoveel schelen wat mensen vinden die veilig thuis op de bank zitten. Ons concert was opgedragen aan iemand die de hoeder van Palmyra werd genoemd (archeoloog Khaled al-Asaad), dat fenomenale complex dat nu praktisch verwoest is.

„De kritiek zou zich eerder moeten richten op de internationale gemeenschap die heeft toegestaan dat deze verschrikkingen überhaupt hebben plaatsgevonden. Wat de politici in de laatste vijftien, twintig jaar hebben laten gebeuren is werkelijk onvoorstelbaar. Het voelt zoals het in de jaren dertig gevoeld moet hebben, toen mensen zonder dat ze het precies konden weten de Tweede Wereldoorlog tegemoet gingen. Als men de komende paar jaar zo besluiteloos en onspectaculair blijft optreden, zullen we een hoop verwoesting in deze wereld zien. Politici van over de hele wereld moeten gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen: de VS, EU, China en natuurlijk ook Rusland. Ik probeer niet negatief te zijn, ik observeer. Jaarlijks kom ik in dertig of veertig landen. Ik ontmoet veel mensen, niet alleen musici.”

U bent een soort ambassadeur van Russische cultuur in het buitenland, maar tegenwoordig wordt u als gevolg van uw steun aan president Poetin in het Westen vaak als ‘controversieel’ bestempeld. Staat dat uw werk als bruggenbouwer in de weg?

„Om te beginnen denk ik niet dat de presidenten van Amerika, China of Rusland de steun van wie dan ook nodig hebben, omdat zij over enorme macht en aanzien beschikken. Maar we moeten erop toezien dat ze naar elkaar luisteren.

„Ik ben bereid iedereen te steunen die verbetering kan brengen in de huidige situatie. Ik zal er onmiddellijk naar toe gaan en hem vragen om voorzichtiger en onbevooroordeeld te zijn en vooral beter naar anderen te luisteren. Want heeft president Poetin de G20 niet gewaarschuwd over IS? Ik zal het je zeggen: ja. De andere politici weten dat, maar omdat ze met zo velen waren en invloedrijke landen vertegenwoordigden, dachten ze dat ze het beter wisten. En nu willen ze dat niet toegeven.

„Bovendien was de G20 verdeeld. Waarom waren de Chinezen, Indiërs, Brazilianen of Zuid-Afrikanen het niet eens met de voorstellen van de andere tien landen, waaronder de Verenigde Staten en Groot-Brittannië? Omdat ook zij in deze wereld leven en het grote en belangrijke landen zijn. Die kun je niet zomaar over het hoofd zien. Het is een slecht koor. Ze weten niet hoe ze samen moeten zingen, en helaas is het absoluut nodig dat ze dat gaan leren Als ze elkaar niet willen begrijpen en niet meer communiceren, wat dan? De Derde Wereldoorlog, ben je gek? Of willen we weer een Berlijnse muur optrekken?”

Denkt u dat u met muziek harmonie kunt brengen?

„Zeker. En dan heb ik het niet over Valery Gergiev, maar over een hele groep musici, voorstanders van vrede en cultuur. Neem voornoemde hoeder van de Syrische monumenten. Hij had kunnen vluchten maar weigerde dat, en is op barbaarse wijze vermoord. Wij, als internationale gemeenschap, hadden ons eerder al moeten afvragen hoe we die vandalistische daad hadden kunnen voorkomen. Het is verschrikkelijk wat IS daar heeft uitgericht, er zijn alleen nog maar ruïnes. Wat volgt? De piramides? Rome? Jeruzalem? De politici van nu verdienen een dikke onvoldoende.”