Waarom gaan duizenden vluchtelingen weg uit Zweden?

Beperking van het recht op gezinshereniging speelt een rol bij het vertrek van ruim 4.500 asielzoekers uit Zweden. „Voor vluchtelingen is het een deal breaker.”

Foto AP

In Zweden is iets uitzonderlijks aan de hand. Meer dan vierduizend vluchtelingen hebben dit jaar besloten om er toch maar niet te blijven, en terug te gaan naar hun land van herkomst. Irakezen en Afghanen, maar ook Syriërs.

Dat roept vragen op. Want waarom zouden mensen hun huis en haard achterlaten, een risicovolle overtocht maken naar Griekenland en doorreizen naar Zweden, om vervolgens na korte tijd weer terug te keren naar hun land? En: is het daar nu dan wel veilig?

Het Migrationsverket, de Zweedse migratiedienst, levert desgevraagd een lijst met cijfers van 4.542 mensen, onder wie 2.093 Irakezen, 747 Afghanen, 435 Iraniërs en 297 Syriërs, die asiel hebben aangevraagd in Zweden en dit jaar zijn teruggekeerd.

De migratiedienst denkt dat deze groep het wachten op een asielprocedure, die soms twee jaar kan duren, beu is, of ontevreden is over de situatie in de opvanglocaties. Maar zeker weten doet ze het niet, zegt een woordvoerder. De vertrekkende vluchtelingen hoeven zelf niet aan te geven waarom ze weggaan.

Heeft hun terugkeer te maken met een financiële prikkel? Iedere volwassen vluchteling die teruggaat naar een conflictgebied als Syrië, Afghanistan of Irak, kan 3.100 euro krijgen na aankomst. In totaal kan een gezin maximaal 7.343 euro krijgen van de Zweedse overheid.

Toch lijkt de reden voor terugkeer hier niet in te liggen, zegt Louise Dane, die onderzoek doet naar migratierechten aan de Universiteit van Stockholm. „De oorzaak voor hun vertrek ligt bij de nieuwe regels voor gezinshereniging.”

Asielwet verscherpt

In de herfst kondigde de regering in Stockholm aan asielregels te verscherpen, zo ook het recht op gezinshereniging. Alle migranten die in Zweden asiel aanvragen hebben recht op bescherming, legt Dane uit, maar slechts 10 procent van de 180.000 migranten die naar Zweden zijn gevlucht, krijgt vluchtelingenstatus. Zij krijgen een tijdelijke verblijfsvergunning van drie jaar en mogen hun familie laten overkomen.

Mensen zonder vluchtelingenstatus krijgen subsidiaire bescherming. Zij mogen in eerste instantie dertien maanden blijven. Sinds de nieuwe wet in juli in werking trad, hebben zij in die dertien maanden geen recht meer op gezinshereniging.

„Wat Zweden anders maakt dan bijvoorbeeld Duitsland is dat niet alle Syriërs een vluchtelingenstatus krijgen”, zegt Dane. „Alleen de mensen die in Syrië echt risico lopen op vervolging.”

Sinds vorig jaar grote groepen migranten het Europese vasteland bereikten, hebben veel EU-landen hun asielmaatregelen aangescherpt. Naast Zweden kondigden Denemarken en Duitsland begin dit jaar ook aan het recht op gezinshereniging voor vluchtelingen te beperken.

„Gezinshereniging is voor vluchtelingen een deal breaker”, zegt de Zweedse asieladvocaat Marija Novosel Nyström.

„Veel gezinnen zitten in vluchtelingenkampen in Turkije en wachten daar op goedkeuring van een gezinslid in Zweden om over te komen. Nu dat niet meer kan, denkt het familielid hier: wat doe ik hier nog alleen? Ik kan beter terug en bij mijn familie zijn.”

Populair bestemmingsland

Het is niet zonder reden dat Zweden, een van de meest populaire bestemmingslanden, zo’n maatregel neemt. Het linkse minderheidskabinet van sociaal-democraten en groenen ligt al bijna een jaar onder vuur om zijn asielbeleid. Critici noemen die te soft, en rechtse partijen winnen aan steun. Ook groeide in het afgelopen jaar de overtuiging dat het land, met 9,5 miljoen inwoners, niet de capaciteit heeft de 180.000 vluchtelingen op te vangen. Ter vergelijking: Nederland heeft meer dan zeventien miljoen inwoners en kreeg in dezelfde periode minder dan 70.000 asielaanvragen.

Waar gaan de asielzoekers die Zweden verlaten naartoe? Volgens de Dublinverordening voor asielverzoeken kunnen migranten die uit Zweden vertrekken niet in een ander EU-land asiel aanvragen. Psycholoog Frida Metso, die in Zweden getraumatiseerde vluchtelingen behandelt, zegt dat velen Europa hebben opgegeven. „Sommige proberen asiel aan te vragen buiten de Europese Unie, in Canada de Verenigde Staten of Brazilië”, zegt ze.

„De kans bestaat natuurlijk dat sommige vluchtelingen die zeggen weg te gaan, in de illegaliteit verdwijnen.”

Alleenreizende minderjarigen

Wat Matso vooral hoort zijn verhalen van vluchtelingen die beslissen terug te gaan naar hun land van herkomst. „Veel ouders die teruggaan hebben kinderen in oorlogsgebieden of in vluchtelingenkampen in de buurt van oorlogsgebieden”, zegt Metso, „maar ook minderjarige alleenreizende vluchtelingen gaan terug als ze zich erbij neerleggen dat ze hun ouders niet meer kunnen laten overkomen.” Metso vertelt dat het voor migranten moeilijk is om voor langere tijd bij hun familie weg te zijn.

„Vooral als die in een onveilige omgeving verblijven, willen ze liever terug en hun beschermen dan hier blijven.”

Onderzoeker Dane van de Universiteit van Stockholm zegt dat de status die Syrische vluchtelingen in EU-landen krijgen gelijk moet worden getrokken. Ter vergelijking met de subsidiaire bescherming en tijdelijke verblijfsvergunning van 13 maanden die ze in Zweden kunnen verwachten met kans op verlenging, krijgen vrijwel alle Syriërs in Nederland een vergunning voor vijf jaar. Ze kunnen ook een proces in gang zetten om hun familie over te laten komen.

Dane plaatst vraagtekens bij die grote verschillen binnen de Europese Unie.

„Het is toch gek dat Syriërs in alle EU-landen op een andere manier worden beschermd, terwijl die landen dezelfde wettelijke kaders hanteren?”