Van bijstand naar baan in Duitsland

Arbeidsmarkt

Werklozen in Enschede gaan in Duitsland werken. ABN Amro investeert in hun opleiding, de gemeente bespaart op uitkeringen.

In een Duits opleidingsinstituut, een Kreishandwerkerschaft, krijgen Nederlandse werklozen een technische opleiding. Foto’s Katharina Tenberge

Het zag er niet best uit voor Everhard Goos. Hij was servicemonteur voor wisselautomaten toen zijn werkgever drie jaar terug failliet ging. „Het is even schrikken”, zegt de Groninger. „Sta je zomaar op je 57ste op de keien. In Nederland heb je dan weinig kans op een nieuwe baan.”

Nu sleutelt Goos door heel Duitsland aan rotoren van windmolens. Hij reageerde op een advertentie van personeel- en organisatiebureau BOAS Werkt. Ze zochten jongeren, maar Goos had ervaring en motivatie. Hij kreeg een vast contract bij het Duitse elektrotechnische uitzendbureau Lizatec. „Nooit gedacht dat ik op mijn zestigste 130 meter hoog zou werken.”

Enschede ziet ook kansen op de Duitse arbeidsmarkt. Donderdag begint de gemeente een project om in tweeënhalf jaar minimaal 138 mensen in de bijstand over de grens aan technisch werk te helpen. Ze noemen het de eerste grensoverschrijdende social impact bond, een samenwerking tussen overheid en markt om een maatschappelijk probleem aan te pakken.

Taalcursus

Het werkt zo: de investeerders, de Start Foundation in Eindhoven en het sociale fonds van ABN Amro, leggen samen 1,1 miljoen euro in. Voor dat geld regelt uitvoerder BOAS Werkt, die zelf ook 5 procent in het project investeert, een technische opleiding, een taalcursus, woon-werkvervoer en begeleiding voor de deelnemers.

Als de werklozen een contract krijgen, bespaart de gemeente op uitkeringen, oplopend tot 1,8 miljoen euro tijdens het hele project. Van die besparing worden de investeerders terugbetaald mét een prestatiebonus. Hoe meer werklozen een contract krijgen, des te meer Start Foundation en ABN Amro kunnen verdienen: maximaal 168.000 euro in tweeënhalf jaar. Voor een zakenbank is dat een bescheiden winst, maar het is dan ook een maatschappelijke investering, benadrukt adviseur Tjalling de Vries van de gemeente Enschede. „ABN AMRO kan er ook een product voor klanten van maken”, zegt hij. „Zo van: investeert u liever uw geld in olie in Nigeria of in meer werkgelegenheid voor uw regio? En het is natuurlijk mooie publiciteit voor de bank.”

„Het draait ook om bewustwording”, zegt wethouder Patrick Welman (Economie en Werk, CDA). „Nederland en Duitsland vormen hier één regionale arbeidsmarkt. We willen werkzoekenden laten zien dat er mogelijkheden liggen over de grens.”

Uit zichzelf solliciteren werklozen niet zo snel in Duitsland, zegt De Vries. „Er is een taalbarrière. Het is gebruikelijk dat je een uitgebreide portfolio kunt tonen. Het erkennen van Nederlandse diploma’s is een traag proces. Het openbaar vervoer is minder fijnmazig. En het Duitse belastingstelsel is echt anders.”

Nederlanders zijn persoonlijker

De Nederlandse deelnemers gaan werken in bijvoorbeeld de energiesector, woningbouw, scheepsbouw en visverwerking. Vooraf gaan ze vier weken naar een Kreishandwerkerschaft. Hier bieden ze opleidingen in onder meer bouw, metaalbewerking, lassen en loodgieten.

Ook krijgen ze les over de Duitse taal en werkcultuur. „Er zijn verschillen”, zegt directeur Frank Tischner van het opleidingsinstituut, waarbij 2.500 werkgevers zijn aangesloten. „Duitsland is hiërarchischer. Wij zeggen Sie op het werk en jullie Du. Nederlanders zijn wat persoonlijker op de werkvloer en humor speelt er een grotere rol.”

Na een praktijkstage moet een halfjaarcontract volgen – maar direct een vast contract is ook mogelijk. De Vries: „Tijdens een van onze eerste gesprekken bij de Kreishandwerkerschaft dacht ik een kritische vraag te stellen. Hoeveel mensen in jullie opleidingen stromen door in een contract bij aangesloten werkgevers, vroeg ik. Het was even stil. Ongeveer 97 procent zeiden ze, want 100 procent was helaas niet haalbaar.”

In hoeverre het Enschedese project slaagt is vooraf niet te voorspellen, zegt Tischner. De doelgroep bestaat uit werklozen die tot twee jaar een bijstandsuitkering hebben. Het is afwachten of deelnemers goed kunnen omgaan met het cultuurverschil en de reisafstanden.

„Je moet jezelf niet rijk rekenen”, zegt directeur Jos Verhoeven van Start Foundation. „Het succes wordt bepaald door alle werkzoekenden die anders géén werk hadden gevonden. Dat wordt onafhankelijk gemeten met een controlegroep van bijstandsgerechtigden. Alle andere factoren, zoals de verwachte banengroei door het aantrekken van de economie, moet je vooraf zo goed mogelijk meewegen in het verdienmodel. Als het project niet zou slagen, dan verdienen wij ook niets. Het risico ligt bij de investeerders, niet bij de gemeente.”